<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Mirsab</title>
	<atom:link href="http://www.mirsab.nl/home/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://www.mirsab.nl/home</link>
	<description></description>
	<lastBuildDate>Wed, 20 Jan 2010 18:57:22 +0000</lastBuildDate>
	<language>en</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
	<generator>http://wordpress.org/?v=3.3.1</generator>
		<item>
		<title>Een kardinale zonde</title>
		<link>http://www.mirsab.nl/home/2009/12/22/een-kardinale-zonde/</link>
		<comments>http://www.mirsab.nl/home/2009/12/22/een-kardinale-zonde/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 22 Dec 2009 15:10:03 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Artikelen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.mirsab.nl/home/?p=219</guid>
		<description><![CDATA[Afgelopen winter hebben Israeli’s minaretten in Gaza aangevallen. Afgelopen maand werd via een referendum een ban op niet-bestaande minaretten afgekondigd in Zwitserland. De redenen in beide gevallen waren patenthoudend vals. De gebombardeerde moskeeën in Gaza, vooraf verkend op vermeende Hamas-strijders en munitiedepots, huisvestten géén militanten en bleken géén wapenopslagplaatsen. Een onnodig bombardement met een nog [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Afgelopen winter hebben Israeli’s minaretten in Gaza aangevallen. Afgelopen maand werd via een referendum een ban op niet-bestaande minaretten afgekondigd in Zwitserland. De redenen in beide gevallen waren patenthoudend vals.<span id="more-219"></span></p>
<p>De gebombardeerde moskeeën in Gaza, vooraf verkend op vermeende Hamas-strijders en munitiedepots, huisvestten géén militanten en bleken géén wapenopslagplaatsen. Een onnodig bombardement met een nog valsere uitleg.</p>
<p>Minaretten zijn zeker niet wijdverspreid in Zwitserland, aangezien er maar 4 staan met een moslimgemeenschap van niet meer dan 350.000 – waarvan de meesten ook nog eens, ironisch gezien, vluchtelingen zijn van de Europese etnische zuiveringen in Bosnië en Kosovo.</p>
<p>Minaretten zijn – irritante torenspitsen of oogstrelende pagodes en koepels – een symbool van de islam. Degenen die hun politieke pijlers op minaretten richten gebruiken verschillende methoden, maar de gemene deler zit ‘m in de uiteindelijke boodschap.</p>
<p>Vandaar de bijna-universele veroordeling van de uitkomst van het Zwitserse referendum en de opvallende oproep van bijvoorbeeld het Canadees Joods Congres om bedrijven zoals Nestlé en Credit Suisse te boycotten. Zelfs een vakantie naar Zwitserland werd afgeraden.</p>
<p>Vandaar ook de afwijzende houding naar het bagatelliseren van het referendum: de uitkomst zou helemaal niet het praktiseren van de islam limiteren. Het bewijst eigenlijk nog veel meer iets anders: er is sprake van een Europese identiteitscrisis. Dit is niet zozeer toe te schrijven aan de aanwezigheid van moslims in Europa, maar meer aan de globalisering die al een tijdje aan de gang is, en waarvan moslims slechts een te verwaarlozen onderdeel van zijn. Moslims zijn echter een makkelijker doelwit, een doelwit dat goed te definiëren is vanwege gebrek aan kennis over de diversiteit en pluriformiteit binnen de internationale moslimgemeenschap.</p>
<p>Tegelijkertijd is er weinig vatbaar voor het argument dat moslims hun religie beter dienen uit te leggen. Het suggereert dat goede PR het definitieve antwoord op xenofobie en haat is.</p>
<p>Het referendum heeft ook niets aan het toeval overgelaten: Zwitserse kerkkruizen zullen niet naar beneden komen, net zo min als dat islamitische minaretten nog meer zullen verrijzen. Kerken zullen het Zwitserse landschap blijven domineren, ook al staan ze leeg. De overvolle moskeeën moeten echter zo goed en zo kwaad als het kan vooral verborgen blijven en onzichtbaar zijn voor het publieke oog, om vooral niet een onderdeel van de samenleving te acteren. Zulke expliciet op moslims gerichte regels, die overal in Europa de kop opsteken, doen denken aan nazi-wetgeving tegen joden.</p>
<p>Duitse beperkingen op moskeeën, een Franse ban op de hijaab op onderwijsinstellingen, Sarkozy’s voorstel om ook de niqaab te verbieden, de Canadese hysterie over het toestaan van moslims om gebruik te maken van de zogenaamde ‘Arbitration Act’ en zelfs het voorstel om niqaab-dragende vrouwen het stemrecht te ontnemen. Een greep uit de voorbeelden.</p>
<p>Terwijl Europeanen hebben geleerd niet te sollen met de grenzen tussen antisemitisme en het recht op vrijheid van meningsuiting, rationaliseren zij routineus het anti-islamisme (de Deense cartoons als exponent hiervan). We zijn collectief getuige van een vreemd fenomeen, dat toch echt wel neigt naar de jaren ’30, waarin een meerderheid zich zo bedreigd voelt door een minderheid tot op het punt dat men blind wordt voor het simpele antwoord op de nog simpelere vraag die een ieder binnen deze context bezig houdt: hoever gaan we als seculiere samenleving in het helpen faciliteren van de behoefte van de islamitische geloofsgemeenschap?</p>
<p>Dat simpele antwoord luidt: niet verder dan bij andere gemeenschappen het geval is en voor zover de wetgeving dit toestaat. De moslimgemeenschap streeft ook niet naar meer, maar wordt wel beschuldigd van het hebben van een behoefte naar meer dan waar zij vanuit de eigen religie beredeneerd al recht op meent te hebben.</p>
<p>Het publieke domein is ondertussen helaas blind voor het feit dat de uitbreiding van deze discriminatie in feite niet slechts moslims raakt, maar nog méér juist anderen: het zijn voornamelijk christenen en joden die het een en ander mislopen in de hedendaagse religieuze arbitrage, vanwege de wanhopige fixatie op de sharia-controverse. De rechtsscholen van protestanten, joden, hindoes en zelfs sikhs en andere minder voorkomende benamingen in het publieke domein dreigen uit de focus verloren te gaan vanwege de publieke oppositie ten opzichte van de islamitische leerscholen, waardoor de ontwikkelingen in die andere, niet-islamitische rechtsscholen achterblijven, bij gebrek aan een gezonde publieke interesse c.q. intellectuele druk.</p>
<p>Het feit is namelijk; door de publieke druk focussen de islamitische rechtsscholen zich steeds meer op de vraagstukken die ontstaan vanuit het moslimleven in de seculiere samenleving en bieden daarop dusdanige antwoorden, dat vele van oorsprong niet-moslims bekering en/of een alternatief voor het failliete, kapitalistische en vooral seculiere leven zoeken (en vaak vinden) in de islamitische levenswijze. De groei van de moslimgemeenschap in de westerse wereld is dus deels ook te danken aan juist die publieke druk van buitenaf. Dit is niet een constatering van iets negatiefs, maar slechts een constatering.</p>
<p>De geloofsgemeenschappen die in de westerse samenleving het meest kwetsbaar zijn, zullen waarschijnlijk de meeste moeite hebben om de gedragscodes uit de universele mensenrechten die deze vorm van haat (zeggen te) bestrijden tegen te spreken. Het is dus veilig om te stellen dat het juist niet de moslimgemeenschap is die verdediging nodig heeft. Immers, ‘we’ kunnen gezien de nasleep van de WTC-aanslagen in 2001 niet nog meer gedemoniseerd worden dan al wordt gedaan.</p>
<p>Wat pas echt verdediging nodig heeft is die hedendaagse seculiere democratie, die door drogredeneringen, xenofobie en haat juist meer dan ooit onder druk is komen te staan en waarbij het risico dat populisme de overhand krijgt in het politieke landschap – voor zover nog niet het geval – reëel bestaat. Dat is de les die het liberalisme vooral moet trekken.</p>
<p>De definitie van liberalisme is namelijk in hetzelfde proces verschoven, naar iets wat totaal niet liberaal is. Het liberalisme is door het hanteren van die drogredeneringen, xenofobie en haat jegens minderheden verworden van een stroming die staat voor vrijheid in alle opzichten (dus ook op religieus vlak) tot een strak gekaderde beleving die een eenzijdige vrijheid propageert: de vrijheid van de niet-gelovige. Maar wanneer dit het geval is, dan is er sprake van een ontstaansproces van dictatuur en langzame omverwerping van een democratische rechtsstaat, als dat proces zich doorzet. Het verleden heeft voorbeelden te over om vergelijkingen te kunnen trekken.</p>
<p>Wanneer echte liberalen falen in het opstaan en ageren tegen de demagogen van deze samenleving, dan is daar het begin van het einde van de door diezelfde liberalen zo hoog aangeschreven en collectief bewierookte waarden van een vrije democratie, waarin ruimte is voor iedere overtuiging, zonder sneren naar een andere dan de eigen overtuiging. Het is een kardinale zonde om de nu ontstane pseudo-intellectuele erosie hierin toe te staan.</p>
<p><strong>M.R. Jabri</strong></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.mirsab.nl/home/2009/12/22/een-kardinale-zonde/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>5</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De noodzaak van het kritisch denken</title>
		<link>http://www.mirsab.nl/home/2009/08/24/de-noodzaak-van-het-kritisch-denken/</link>
		<comments>http://www.mirsab.nl/home/2009/08/24/de-noodzaak-van-het-kritisch-denken/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 24 Aug 2009 15:07:44 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Artikelen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.mirsab.nl/home/?p=127</guid>
		<description><![CDATA[Meer dan ooit, is nu het moment om in diepte kritisch te zijn. Alles staat op het spel. Misschien is een van de meest revolutionaire dingen die we als Nederlandse Marokkanen kunnen doen, juist het consistent kritisch nadenken over allerlei zaken. Over religie in de persoonlijke sfeer. Over religie in de publieke ruimte. Over de [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Meer dan ooit, is nu het moment om in diepte kritisch te zijn. Alles staat op het spel. Misschien is een van de meest revolutionaire dingen die we als Nederlandse Marokkanen kunnen doen, juist het consistent kritisch nadenken over allerlei zaken. Over religie in de persoonlijke sfeer. Over religie in de publieke ruimte. Over de omgang met anderen, zoals mensen die zeggen ‘niet te geloven’, of juist zeggen ‘in iets anders te geloven’. Als bevolkingsgroep die van alle etnische minderheden die Nederland telt het meest in de ‘spotlights’ staat, ligt er misschien wel een pioniersrol weggelegd voor juist Nederlandse Marokkanen om andere etnische minderheden uit de schaduw te trekken. Als het nieuws niet wordt gedomineerd door Marokkanen, dan wordt het niet gedomineerd door een andere bevolkingsgroep.<span id="more-127"></span></p>
<p>Het is een serieus te nemen aanbeveling dat Nederlandse Marokkanen – samen met Nederlandse Turken, Surinamers, Antillianen, Polen, Egyptenaren, Tunesiërs, Algerijnen en Joden – in zijn geheel, samen met alle politiekbewuste mensen van goede wil, zich niet ten prooi laten vallen aan lethargie en oppervlakkigheid.</p>
<p>De systematische oppervlakkigheid binnen de zogenaamde ‘elite’ van de Marokkaanse gemeenschap is geen ongeluk of op zichzelf staand incident. Het is opzettelijk. Een gemeenschap die zowel is geïnformeerd als dat zij kritisch staat ten opzichte van allerlei vraagstukken, kan niet gemakkelijk een andere wil worden opgelegd en kan derhalve ook niet worden gemanipuleerd. Het is voor de media, die het ‘beleid’ van deze manipulatie en oppervlakkigheid ondersteunt om zo maar een klein groepje uit onze gemeenschap toe te laten tot die elite, van evident belang om juist zoveel mogelijk van de informatie die aan het grote publiek wordt gepresenteerd oppervlakkig en, vaak, inaccuraat te houden.</p>
<p>Kritische denkers zijn niet alleen uit op het winnen van informatie maar zijn ook vooral gericht op het serieus bestuderen en analyseren van deze informatie. Te vaak, zijn mensen nog niet-kritische ontvangers van informatie die, na analyse, vaak oppervlakkig en inaccuraat blijkt. En daarnaast ook nog eens een schrijnend gebrek aan logisch verstand blootlegt. Kritisch denken en analyseren is wat ik bedoel wanneer bepaalde politici ongenuanceerde gedachten strooien over het publieke landschap en dit verkopen alsof er heel veel en keihard denkwerk aan vooraf is gegaan. Kritisch denken is nog altijd gevreesd door de elite – ook in de Marokkaanse gemeenschap, waar de elite samenhangt van een stel corporatieve wellustelingen met politieke tentakels. Het is gevreesd omdat het een absoluut essentieel onderdeel is van de strijd voor economische, sociale en politieke gelijkheid onder mensen, zowel in Nederland als in de rest van de wereld.</p>
<p>Ondanks de enorme machten van deze elite, en hun ‘begeleidende’ nieuws en informatiemedia, kunnen actieve kritische denkers een serieus probleem vormen voor degenen die eindeloze inspanningen verrichten om oppervlakkig en inaccuraat nieuws te faciliteren, om zodoende een manipulatieve controle te houden op de meerderheid van de mensen. Het is dan ook van essentieel belang dat mensen afwijzend staan tegenover het lukraak accepteren van informatie en dit zomaar aanzien voor waarheid of feiten, zonder enige vorm van kritische analyse.</p>
<p>De 21e eeuw, dankzij nieuwe technologie een verscheidenheid aan manieren om informatie te verspreiden, heeft bar weinig gedaan om kritisch denkende mensen te stimuleren, terwijl die onafhankelijkheidsstrijd van kritische denkers in de voorgaande eeuwen juist hevig was, vele levens heeft gekost en uiteindelijk in deze eeuw je bijna zou doen denken dat de manipulatieve elite aan de winnende hand is. Kort gezegd: men is in slaap aan het sussen.</p>
<p>De controle over televisie, radio, kranten en tijdschriften (slechts manieren om informatie en misinformatie te verspreiden) is daarmee verschoven, van de onafhankelijke strijders voor het kritisch denken naar de corporatieve wellustelingen met hun politieke invloeden en die allerlei elites uit verscheidene bevolkingsgroepen in dienst hebben om zodoende ook controle te houden over hetgeen dat zichzelf als ‘minderheid’ bestempelt. Deze kleine groep vreest juist de kritische denkers. Deze elite is juist de nieuwe vorm van dictatuur, waar wij anno 2009 mee te maken hebben en reduceert in feite alle inspanningen om democratie een geslaagd systeem te maken waarbinnen een ieder, ongeacht ras of religie, vertrouwen blijft houden in een rechtvaardig handelen van mensen op cruciale posities.</p>
<p>Verandering, de laatste tijd het sleutelwoord in de politieke arena, is niet alleen een oppervlakkig woord. Hetzelfde geldt voor kritisch denken, voor zover dat echt bestaat, en kritisch denken is juist de tegenstelling van oppervlakkigheid in deze context. Degenen die claimen deze ‘verandering’ te vertegenwoordigen maar in de praktijk juist structureel of systematisch ‘verandering’ tegengaan zijn eigenlijk de mensen die de retoriek van oppervlakkigheid gebruiken, als poging om die manipulatie van mensen te maskeren. Met andere woorden, ze nemen je slechts in de maling.</p>
<p>De mogelijkheid om kritisch te kunnen zijn is een gift die wij, Nederlandse Marokkanen maar ook andere etnische minderheden in Nederland, nooit moeten opgeven en nooit negatief moeten benaderen wanneer iemand dit ook daadwerkelijk doet. Het worden en het zijn van actieve kritische denkers is een belangrijke component van het in leven houden van de gedachte van strijd tegen de gevestigde orde, wanneer die gevestigde orde verzaakt om het algemeen belang te vertegenwoordigen en dreigt uit te draaien op egoïstisch handelen, ten gunste van slechts een kleine groep.</p>
<p>Van moskee tot moskee, buurt tot buurt en stad tot stad, dienen wij onze vertegenwoordigers scherp te houden. Imams, wethouders, burgemeesters en zelfs ministers. Journalisten, columnisten, zichzelf onafhankelijk noemende maar aan allerlei organisaties verbonden vertegenwoordigers van verscheidene groepen mensen; allemaal heel knap wat zij bereiken in hun loopbanen en gezien de maatschappelijke weerstand tegen zichzelf omhooggewerkte etnische minderheden, zowel binnen overheid als bedrijfsleven, extra pluim! Maar die gift van het kritisch denken, zij het een natuurlijk gift, zij het een gift van God, zij het vanuit zelfinzicht, is een gift die ten allen tijde de kiem is van het slagen van het in leven houden van die strijd, waarin we gelijktijdig samen werken aan het versterken van het besef van dat stukje humaan gedrag, dat ons doet realiseren dat kritisch denken een opperste voorwaarde is om samen te kunnen overleven. En zelfs essentieel is voor het menselijk voortbestaan.</p>
<p><strong>M.R. Jabri</strong></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.mirsab.nl/home/2009/08/24/de-noodzaak-van-het-kritisch-denken/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>6</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De Afghaanse waarheid</title>
		<link>http://www.mirsab.nl/home/2009/08/23/de-afghaanse-waarheid/</link>
		<comments>http://www.mirsab.nl/home/2009/08/23/de-afghaanse-waarheid/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 23 Aug 2009 15:06:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Artikelen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.mirsab.nl/home/?p=160</guid>
		<description><![CDATA[Barack Obama is nog niet eens begonnen aan zijn nieuwe baan en stuurt nu al aan op een militaire escalatie in Afghanistan. In het licht van de illegale invasie in dat land, zijn we met deze nieuwgekozen president eigenlijk nog helemaal niets opgeschoten. Om te begrijpen onder welke druk ook Obama staat, is het essentieel [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Barack Obama is nog niet eens begonnen aan zijn nieuwe baan en stuurt nu al aan op een militaire escalatie in Afghanistan. In het licht van de illegale invasie in dat land, zijn we met deze nieuwgekozen president eigenlijk nog helemaal niets opgeschoten. Om te begrijpen onder welke druk ook Obama staat, is het essentieel om de ogenschijnlijk onbekende geschiedenis van Afghanistan en de rol van de VS daarin, te kennen.<span id="more-160"></span></p>
<p>Minder dan een maand na de WTC-aanslagen in New York begonnen de VS een totale luchtaanval op Afghanistan, dat op dat moment vermeend werd de hoofdverdachte van de WTC-aanslagen huisvesting te bieden. Zeven jaar aan bombardementen later, verschijnen er wereldwijd nog steeds filmpjes van Osama bin Laden, die de wereld zo nu en dan even toespreekt en waarschuwt voor nieuwe aanslagen.</p>
<p>Meer dan twintig jaar daarvóór, ergens in 1980, bemoeiden de VS zich al met de Russische invasie in Afghanistan, ten einde deze te doen stoppen. Zelfs de meest progressieve opiniemakers van die tijd, die zich tot dan toe zeer kritisch hadden uitgelaten over alle buitenlandse bemoeienissen van de VS, waren nog net niet lyrisch over de Amerikaanse inspanningen om de Russen te verdrijven en noemden het ‘a good thing’. Het werkelijke verhaal is echter niet zo erg ‘a good thing’.</p>
<p><strong>Geschiedenisles</strong><br />
Sinds de feodale tijden was de inrichting van het politieke landschap van Afghanistan min of meer onveranderd gebleven. 75% van al het grond was in bezit van allerlei stammenleiders, welke huisvesting boden aan slechts 3% van de totale bevolking. De rest leefde op de resterende 25% aan grondgebied. Halverwege de jaren ’60 stonden revolutionaire democratische elementen op om de Democratische Volkspartij van Afghanistan (DVA) op te richten, gestoeld op islamitische gronden. Later, in 1973, werd de toenmalige koning – Mohammed Zahir Shah (1914-2007) – afgezet en verbannen, en vervangen door een naar wat later bleek autocratische, corrupte en impopulaire regering. Deze regering, betrof overigens niemand van de DVA. Na vele, massademonstraties door de bevolking en ook internationale politieke druk werd door deze regering in 1978 besloten om af te treden, waarbij zelfs het leger werd ingeschakeld om alle gemoederen te doen sussen. Het werd uiteindelijk een nationaal bloedbad.</p>
<p>De legerleiding die tijdelijk de leiding nam, nodigde de DVA uit om, onder leiding van de destijds beroemde filosoof en schrijver Nur Mohammed Taraki, een nieuwe regering te vormen en nieuwe verkiezingen voor te bereiden. Uiteindelijk is dit hoe deze Marxistisch-geïnspireerde maar wel islamitische en democratisch gekozen regering aan de macht kwam.</p>
<p>De Taraki-regering zette vervolgens zwaar in om vakbondsbewegingen te legaliseren (verboden onder de voormalige koning), het instellen van een wettelijk minimumloon, een progressieve inkomensbelasting, een literatuurcampagne en de eerste aanzetten tot het vormen van een overheidsgestuurd zorgsysteem, sociale huisvesting en het bouwen van verscheidene openbare werken, zoals een riolering, energiecentrales en havenbouw aan het kleine aantal rivieren. Concurrerende landbouwregelingen werden ontwikkeld en de prijzen van primaire levensbehoeften werden gesubsidieerd door de overheid om zo de toegang daartoe voor iedereen verantwoord te houden.</p>
<p>De toenmalige overheid ging ook verder om de aan tribale banden gelegde emancipatie van vrouwen te bevorderen en vrouwen meer rechten te geven. Onderwijs voor meisjes, tot dan toe onmogelijk, werd gerealiseerd en de kinderen van verschillende stammen werden verenigd door het concept van openbaar onderwijs. In een reportage van de krant ‘San Francisco Chronicle’ (17 november 2001) werd de hoofdstad Kabul omschreven als een voor die periode zeer cosmopolitische stad. Verschillende soorten artiesten en hippies liepen er in die tijd al rond. Vrouwen volgden verschillende culturele en economische studies en behaalden ingenieurstitels aan de stadsuniversiteit. Afghaanse vrouwen bekleedden hoogwaardige posities in het Afghaanse bedrijfsleven en binnen overheidsinstanties. In de jaren ’80 waren er zelfs maar liefst zeven vrouwelijke leden van het toenmalige Afghaanse parlement. Vrouwen reden in auto’s en reisden veilig en vrij door het land. 50% van de studenten aan alle universiteiten in het land waren vrouwen.</p>
<p>De Taraki-regering pakte ook de grootschalige opiumproductie aan. Tot dan toe was Afghanistan al verantwoordelijk voor 70% van alle heroïneproduktie in de wereld. Tevens werden alle schulden van de boeren kwijtgescholden en werd er een progressief landbouwprogramma ontwikkeld. Je kunt dus stellen dat deze regering veel populariteit genoot onder de bevolking en iedereen reikhalzend met hoop en optimisme uitkeek naar de toekomst. Maar oppositie ontstond er ook, ondanks alle positieve inspanningen van Taraki en zijn regering.</p>
<p>De stammenleiders verzetten zich tegen de landbouwhervormingen, omdat er simpelweg meer winst was te halen in de teelt van opiumplanten dan uit de handel van graan, melk en vlees, welke ook nog eens scherp geprijsd werden gehouden dankzij het subsidieprogramma dat Taraki had ingesteld. Tribale leiders protesteerden ook tegen de mogelijkheid van onderwijs voor vrouwen en kinderen en de gelijkwaardigheid tussen mannen en vrouwen die werd gepropageerd.</p>
<p>Vanwege het egalitair en op het collectief gericht economisch beleid van de Taraki-regering, kreeg het land al gauw te maken met de bemoeienissen van de VS. Naar later bleek, steunde de CIA al vrijwel direct na het installeren van de Taraki-regering de feodale ‘instituties’ en voorzag alle leiders van de tribale elementen van geld en militair materiaal om hun ‘verzet’ vorm te geven. De CIA werd hierin zelfs gesteund door militaire leiders van Pakistan en Saöedie-Arabië. Gek genoeg, was de gehele inzet slechts de teelt van de opiumplanten, waarvan Afghanistan zo’n beetje 70% van de hele wereldvoorraad produceert. Iets anders was er niet te halen, want iets anders is er in het land niet te vinden (zie ook het artikel ‘Witte neuzen, gouden naalden’).</p>
<p>Een van de topfunctionarissen in de Taraki-regering was Hafizullah Amin, die al tijdens zijn studententijd in de VS werd gerekruteerd door de CIA. In september 1979 greep Amin middels een coup de macht in Afghanistan en vermoorde, verbande of zette hij duizenden Taraki-aanhangers in de gevangenis. Hij executeerde Taraki en probeerde alle hervormingen stop te zetten, ten einde een fundamentalistische superstaat te stichten, die volgens zijn ideologische erfenis zou leunen op het islamitisch gedachtegoed. De waarheid is dat hij daarnaast ook de teelt van opiumplanten toeliet en dit deed met de steun van de CIA. Dit alles realiseerde hij in slechts twee maanden, waarna de DVA, met hulp van elementen binnen het Afghaanse leger, hem weer afzette. Het moet daarbij opgemerkt worden dat dit allemaal gebeurde nog vóórdat de Russen het land binnenvielen.</p>
<p>De nationale veligheidsadviseur van de VS, Zbigniew Brzezinski, heeft later – maanden voordat de Russen Afghanistan binnentrokken – publiekelijk toegegeven dat de Jimmy Carter-regering van de VS grote sommen geld en militair materiaal aan de stammenleiders weggaf om zo te helpen de hervormingsgezinde regering van Taraki omver te werpen. Met deze hulp werden bijvoorbeeld scholen aangevallen door de tribale strijders en werd er zelfs met de leraren geen genade getoond.</p>
<p>Tegen het einde van 1979 vroeg de regering van de DVA-partij het communistische Moskou om militaire hulp tegen de stammenleiders en hun door opiumhandel gefinancierde en door de CIA getrainde en met militair materiaal voorziene doodseskaders. De Russen hadden tot dan toe al andere soorten hulp gestuurd om projecten in de mijnbouw, landbouw, onderwijs en zorg te helpen bevorderen. Het sturen van militaire hulp zou echter van een andere orde zijn en het kostte de Taraki-regering in Kabul dan ook veel diplomatieke overleggen en verzoeken, voordat de Russen overstag gingen en inderdaad overgingen tot het militair ingrijpen tegen de Pashtun-opiumdealers.</p>
<p><strong>De jihad van de CIA</strong><br />
De Russische interventie in het hele verhaal was voor de CIA een gouden kans om het tribale verzet om te toveren tot een heilige oorlog en te propageren als een islamitische jihad tegen de goddeloze communisten in Afghanistan. In de jaren daarna spendeerden de VS en Saöedie-Arabië meer dan $40 miljard aan al het gedoe in Afghanistan. De CIA en al haar bondgenoten rekruteerden, trainden en voorzagen bijna 100.000 zogenaamde mujahideen (heilige strijders) van militair materiaal en de strijd trok uiterst radicale moslims uit alle landen aan (de meesten kwamen uit Pakistan, Saoëdie-Arabië, Iran, Algerije, Marokko en een minimaal aantal uit Afghanistan zelf). Onder deze zogenaamde mujahideen bevond zich de zoon van een miljonair, de ultra-rechtse Saöedische Osama bin Laden en zijn handlangers. Vergeet niet dat vooraf hieraan een grootschalige propagandamachine van start was gegaan en alle betrokkenen ondertussen werkelijk geloofden dat het ging om een heilige oorlog tegen de Russische bezetters, terwijl de waarheid is dat de Taraki-regering zelf om Russische interventie tegen de opiumhandelende tribale leiders had gevraagd, ten einde hun terreur tegen de hervormingspogingen stop te zetten. Wie dus naar de films ‘Rambo’ (deel 3) of ‘Charlie Wilson’s War’ kijkt, wordt een gigantische verdraaiing van de geschiedenis en mythevorming en cultivering van Amerikaanse heldhaftigheid voorgeschoteld. Om nog maar te zwijgen van de talloze andere films die de Afghaanse situatie proberen te verdraaien.</p>
<p>Na een lange, uitputtende en uiteindelijk gefaalde militaire interventie trokken de Russen zich in februari 1989 terug uit Afghanistan. Algemeen wordt er gedacht dat de DVA-regering direct na het vertrek van de Russen is uiteengevallen. De waarheid is dat de DVA na de Russische evacuatie nog voldoende populariteit genoot onder de bevolking, om nog zeker drie jaar de strijd tegen de tribale leiders te kunnen voortzetten, waarmee het zelf de Sovjet Unie nog een jaar langer overleefde, voordat die uiteenviel.</p>
<p>Bij de machtsovername in Afghanistan ontstonden er vervolgens gevechten onder de mujahideen zelf en was een coalitie van nationale eenheid verder weg dan ooit. Ze plunderden de steden, terroriseerden de bevolking, voerden massaexecuties uit, sloten alle scholen, verkrachtten duizenden vrouwen en meisjes en reduceerden half Kabul tot een zielig hoopje rommel.</p>
<p>Nu het land werd gerund op een manier zoals de Cosa Nostra hun maffiafamilies runden en er natuurlijk wel een structurele bron van inkomsten gegenereerd diende te worden, werden alle boeren aan het werk gezet om de opiumteelt weer op gang te brengen. De Pakistaanse ISI, een nauwe bondgenoot van de CIA in de wereld van de geheime diensten, zette vervolgens honderden heroïnelaboratoria in heel Afghanistan op. Binnen twee jaar nadat de CIA was gearriveerd, was de gehele grensregio tussen Afghanistan en Pakistan de grootste producent van heroïne wereldwijd. De opbrengsten uit de opiumhandel werden niet bewaard in de opiumschuren maar op rekeningen die door voornamelijk Amerikaanse banken werden beheerd. We hebben het hier over een miljarden-business (zie tevens het artikel &#8216;Witte neuzen, gouden naalden&#8217;).</p>
<p>Grootschalig getraind, geschoold, gesubsidieerd maar vooral geïndoctrineerd door de CIA en de ISI trokken de meesten van deze mujahideen zich terug uit de strijd en vertrokken massaal richting Algerije, Tsjetjenië, Kosovo of Kasjmir, om hun heilige oorlog voort te zetten tegen de vervuilende effecten van de inmiddels ontstane seculiere corruptie. Wat je helaas bijna nergens terugleest, is dat ook deze mujahideen, die van oorsprong vaak niet eens Afghaans waren, enkel vanuit een religieus broederschap de Afghanen wilden helpen en achteraf met de domper werden geconfronteerd dat het hele schouwspel in Afghanistan slechts te maken had met de handel in opium, welke teveel en te vaak wordt onderschat. Vele oud-mujahideen zullen dan ook, desgevraagd, toegeven dat zij destijds aan de verkeerde kant hebben gestreden aangezien de Taraki-regering zowaar een strijd voerde om een rechtvaardige samenleving te creëren waarin alle Afghanen met de waarborging van veiligheid, onderwijs, medische zorg en arbeid zich thuis zouden voelen in hun eigen land.</p>
<p>Tegen 1995 vocht de Taliban, een door de ISI en CIA gesubsidieerde groep losbandigen, zich naar de macht. Deze Taliban claimde de soennitische islam aan te hangen en won zo ook de steun van andere islamitische partijen in binnen- en buitenland en tevens de vele stammenleiders die verspreid over het gehele land waren, zij het middels ordinaire omkoping of gewoonweg politieke allianties.</p>
<p>De Taliban beloofde een einde te maken aan de onderlinge strijd tussen de tribale fracties en opiumverhandelende bandieten en zelfs de opiumteelt. Mensen die verdacht werden van moord werden verzameld en maandelijks in de nationale stadions geëxecuteerd en dieven werden ontdaan van een hand. De Taliban veroordeelde immoreel gedrag zoals buitenechtelijke relaties, homoseksualiteit en veelwijverij, onder het mom van waarborging van het islamitisch karakter. Ze verboden daarnaast alle vormen van muziek, literatuur, onderwijs en wetenschappelijk onderzoek. Zo werd er door de Taliban een religieuze terreur uit naam van de islam uitgevoerd die medeverantwoordelijk is voor de slechte naam die de islam in die regio inmiddels draagt. Alle mannen werden verplicht baarden te laten staan en vrouwen werd opgedragen de burqa te dragen en alles van top tot teen te bedekken, ten einde het islamitisch karakter van de Taliban te bewijzen. Mensen die te traag waren om deze simpele instructies op te volgen werden snel en effectief aangepakt. Een vrouw die mishandeld werd door haar man en om die reden vluchtte uit haar huis werd door de autoriteiten gestraft met zweepslagen. Vrouwen werd ook stelselmatig een sociaal leven ontzegd, alsmede medische zorg en alle vormen van onderwijs en arbeid buitenshuis. Vrouwen die zich hier niet aan hielden of wilde houden, werden gestenigd tot de dood erop volgde. In feite werd er zo een samenleving gecreëerd die lijnrecht tegenover de werkelijke islamitische principes stond en inging tegen alles wat de islam in werkelijkheid voorschrijft.</p>
<p>Niets van dit alles was van enige zorg voor de mensen in Washington, welke het prima konden vinden met de Taliban. Tegen 1999 betaalde de VS-overheid zelfs alle salarissen van alle Taliban-functionarissen. Vóór oktober 2001, toen de Amerikaanse president George Bush de publieke opinie voor zich moest winnen om een invasie in Afghanistan te rechtvaardigen, was er geen kip die de situatie in Afghanistan aan de kaak stelde. De situatie rondom de vrouwenrechten werd ineens het paradepaartje van Laura Bush, de echtgenote van George, en na een nachtje slapen ging ze de geschiedenisboeken in als een voorvechtster van emancipatie van en gelijke rechten voor de Afghaanse vrouw. Hoe schrijf je geschiedenis in een dag&#8230;</p>
<p>Als er al iets goeds is geweest dat de Taliban heeft gedaan, was het een einde maken aan de nationale chaos van verkrachtingen, intimidaties en, op termijn, zelfs de teelt van opium, die tot dan toe in handen was van de tribale leiders. Onder het Taliban-bewind werd in 2000 zelfs door het internationale drugsbestrijdingsprogramma van de VN notitie gemaakt van de inspanningen de opiumteelt aan te pakken en zelfs bestempeld als uiterst succesvol. Met de Taliban uit de weg en een trekpoppenregime aangesteld door de invasiemachten na december 2001, schoot de produktie van opium wederom naar ongekende hoogten en was Afghanistan binnen de kortste keren wederom wereldleverancier van opium/heroïne.</p>
<p>De jaren van oorlog die daarop volgden hebben ondertussen tienduizenden Afghanen het leven gekost. Naast de slachtoffers van kruisraketten, Tomahawks, Daisy Cutters en routineus uitgevoerde bombardementen, zijn er ook talloze mensen omgekomen door honger, kou en een gebrek aan water. Men had in de twintig jaar daarvóór in de Taraki-regering een overheid die al deze problemen effectief het hoofd bood en iedere Afghaan kan ondertussen alleen nog maar dromen van die tijd en zo&#8217;n soort regering.</p>
<p><strong>De kruisvaart voor olie en gas</strong><br />
Terwijl zij claimden tegen terrorisme te vechten, hebben de beleidsbepalers nog andere minder &#8216;commerciële&#8217; redenen om zich vooral niet terug te trekken uit Afghanistan. De Centraal-Aziatische regio is, zoals bekend, rijk aan olie en gas. Tien jaar vóór &#8217;9-11&#8242; deed Time Magazine (18 maart 1991) al een reportage over plannen van de VS om een permanente militaire aanwezigheid in die regio te realiseren. De ontdekking van gigantische olie- en gasreserves in Kazakhstan en Turkmenistan zorgden voor deze plannen, terwijl het wegsmelten van de Sovjet Unie een van de tot dan toe grootste barrieres voor de VS werd weggenomen om een uiterst agressief interventiebeleid in dat gebied van de wereld uit te voeren.</p>
<p>Amerikaanse oliemaatschappijen verkregen middels allerlei slinkse manieren zo&#8217;n beetje 75% van alle rechten tot toegang tot deze nieuw ontdekte reserves. Het grootste probleem dat overbleef was het vervoer van deze grondstoffen, vanuit de vrij geïsoleerde gebieden. Officials pleitten destijds voor het gebruik van de Russische pijpleidingen of de meest directe route over Iraans grondgebied richting de Perzische Golf, alwaar de Amerikanen reeds een dikke vinger in de pap hadden. Daarnaast werden er ook alternatieve routes onderzocht, door mogelijke pijpleidingen door Azerbeidjan en Turkije, richting de Middellandse Zee of dwars door China heen, richting de Grote Oceaan. De route die door Unocal, een Amerikaans oliebedrijf, als beste werd geopperd lag dwars door Afghanistan en Pakistan, richting de Indische Oceaan. De intensieve onderhandelingen die Unocal aanging met de Taliban leidden tegen 1998 uiteindelijk op niets uit, terwijl een Argentijns bedrijf ondertussen ook een bod deed op het plaatsen van een concurrerende pijpleiding, waar de Taliban wel gevoelig voor bleek. De oorlog die Bush inzette tegen de Taliban deed Unocal nieuwe hoop hebben op het alsnog kunnen plaatsen van een pijpleiding.</p>
<p>Interessant genoeg, hadden noch Clinton of Bush Afghanistan ooit geplaatst op de lijst van staten die &#8216;terrorisme&#8217; ondersteunden, ondanks de erkende aanwezigheid van Osama bin Laden als gast van de Taliban, die ondertussen zijn naam had gevestigd en &#8216;s werelds superterrorist was geworden. Zo&#8217;n plaatsing op een soortgelijke lijst had namelijk direct alle deuren gesloten voor iedere oliemaatschappij om onderhandelingen aan te gaan met het regime in Kabul, over het plaatsen van pijpleidingen. Het was dus van strategisch belang de Taliban vooral niet tegen te krijgen, wat uiteindelijk wel gebeurde toen de Taliban allerlei akkoordjes dreigde te bereiken met andere entiteiten, zoals Argentijnse oliemaatschappijen.</p>
<p>Al met al, hadden de VS dus lang vóór 9-11 al voorbereidingen getroffen om actie te ondernemen tegen de Taliban en een permanente militaire aanwezigheid in die regio te plaatsen. De WTC-aanslagen op 11 september 2001 creëerden de perfecte katalysator om de publieke opinie in de VS te winnen voor de militaire interventie in Afghanistan. De rest is geschiedenis.</p>
<p><strong>A change has come</strong><br />
Je zou kunnen stellen dat, had Washington destijds de Marxistisch-geïnspireerde maar ook islamitische Taraki-regering met rust gelaten, er geen leger van opiumhandelende (nep)mujahideen, waarschijnlijk niet eens een Russische interventie, geen WTC-aanslagen, geen Osama bin Laden en geen verscheurde Afghaanse samenleving zou zijn geweest. Het zou kennelijk echter ook teveel gevraagd zijn geweest van de VS om een linksprogressieve regering, die bezig was het publieke domein in te richten voor de gehele bevolking in plaats van op een corrupte manier persoonlijk gewin na te jagen, met rust te laten. In dat licht heeft de interventie in Afghanistan zich bewezen als dezelfde soort interventie in Cambodja, Angola, Mozambique, Ethiopië, Nicaragua, Granada, Panama en Irak. Het had dezelfde bedoeling om egalitaire en sociale veranderingen tegen te werken en economisch hervormingsgezinde regeringen van de troon te stoten. In al deze gevallen zijn er uiteindelijk ordinaire bandieten in het zadel geholpen, hele economiën verwoest alsmede miljoenen onschuldige slachtoffers gemaakt, ten einde de kapilatistische droom in leven te houden en welke nu zelf alsnog ten onder lijkt te gaan doordat de kapitalistische luchtbel aan het imploderen is geslagen.</p>
<p>De oorlog in Afghanistan, een murw geslagen land, gaat ondertussen echter door en wordt door vele VS-officials nog steeds uitgelegd als een heldhaftige strijd tegen het terrorisme. Als dat het al ooit is geweest, dan was het daarnaast nog veel meer: een oorlog die was ingezet tegen de vorming van een linksgeöriënteerde regering die voor die regio en voor die tijd revolutionaire hervormingen wilde bewerkstelligen. Met als resultaat dat de VS de controle verkrijgen over de laatste, onaangetaste voorraad van fossiele brandstoffen in de wereld.</p>
<p>In dat aspect, klinkt Obama&#8217;s roep om verandering nog altijd als holle retoriek.<br />
<strong>M.R. Jabri</strong></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.mirsab.nl/home/2009/08/23/de-afghaanse-waarheid/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>7</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Blanke vrouwen vs. zwarte mannen</title>
		<link>http://www.mirsab.nl/home/2009/08/22/blanke-vrouwen-vs-zwarte-mannen/</link>
		<comments>http://www.mirsab.nl/home/2009/08/22/blanke-vrouwen-vs-zwarte-mannen/#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 22 Aug 2009 15:15:51 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Artikelen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.mirsab.nl/home/?p=129</guid>
		<description><![CDATA[Nu dat Barack Hussein Obama op 20 januari 2009 de 44e president van de Verenigde Staten van Amerika zal worden en iedereen die zich onderdeel voelt van de ‘Yes, We Can-beweging’ uitbundig van vreugde is (na 8 jaar Bush-dictatuur is dat ook niet zo gek), is het van belang om even na te gaan waar [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Nu dat Barack Hussein Obama op 20 januari 2009 de 44e president van de Verenigde Staten van Amerika zal worden en iedereen die zich onderdeel voelt van de ‘Yes, We Can-beweging’ uitbundig van vreugde is (na 8 jaar Bush-dictatuur is dat ook niet zo gek), is het van belang om even na te gaan waar in dit ‘bastion van blanke superioriteit’, de ‘etnische minderheid’ (door Obama overduidelijk vertegenwoordigd, al was het maar slechts door zijn huidskleur) zijn slag heeft geslagen. <span id="more-129"></span></p>
<p>In het licht van de opmerkingen van Hillary en Bill Clinton, over het negroïde bloed in Obama’s aderen (dat net zo rood is als dat van henzelf) deed ook ‘white personality’ Roseanne Barr een duit in het zakje. Waar mensen als Oprah Winfrey als invloedrijke ‘zwarte’ dienst doet als voorbeeld voor vele Afro-Amerikanen, is Roseanne Barr de televisiespiegel van types als ‘Joe the Plumber’ (de frauderende eenmanszaakwanna-be die model staat voor de blanke arbeidersklasse), alsmede een van de vele exponenten die voorbeeld is voor het feminisme in de VS. Laat ik in deze analyse allereerst duidelijk zijn over één ding: bij het nagaan van alle hiermee gemoeide informatie is het zaak om onpartijdig te zijn in de keuze ‘Clinton of Obama’. De één vertegenwoordigt, samen met Roseanne Barr en types als Gloria Steinem, een eeuwenlange strijd van feminisme en gelijkwaardige behandeling van vrouwen. De ander vertegenwoordigt de decennialange strijd voor gelijkwaardigheid tussen mensen in de VS, ongeacht huidskleur. De laatste is een strijd die in de Amerikaanse praktijk rechtvaardiger doet aanvoelen, omdat de vergelijking op een aantal cruciale punten al mank gaat en zowel voor vrouwen als mannen geldt.</p>
<p>Het blijkt dat wanneer er veel op het spel staat en de psychische achterdeurtjes geopend worden, vele van deze zogenaamde blanke feministen en blanke liberale vrouwen terugvallen op het oude, vertrouwde recept van latent racisme en de claim op voorrang voor blank privilege.</p>
<p>Darren Parker, van de organisatie ‘School of the America’s Watch’ (www.soaw.org) beschreef het al treffend in zijn artikel, ‘White Female Liberals aka Progressives’: “De realiteit is dat blanke vrouwen in de VS, op twee na, de grootste groep vertegenwoordigen die de meeste privileges heeft. Ondanks de realiteit van seksisme, is er geen enkele categorie van gekleurde mannen die dezelfde mate van rijkdom, macht, politieke privileges, onderwijs of controle heeft als blanke vrouwen”. Steek die maar als blanke in je zak.</p>
<p>Wanneer iemand als Gloria Steinem in de ‘New York Times’ iets tenenkrommend schrijft, zoals dat zwarten na de AmeriKKKaanse burgeroorlog het stemrecht hebben gekregen, en vrouwen dat pas kregen na 1920, en dan doet alsof dat iets is waar zwarten in de VS genoegen mee moeten nemen, dan suggereert dat niet echt dat deze zelfbenoemde frontstrijdsters van het feminisme bondgenoten zijn van kleurlingen die de rassenstrijd zijn aangegaan, met als gezamenlijk doel een gelijkwaardige behandeling van mensen, ongeacht kleur of geslacht. Het zou een krachtige eye-opener moeten zijn, dat deze blanke vrouwenstrijd eigenlijk maar eenzijdig geldt: alleen blanke vrouwen verdienen de vruchten die de inzet van strijd voor gelijkwaardigheid afwerpt. Als je huidskleur niet blank is ben je de pineut. En als je ook nog eens een gekleurde man bent, dan kun je jezelf maar net zo goed zo snel mogelijk aan de hoogste katoenplant hangen, opdat je nog de waardigheid hebt om te ontkomen aan de intellectuele lynchpartij van boze blanke huismoeders. Cause they will bust that black ass.</p>
<p>Steinems voorspellende weglating van voorbeelden als Jim Crow is niet alleen misleidend, maar ook onverantwoord, en draagt bij aan miskenning van historische feiten: zwarten werden in de jaren ’60 al vermoord voor het uitvoeren van hun vrijgevochten recht om te stemmen in de democratie waarvan zij onderdeel zijn, terwijl ik talloze archieven overhoop heb gehaald, op zoek naar voorbeelden van grote aantallen blanke vrouwen die werden vermoord, slechts omdat zij hun democratisch recht uitvoerden en in de VS zijn omgelegd vanwege hun feminisme. Niets gevonden.</p>
<p>Een enkele beroepsidioot wees mij op de zogenaamde heksenverbrandingen, waarbij vrouwen onterecht werden aangezien voor heksen die zwarte magie uitoefenden en in opdracht van Europees-christelijke leiders op de brandstapel werden gegooid. En dat in een tijd dat democratie in Europa nog niet eens aan de orde was. Om je krom te lachen.</p>
<p>Steinem zeurt nog even door, dat als een vrouw met het gebrek aan kwaliteiten waaraan Barack Obama lijdt (ze benoemt dit gebrek aan kwaliteiten niet) werkelijk voor de baan van president zou gaan, ze niet serieus zou worden genomen. Dat suggereert nog even dat het AmeriKKKaanse volk nu ineens collectief aan positieve discriminatie doet. Want volgens haar is Barack niet geschikt en heeft zijn huidskleur de doorslag gegeven.</p>
<p>Dan vraag ik me weer af: zou Hillary Clinton, toch wel even de senator voor de staat New York en tevens een serieuze gegadigde om verkozen te worden tot de presidentskandidate namens de Democraten, een serieuze kans hebben gemaakt als zij niet getrouwd was met Bill Clinton? Ik betwijfel het.</p>
<p>In het afgelopen jaar werd het publiek echter wel continue met een misleidende vraag lastiggevallen: wie zouden de Amerikanen moeten kiezen als president, een vrouw of iemand die een gekleurde huidskleur heeft? Een eerlijkere vraag zou zijn: zouden de Amerikanen een blanke vrouw of een zwarte man moeten kiezen? Dat zou de werkelijke verhoudingen in de Amerikaanse samenleving beter weergeven. Als je het antwoord zoekt op statelijk en federaal niveau, krijg je namelijk ook een heel duidelijk antwoord: 34 blanke vrouwen hebben in de Amerikaanse Senaat gediend, tegenover 2 (!) zwarte mannen en 1 zwarte vrouw (Carol Mosley-Braun in 1993). En op dit moment zitten er 16 blanke vrouwen, tegenover die ene, eenzame neger, die ook nog eens de presidentsverkiezingen heeft gewonnen. Bij monde van Gloria Steinem, is dat laatste kennelijk een uiterst bitter rode pil om te slikken, voor blank feministisch AmeriKKKa.</p>
<p>Sinds de internationale kredietcrisis in de presidentiële race een rol ging spelen, is het ook zaak om te kijken naar het verschil in salarisniveau, onder blanke vrouwen, in vergelijking met zwarte en latino mannen: volgens het rapport van de ‘U.S. Census Bureau’s Population Survey’, genaamd “2005, Annual Social and Economic Supplement”, zien we dat blanke vrouwen gekleurde en latino mannen ver achter zich laten: blanke vrouwen verdienen gemiddeld $ 32.683 op jaarbasis, tegenover $ 31.732 onder zwarte mannen en zelfs $ 26.921 onder latino mannen. Zwarte vrouwen staan daarin op een ‘miezerige’ $ 29.145, en latino vrouwen zelfs op (je zou er je bed niet meer voor uitkomen) $ 24.255 per jaar.</p>
<p>Net als Gloria Steinem, is het ook de achteraf onterecht veel geprezen Hillary Clinton die de raciale realiteit in de VS negeert: politiek in de VS is altijd een spel geweest dat tot voor kort enkel was weggelegd voor de blanken, en dat wanneer het erop aankomt en blanke macht en privilege bedreigt wordt, ook exponenten van blank feminisme door de mand vallen door niet boven het opstoken van raciale vuurtjes te gaan staan. En ondertussen staat Barack Obama, die als aangeschoten wild door het blanke deel wordt nagekeken, temidden van alles vooral zijn best te doen om juist afstand te behouden van die hele zieke rassenstrijd.</p>
<p>Het was Bill Clinton die de plaats van de Clintons verraadde, door naar Obama te refereren als ‘that kid’, gevaarlijk dichtbij die ene, smerige benaming die ze voor negers in de VS voornamelijk gebruiken: ‘boy”. Ik hoorde daarin de arrogantie van een man die, vanwege zijn voorliefde voor jazz en zijn inspanningen voor zwarten in de VS toen hij nog zelf senator was, ergens denkt dat hij zomaar wat kan zeggen over Amerikaanse zwarten en denkt ermee te weg te kunnen komen, denkt tegen Obama te kunnen zeggen: ‘know your place, boy!’ of ‘wait your turn, boy!’. Het is de toon van zijn woorden en de onderliggende miskenning van kwaliteiten, die ik ook overal hoorde en proefde onder blanken in Nederland, toen Aboutaleb tot burgemeester van Rotterdam werd benoemd. Iemand die te boek staat als ‘liberaal’ en ‘progressief’ is daar kennelijk ook niet immuun voor. Om nog maar eens een feit in het verlengde daarvan te benoemen: de Clintons zijn altijd centrumgerichte politici geweest, ondanks dat de media en het publiek om onverklaarbare redenen hen altijd een liberaal en progressief label toedichtte. En zoals ik in eerdere publicaties al heb opgemerkt: ten tijde van de economische ‘boom’ onder Clinton’s bewind in de jaren ’90, waren het juist vooral zwarte mannen die ‘grond verloren’ op de maatschappelijke ladder. Het zou dan ook, in de nasleep van deze spectaculaire verkiezingsstrijd, onderwerp van gesprek moeten zijn hoe duidelijk de Clintons een soort van sinistere capitulatie aan het racistisch karakteriseren en miskenning van de maatschappelijke rol van etnische minderheden hebben ondergaan, resulterend in het voorstaan van een soort van herinrichting van Amerika’s rijkdommen (ten goede van wie?) en minderende nadruk op het verdedigen van het heft in eigen handen nemen, zoals Obama juist gedaan heeft.</p>
<p>Ondanks het genieten van de voordelen van de uitkomsten van de rassenstrijd in de VS, hebben ook de exponenten van het blanke feminisme in de VS kenbaar gemaakt hoe het er werkelijk voor staat: gezien de strijd voor gelijkwaardigheid die zowel blanke feministen als etnische minderheden hebben gevoerd, zou je bijna denken dat zij meer met elkaar hebben dan dat blanke feministen zouden hebben met hun zonen, echtgenoten, vaders en broers, die allen het gemak van de blanke klasse genieten en juist is gebouwd op het neerhalen en onderdrukken van vrouwen, etnische minderheden maar vooral kleurlingen en verraad het zweren bij blanke superioriteit door blanke feministen, nog voor het zweren bij de strijd voor gelijkwaardigheid en rechtvaardigheid.</p>
<p>Dus vraag ik je: in welke constructie, of beter gezegd reconstructie, van de realiteit die mensen als Steinem en Hillary Clinton ons voorschotelen, hebben zwarte mannen nou eigenlijk meer om dankbaar voor te zijn dan blanke feministen? Vele blanke liberalen hebben zichzelf, ook dankzij de overexposure van sommige zwarte persoonlijkheden, laten influisteren dat het aangaan van die rassenstrijd niet langer nodig is. Het gebrek aan brandende kruizen, hogedrukspuiten, lynchpartijen en bloeddorstige honden doet hen denken dat het allemaal wel koek en ei is, terwijl iedere indicator die je erbij pakt (economie, onderwijs, gezondheidszorg, etc.) juist uitwijst dat racisme hoogtij viert in de VS. En dan laten we de reacties van bijna de helft van de blanke Amerikanen op de eerste zwarte president maar even achterwege.</p>
<p>Dit brengt ons dan bij de senator van Illinois, Shelby Steele, die in zijn interview op PBS met Bill Moyers een uiterst dubieus standpunt innam. Hij stelde dat zwarten in de VS, om in te passen in de huidige definitie van ‘Blackness’, sommige zwarten eigenlijk parasiteren op de aanname dat er enig schuldgevoel is bij blanken, over de racistische geschiedenis van de VS. Hij ging door met te stellen dat vele zwarten ‘blank schuldgevoel’ manipuleren en daardoor parasiteren op de eeuwige zoektocht blanken naar clementie, vanwege dat racistisch verleden. Standpunten zoals deze zijn eigenlijk helemaal niet zo gek. We horen in Europa, en met name in Nederland, soortgelijke geluiden wanneer we het hebben over de Joden, en hoe zij parasiteren op de schuldgevoelens van autochtone Nederlanders die ten tijde van WOII collectief collaboreerden met de nazi’s en zo honderdduizenden Joden hebben verraden.</p>
<p>Ik zie het als volgt: als er blanken zijn die genieten van de voordelen van het ‘blank zijn’, als resultaat van die vermeende blanke superioriteit en alle daarbij behorende historische feiten van genocide, rassenhaat, onderdrukking en ga zo maar door, dan is enig schuldgevoel in het onderbewustzijn wel op zijn plaats. Velen zullen vandaag de dag zeggen: ‘ik sta daar niet voor, ik kan daar niets aan doen’, hebben een punt totdat zij geconfronteerd worden met de voordelen van het blank zijn, bij het toegelaten worden tot allerlei ‘ruimten’, ten koste van een iemand die behoort tot een etnische minderheid of een andere huidskleur. Het verwijt dat Obama nu president is omdat hij ‘een zwarte’ is, is net zo krom als dat een blanke het beter zou kunnen doen, omdat het een blanke is.</p>
<p>Dat schuldgevoel is niet meer dan gezond en op zijn plaats: een moordenaar dient schuld te voelen over de moorden die hij heeft gepleegd. Dat eisen we als samenleving, omdat we collectief tegen moord zijn. Zeggen we. Dat geldt ook voor verkrachters, dieven en allerlei andere criminelen. Dat eisen we als samenleving, omdat we collectief tegen criminaliteit zijn. Zeggen we. Met schuldgevoel doel ik dan niet op wanhoop of gebrek aan hoop op een voorrangsbehandeling, enkel omdat mijn kleur zwart zou zijn en talloze bomen in Texas en Ohio meer negers hebben hangen dan bladeren. Of omdat ik een Marokkaan ben en talloze Geert Wildersen eindeloos lang slechte dingen roepen en schrijven over de Marokkaanse gemeenschap, of moslims in het bijzonder. Dat rechtvaardigt een voorkeursbehandeling nog altijd niet en zou van ‘het slachtoffer’ slechts een hypocriet maken, die denkt op basis van zijn afkomst of religieuze beleving ergens meer recht op te hebben dan een ander.</p>
<p>Nee, dit schuldgevoel, in de kern, is niets anders dan het hebben over een geweten en er naar luisteren. Dietrich Bonheoffer, een slachtoffer van de joodse holocaust, beschrijft in zijn klassieker ‘The Cost of Discipleship’ het fenomeen van ‘goedkope clementie’. Zijn punt daarin is dat deze goedkope clementie een soort van vergiffenis vertegenwoordigt, die niet met de daarbij gepaste spijtbetuiging gepaard gaat; het genieten van de consolaties van absolutie, zonder enige restitutie. Op dat punt bevinden we ons wereldwijd nu, in de strijd tegen racisme en voor gelijkwaardigheid en sociale rechtvaardigheid.</p>
<p>Amerikanen willen nu eenmaal een hele snelle en makkelijke route naar verandering of sociale transformatie; een soort van goedkoop moraal, dat ‘kosteloos’ middels zogenaamd ‘lip-service’ de voordelen van gelijkwaardigheid moet opleveren, zonder dat het geïnstitutionaliseerde en systematisch racisme en de bijbehorende blanke privileges uitgedaagd worden. Het is een goedkoop activisme dat eigenlijk roept ‘fight the power!’, maar zelfreflectie en herbeoordeling van de eigen waarden en normen buiten beschouwing laat. Ik ben het dan ook nooit eens met mensen zoals Shelby Steel, maar één ding dat ie riep, klopt als een bus: Barack Obama is een soort van clementie voor blanken.</p>
<p>Wanneer je dit standpunt verder analyseert, en de huidskleur van Obama buiten beschouwing laat, wat zal dan de echte ‘change’ binnen de status quo zijn waar Obama het nu steeds over heeft?</p>
<p>Obama heeft, ondanks zijn objectief imago ten aanzien van kleur en afkomst, geholpen deze goedkope clementie voor blanken te faciliteren, door dingen te roepen zoals &#8216;Blacks are 90% of the way to equality&#8217;, &#8216;class was more in play in Jena than race&#8217;, of &#8216;the incompetence during Katrina was colorblind&#8217;. Als ik een Amerikaan zou zijn geweest, dan kon ik hier natuurlijk niets mee. Het gaat tevens in tegen het argument alszou Obama tijdens zijn campagne nooit de rassenstrijd hebben betrokken in het geheel, want dat heeft ie namelijk wel gedaan, en de dingen die hij riep zijn ergens toch wel verontrustend voor degenen die beseffen dat kleurenblindheid niet hetzelfde is als gelijkwaardigheid. En dat is dus de vermetelheid van Obama’s definitie van hoop: het is een goedkope verandering die hij voor ogen heeft. Hij biedt Amerika en de wereld een sociale conversie, zonder enige controverse.</p>
<p>James Cone, theoloog en activist, merkte het al treffend op: ‘Als wij Amerikanen nou eens zouden erkennen dat we niet onschuldig zijn, dan zouden we in de internationale arena weer eens een rol van betekenis kunnen spelen. En dat doen we niet. We denken graag dat we onschuldig zijn, terwijl we er juist helemaal geen reden voor hebben. En ondertussen haat de wereld ons. Dat hebben we aan onszelf te danken. En aan niemand anders. Deze hele verkiezingscampagne zou niets te maken moeten hebben met het verlenen van clementie aan blanken, maar juist aan het afmaken van ‘unfinished business’ en doorwerken totdat we onze laatste druppel van betrokkenheid hebben getoond, opdat de wereld ons gaat beschouwen als een natie met juiste intenties’.</p>
<p>Momenteel ziet de VS er als volgt uit: blanke mannen met een strafblad krijgen, in vergelijking met zwarte mannen met identieke strafbladen, veel vaker en veel betere banen aangeboden dan zwarte mannen. Blanke mannen mét een strafblad krijgen in de VS net zo veel banen aangeboden als zwarte mannen die zelfs nog nooit zijn gearresteerd. Het inkomensverschil tussen blanke en zwarte gezinnen is, beoordeeld aan de hand van huidige maatstaven, groter dan ooit, ondanks de voordelen van de burgerrechtenstrijd. Het gevangen zetten van grote massa’s zwarte mannen heeft de zwarte gemeenschap gedecimeerd. Nee, met Barack Obama als de eerste zwarte president van de VS als goedmakertje, komt de zwarte gemeenschap in de VS er bekaaid van af. Zij doet zichzelf tekort, nu te denken dat met het kiezen van een zwarte president de rassenstrijd is gestreden. De verkiezingen hebben juist duidelijk aangetoond dat blanke Amerikanen nog steeds niet hebben gebroken met hun vermeend ‘white supremacy’ en dus is clementie voor die racistische geschiedenis allesbehalve op zijn plaats. Zwarten moeten nu juist, meer dan ooit, meer eisen. Van zichzelf, van hun kersverse president, maar vooral van blanken, opdat de VS werkelijk als één natie zich zal beseffen wat voor rol zij in de wereld speelt, en dat de interne verdeeldheid, gebaseerd op ras en afkomst, reden is om de rest van de wereld in vuur en vlam te zetten. En te houden. Zwarten hebben in het verleden meer dan eens veel te weinig geëist. En hebben dan ook precies datgene gekregen wat ze wilden hebben: veel te weinig.</p>
<p>Het optimisme in Europa is dan ook lachwekkend. De ‘can&#8217;t we all just get along’-retoriek is dan ook het resultaat van het afwenden van sociale problemen die zich nog steeds voordoen op Europees grond. In Nederland werd een Marokkaan gekozen tot burgemeester van het economisch hart van het land en de retoriek die vrijkwam, was net zo verdeeld als de reacties onder blanken op de uitkomst dat Obama nu president is van de VS: het is zoals het is, dus het moet maar. We laten het knarsen van tanden dan maar achterwege, om vooral niet te worden weggezet als beroepspessimist. Barack Obama wordt door de wereld gezien als een verandering van Amerikaans beleid in internationale zaken, terwijl de VS slechts probeert te breken met haar ‘history of bigotry’ door een ‘neger’ te kiezen als president en hopen dat dit clementie zal verschaffen voor het racistisch verleden van het land. Ik zeg: laat Obama zijn kogelvrij vest aantrekken en eerst maar eens aan het werk gaan. En over vier jaar kijken we weer eens terug en beoordelen we de zeker wel inspirerende man op zijn gerealiseerde projecten, en niet meer op zijn huidskleur.</p>
<p>En als ie er niets van heeft gebakken, dan zullen blanke feministen zoals Clinton en Steinem natuurlijk roepen: ‘You see?! A white woman would have been better!’</p>
<p><strong>M.R. Jabri</strong></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.mirsab.nl/home/2009/08/22/blanke-vrouwen-vs-zwarte-mannen/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>5</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Het cowboy dogma</title>
		<link>http://www.mirsab.nl/home/2009/08/21/het-cowboy-dogma/</link>
		<comments>http://www.mirsab.nl/home/2009/08/21/het-cowboy-dogma/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 21 Aug 2009 15:02:58 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Artikelen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.mirsab.nl/home/?p=174</guid>
		<description><![CDATA[Waarom is &#8216;conservatisme&#8217; nog steeds geen vies woord in het politieke landschap van de VS? Gezien de politieke resultaten van de laatste acht (of eigenlijk dertig!) jaar dat het conservatieve regime aan de macht is geweest, zou je denken dat de mensen in de VS conservatisme wel zat zijn. Hoe kan het dat Republikeinen steeds [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Waarom is &#8216;conservatisme&#8217; nog steeds geen vies woord in het politieke landschap van de VS? Gezien de politieke resultaten van de laatste acht (of eigenlijk dertig!) jaar dat het conservatieve regime aan de macht is geweest, zou je denken dat de mensen in de VS conservatisme wel zat zijn. Hoe kan het dat Republikeinen steeds weer wegkomen met leugens, smerige trucjes voor eigen gewin, ordinaire diefstal en massahypocrisie? En waarom lijken de Democraten aldaar zo ruggengraatloos, juist en vooral in het bijzijn van Republikeinen?<span id="more-174"></span></p>
<p>Het antwoord op deze vragen lijkt van culturele aard. De conservatieve Republikeinen lijken, beter dan de Democraten, prima afgestemd op het Amerikaanse volk. De VS is op papier een democratie. Er is een democratisch kiessysteem, maar de kandidaten waaruit je kunt kiezen streven geen enkele vorm van democratie na. Het is zoiets als slechts het verkrijgen van een mandaat voor een bepaalde periode om diplomatiek onschendbaar te kunnen doen en laten wat je wilt, en degene die de kippen zonder kop hen het beste de eigen veren kan verkopen krijgt dat mandaat. Het ligt diep verankerd in de Amerikaanse waarden, hoop en dromen om juist vooral conservatief te blijven. Zelfs de meest zichzelf als overtuigde Democraat verkopende kandidaat voor welke post dan ook is in zijn basis een exponent van conservatisme.</p>
<p>Om te beginnen hebben de VS een driehonderd jaar oude geschiedenis van racisme. Die geschiedenis heeft vandaag de dag nog steeds invloed op ieder Amerikaans kind. En zelfs naast deze &#8216;olifant in de porseleinen huiskamer&#8217; zet men het beste beentje voort om vooral dat imago van een links en progressief perspectief op te houden.</p>
<p>Burgers van andere landen kunnen nog teren op hun eigen culturele iconen die voor rebellie tegen de gevestigde orde ageerden en revolutionaire visionairs waren in hun tijd. Zelfs landen waar deze &#8216;collectiviteitshelden&#8217; niet voorkomen, is er in ieder geval nog vaak sprake van een saamhorigheidsgevoel of een sociaal-maatschappelijk bewustzijn. In 2004 stemden de Canadezen voor Tommy Douglas als &#8216;de grootste Canadees ooit&#8217;. Tommy Douglas was een socialistische hervormer en staat bekend als de vader van de Canadese gezondheidszorg. De Britten hebben Robert Owen, de Fransen Emile Zola en de Duitsers hebben Karl Marx. Zelfs de Marokkaanse Berbers, in maar een hele kleine periode van hun eeuwenoud bestaan een autonoom volk, hebben hun icoon van de onafhankelijkheidsstrijd, genaamd Abdelkarim El Khattabi.</p>
<p>Maar de VS dan, wie hebben zij? Franklin Roosevelt? Joe Hill en Eugene Debs? Martin Luther King? De vrijheidsstrijders ten tijde van de Vietnam-oorlog? Misschien Elizabeth Staunton en Susan B. Anthony? Mario Savio, misschien? Malcolm X? John Brown? Tom Paine? Emma Goldman? Bij de meeste van deze namen kleeft er wel iets negatiefs. Met uitzondering van King en Roosevelt, worden al deze namen maar heel vaagjes herinnerd, als het al überhaüpt gedaan wordt. De opstellers van het hele idee achter de Amerikaanse droom zijn inmiddels volledig ontdaan van hun revolutionaire inhoud en herrezen in de huidige tijd als iconen van een degelijk, christelijk en conservatief maar vooral blank Amerika. Of Thomas Jefferson nou een agnostische, socialistische revolutionair was of niet, dat doet er niet toe: hij wordt neergezet als iets wat ie niet is.</p>
<p>Amerikanen houden nou eenmaal van verhalen over kleine, arme jongetjes die het schoppen tot multimiljonair en verworden tot visionaire revolutionairen. We weten allemaal hoe de Amerikanen collectief mensen zoals Bill Gates en Henry Ford zowat aanbidden. Deze twee iconen van het overdrijven staan symbool voor het beeld van de hoofdrolspelers in verhalen over levens van hardwerkende mannen die hun rijkdom en vrijheid hebben verdiend, waarbij alle negatieve realiteiten uit die verhalen worden weggelaten. Zelfs in Nederland weten onze studenten aan iedere technische hogeschool niet beter dan dat Henry Ford de voorvader is van de massaproductie van gemotoriseerde personenvoertuigen. Ze weten echter geen van allen dat Ford eindeloze pleidooien hield in het voordeel van Adolf Hitler en ook nog eens een overtuigde publicist van antisemitische rotzooi was, in zijn eigen blad, de &#8216;Dearborn Independent&#8217;.</p>
<p>Kijkend naar de televisie worden we doodgegooid met eindeloze &#8216;You-can-get-rich-quick-and-easy&#8217;-reclames; de ene na de andere verkoper vertelt hoe hij het snelst en het makkelijkst zijn weg heeft gevonden naar het levensveranderende geld. Of we krijgen een kijkje in de huizen van multimiljonairs, en zien hoe ze leven en hoeveel deurknoppen van platina er in hun huizen aanwezig zijn. En hun garages, om te kunnen zien wie in welke Ferrari of Rolls Royce rondrijdt.</p>
<p>Is hebberigheid misschien toch niet zo verkeerd? Jawel. Wat is er mis met het hebben van bezit? Niets. Maar zijn er niet al teveel mensen die geloven dat het verdienen van geld an sich een levensdoel is en de moeite waard om er je leven lang naar te streven? In onze Nederlandse samenleving kijken we al gauw met argwaan naar mensen die belachelijk veel geld hebben en stellen we kritische vragen bij hoe iemand zoveel rijkdom heeft vergaard. &#8216;Ja, met hard werken&#8217;, zullen velen zeggen. Maar werken ze wel zo hard? Deze kritische kijk op zaken is er in de VS amper.</p>
<p>Wie kan er nog bijhouden hoeveel nationale helden er wel niet zijn, mensen die het heft in eigen hand nemen en &#8216;vechten voor rechtvaardigheid&#8217;? Van John Wayne tot aan Charles Bronson, Dirty Harry tot aan Rambo en de jonge Vito Corleone; men kijkt met bewondering, zonder enige kritische noot, naar mensen die voor eigen rechter spelen en met de stok (het liefst een pistool, want praktischer) achter slechte mensen aan zitten om de fouten in de samenleving recht te zetten. Ze doen het min of meer alleen en op eigen houtje. Geen sociale actie hier om sociale rechtvaardigheid te bereiken. Rambo valt Vietnam binnen om een handjevol Amerikaanse gevangenen te bevrijden, een Bronson die vecht en moord en stadsbendes uitroeit. Beiden omzeilen incompetente overheden en corrupte politiemachten en krijgen zo het werk gedaan. Pragmatisch, en dus gerechtvaardigd. Een jonge Vito Corleone die alles doet wat nodig is om zijn &#8216;familie te beschermen&#8217;. We willen nogal eens vergeten dat het gaat om een crimineel en moordenaar. We vergeten nog wel eens dat Bronson een huurmoordenaar is, omdat het gelegitimeerd is om tegen onrecht te vechten. In dit allemaal is er een sterk smaakje van &#8216;het doel heiligt de middelen&#8217;. Als je moet liegen en moorden om het Koninkrijk van God op Aarde (het echte Amerika?) te bereiken, so be it. Moet bekend klinken.</p>
<p>Als Rambo honderd Vietnamezen opblaast om een handjevol Amerikaanse gevangen te bevrijden, dan &#8216;weten&#8217; we dat ie slechts de &#8216;bad guys&#8217; uitroeit. Geen onschuldige slachtoffers daar. We kunnen Rambo niet de echte wereld binnenjuichen, maar men kan kennelijk wel de onvoorwaardelijke liefde voor en eeuwige trouw aan het militair apparaat zweren, ergens vergetend dat de slordigheidjes in hun militair werk ook onschuldige slachtoffers oplevert.</p>
<p>Amerikanen stemmen nou eenmaal niet op de socialistische &#8216;sufferds&#8217;. Adlai Stevenson was de concurrent van Eisenhower in de verkiezingscampagne van die tijd. Stevenson maakte geen kans, enkel en alleen omdat hij juist teveel een intellectueel was om president te worden. Kennelijk is er een voorkeur aan voormannen die simpele taal hanteren, pragmatisch zijn ingesteld en niet teveel nadenken en lezen. Het moet min of meer een cowboy zijn. Het is daarom ook heel erg moeilijk een Amerikaans icoon te bedenken die ook werkelijk een intellectueel was. Wie komt er het dichtst in de buurt? Albert Einstein, Benjamin Franklin, Mark Twain?</p>
<p>Ik weet zeker dat John Wayne zijn steun zou hebben uitgesproken voor George W. Bush en John McCain. Hij zou de Amerikanen naar de overwinning in Irak en Afghanistan hebben geschreeuwd. En de Amerikanen zouden de mening van zo&#8217;n nationale held respecteren, zonder enige kritische benadering. Maar men zou natuurlijk wel even &#8216;vergeten&#8217;, dat John Wayne in het echt Marion Morrison heet, en het is in archieven vastgelegd wat voor een dienstweigeraar Morrison was ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. Een voorbeeld van Amerikaanse heldhaftigheid&#8230;</p>
<p>Nu dat Barack Obama de baas is in dat grote blank-Christelijk bastion, spreken we geïnspireerd van &#8216;een verandering&#8217;. De enige verandering vooralsnog, is de intentie om het Amerikaanse economisch systeem te herdefiniëren, en dat is ook het enige dat Obama te koop heeft. Wie dient het? Slechts de Amerikanen. Maar Irak en Afghanistan blijven voorlopig bezet. Amerikanen hebben nou eenmaal geen progressieve intellectuelen. Slechts verkopers en laffe cowboys, beiden voortgebracht uit het conservatisme.</p>
<p><strong>M.R. Jabri</strong></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.mirsab.nl/home/2009/08/21/het-cowboy-dogma/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>3</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De cultivering van het gangsterisme</title>
		<link>http://www.mirsab.nl/home/2009/08/20/de-cultivering-van-het-gangsterisme/</link>
		<comments>http://www.mirsab.nl/home/2009/08/20/de-cultivering-van-het-gangsterisme/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 20 Aug 2009 18:57:24 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Artikelen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.mirsab.nl/home/?p=168</guid>
		<description><![CDATA[Sinds mensenheugenis bestaat het ‘gangsterisme’. Het komt voort uit de economische onderklasse van iedere samenleving en is vaak ingegeven als een noodzaak tot overleven, waarbij het morele aspect buiten beschouwing wordt gelaten door degene die zichzelf gedraagt en (re)ageert als een gangster. Het gangsterisme heeft als kern het verrichten van criminele handelingen die financiële verrijking [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Sinds mensenheugenis bestaat het ‘gangsterisme’. Het komt voort uit de economische onderklasse van iedere samenleving en is vaak ingegeven als een noodzaak tot overleven, waarbij het morele aspect buiten beschouwing wordt gelaten door degene die zichzelf gedraagt en (re)ageert als een gangster. Het gangsterisme heeft als kern het verrichten van criminele handelingen die financiële verrijking tot gevolg hebben, waarbij de kaders van wetgeving of moraal niet meetellen en oneindig worden overschreden. De ontwikkeling van het gangsterisme heeft halverwege de 20e eeuw nieuwe vormen aangenomen, toen de georganiseerde misdaad zich ging bemoeien met ongereguleerde praktijken zoals de handel in drank, drugs, prostitutie en gokken. Het imago dat gangsters zich sindsdien aanmeten spreekt de jeugd van tegenwoordig dusdanig aan dat deze zich graag kleedt en gedraagt alsof men de bovenbaas van een misdaadimperium is.<span id="more-168"></span></p>
<p>In Nederland komt de behoefte naar dit soort gedrag meestal niet voort uit de noodzaak tot overleven (alhoewel soms op die manier uitgelegd), gezien de maatschappelijke kansen die in deze samenleving aanwezig zijn. De behoefte om het gangstergedrag aan te nemen komt eerder voort uit juist de collectieve cultivering van het gangsterisme. Hoezeer we de georganiseerde misdaad veroordelen vanuit een vooral politiek correcte behoefte, bij het bekijken van films als &#8216;The Godfather&#8217;, &#8216;Scarface&#8217;, &#8216;The king of New York&#8217; en &#8216;The Departed&#8217; en zelfs het volgen van het proces tegen cultgangster Willem Holleeder kiezen mensen onbewust voor sympathie voor de hoofdrolspelers, vaak immorele mensen met uiterst immoreel gedrag en een zelfdestructieve houding. Zelfs &#8216;real time&#8217; gangsters zoals Willem Holleeder en Mink K., door de reguliere media opgeblazen tot nationale helden, worden tussen de regels door min of meer &#8216;vereerd&#8217; en met een gespeelde vorm van respect besproken. Het gevolg is dat de jeugd veelal dit soort mensen, die in feite niets meer dan ordinaire mislukkelingen zijn, wordt nabootst in gedrag. Men vindt het stoer om het respect af te dwingen dat een echte gangster normaal gesproken krijgt.</p>
<p>Respect wordt hier echter verward en vervangen door een nog nader te definiëren angst. Wat mij persoonlijk het meest aangaat is de dubbele moraal ten aanzien van jongeren van een Marokkaanse afkomst en een veelal islamitische achtergrond, die hetzelfde criminele pad dreigen op te gaan. In de afgelopen jaren zijn tal van nutteloze onderzoeken gepubliceerd die zouden moeten uitwijzen hoe de Marokkaanse etniciteit in het DNA verweven is met crimineel gedrag, of hoe goedkeuring van crimineel gedrag vanuit islamitische interpretaties van de Koran wordt goedgepraat. Uiteraard, je reinste onzin, hoe ogenschijnlijk wetenschappelijk de onderbouwing ook mag zijn aangekleed.</p>
<p>Sinds de intrede van het gangsterisme in Nederland heeft deze samenleving weinig tot niets gedaan om de standaard die behoort te gelden &#8211; crimineel gedrag hoort niet thuis in een beschaafde samenleving &#8211; toe te passen in alle gelederen van de Nederlandse samenleving. Ik doel daarmee op de beperkte stelling van deze standaard tot binnen de eigen autochtone gemeenschap. De creatie van een dubbele moraal doet uitstekend dienst voor de mensen die van Marokkanen in het algemeen en moslims in het bijzonder hun broodwinning hebben gemaakt. Er zijn veel mensen in de media en in de sociale sector die roepen dat ze zijn begaan met het lot van bijvoorbeeld Marokkaanse probleemjongeren. Dat zal best, maar ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat de gehele Marokkanenproblematiek ondertussen een ware &#8216;cottage industry&#8217; is geworden, waaruit menig mediaredacteur en maatschappelijk werker inkomsten voor het betalen van zijn hypotheekschuld haalt en vooral gebaat is bij de levering van probleemgevallen. Met de racistische houding van vele Nederlanders jegens allochtonen en Marokkanen in het bijzonder, en de problemen die dit soort jongeren ondervind bij het succesvol proberen te laveren tussen verschillende culturen, worden dit soort probleemgevallen heel makkelijk een &#8216;self fullfilling prophecy&#8217;. Wanneer deze jongeren dreigen af te glijden naar de donkere regionen van de samenleving en op gegeven moment geen andere uitweg meer zien dan een carriere in de criminaliteit, dan staat er een leger aan mensen klaar om ze vooral te helpen dit niet te doen. Maar nog meer staat er een groter leger klaar om het crimineel gedrag van de betreffende persoon te verklaren vanuit de etnische achtergrond en religieuze opvoeding. En vooral om de bevolkingsgroep van waaruit de persoon in kwestie voortkomt af te rekenen op het gedrag van die ene persoon. Zo is gaandeweg de indruk ontstaan dat er in Nederland een miljoen mensen (moslims) rondloopt met een DNA-structuur die een risicofactor met zich meedraagt om de criminaliteit in te gaan.</p>
<p><strong>Rap coon parades en de bling bling</strong><br />
Ondertussen heeft ook nog een andere cultuur een hele grote invloed gehad op de beeldvorming van gangsterisme onder de jongeren: de hiphopcultuur. Waar in de jaren &#8217;80 en &#8217;90 nog vele zwarte hiphopartiesten hun muzikale creaties vooral voorzagen van een positieve boodschap en mensen opriepen om vooral nee te zeggen tegen drugs, vooral je school af te maken en proberen de ghetto te ontvluchten, is de rapcultuur in de 21e eeuw verworden tot een instandhouding van de &#8216;grootsheid&#8217; van virtuele persoonlijkheden zoals Tony Montana (‘Scarface’) en Don Vito Corleone (‘The Godfather’), en wordt hun virtuele bijdrage aan de mensheid opgeblazen tot mythische proporties. Daarnaast is het aantal artiesten dat op de muziek die zij maken slechts &#8216;slap lult&#8217; over hoeveel geld er op hun bankrekening staat oneindig, en cultiveren zij de zogenaamde &#8216;bling bling&#8217;-cultuur tot een nieuwe vorm van religie, waarbij geld de opperste macht is en de waarde van een mensenleven aan de hand van het aantal diamanten en goud in de mond wordt ingeschat.</p>
<p>Artiesten zoals Public Enemy, Paris, Big Daddy Kane, Ice Cube en Heavy D waren in de jaren &#8217;80 en &#8217;90 nog leuk om naar te luisteren en beschikten over het vermogen om de neiging tot het aanbidden van gangsterfiguren uit vele, populaire films te reduceren tot een minimum. De luisterende jeugd werd vooral duidelijk gemaakt dat dit soort figuren allesbehalve een voorbeeld was voor hen. Met het groeiend besef onder de blanke platenmaatschappijen dat de hiphopindustrie de potentie had om een miljardenbusiness te zijn, werd er fors geïnvesteerd in een nieuwe lichting artiesten die vooral het negativisme van de ghetto kon promoten en verkopen, opdat er uiteindelijk een opkomst van zwart bewustzijn (na de periode van Martin Luther King, Malcolm X en Stokeley Carmichael) opnieuw de kop werd ingedrukt.</p>
<p>Eerdergenoemde artiesten werden te oud om nog mee te kunnen of kozen uiteindelijk voor het grote geld en verkochten hun ziel aan de duivel. Al gauw werd rapmuziek, de laatste vorm van een rebelse kunst, &#8216;vermoord&#8217; en omgetoverd tot een poel des verderf die enkel en alleen het gangsterisme promoot, minachting van vrouwen propageert en drugshandel neerzet als iets dat aanvaardbaar is en de wil om hard te werken om te kunnen overleven reduceert tot een bijkomstigheid in het leven die slechts is weggelegd voor de sukkels der samenlevingen. Gangsterisme heeft in de hedendaagse hiphopcultuur een kanaal gevonden om vooral in leven te worden gehouden en wordt geprojecteerd op de jeugd, waarbij het ook een weg heeft gevonden tot de middenklasse en zelfs rijkeluiskinderen nu het gedrag van gangsters nabootsen, als rebels antwoord op de oligarchische houding van hun kapitalistische ouders.</p>
<p>In Nederland zijn Marokkaanse jongeren vanwege hun sociaal-maatschappelijke positie het meest vatbaar voor die ondertussen verderfelijke hiphopcultuur, die nog wel het rebelse imago heeft maar anno 2008 inhoudelijk niets meer te maken heeft met het leveren van nobele boodschappen zoals het weigeren van drugs, intellectuele ontwikkeling en ontsnapping aan armoede door middel van alle vormen van legale arbeid aan te grijpen. Vooral het besef dat niets in het leven wie dan ook zomaar komt aanwaaien wordt door de tegenwoordige hiphopcultuur geminimaliseerd. In plaats daarvan indoctrineren deze jongeren zich met informatie die drugshandel aanspoort, minachting van vrouwen stimuleert en het volgen van een opleiding en het hebben van een baan reduceert tot een zwakzinnige bezigheid.</p>
<p>Wat mij zo bevreemdt is de ophemeling van de Holleeder-achtige figuren, die vaak toch ook als een soort voorbeeld dienen voor degenen die werkelijk de intentie hebben een soortgelijke carrière na te jagen terwijl, als we het hebben over Marokkaanse probleemjongeren, de oorzaak wordt gezocht in etnische afkomst en zelfs in de religieuze beleving van het nest waaruit deze jongeren voortkomen. Nederlanders hebben de neiging om de Holleeders van onze maatschappij te beschouwen als een soort cultfiguur, terwijl als Willem Holleeder toevallig Khalid Boulahrouz had geheten het land te klein zou zijn geweest voor iedere Marokkaan of moslim die er rondloopt. Voor zover dat nog niet het geval is.</p>
<p>Ondertussen zijn, mede dankzij het maatschappelijk debat over de islam, in de vele moskeeën in Nederland de ogen geopend en zetten deze nu zwaar in op het van de straat houden van de moslimjongeren door ze te wijzen op de islamitische leefwijze en de voordelen die dit met zich meebrengt. De vervreemding van de islam, ook mede dankzij de ultraseculiere lobby van politiek en media en de bewust opgezette negatieve beeldvorming van religie in het algemeen, heeft er mede toe geleid dat jonge moslims opgroeien met het idee dat het vooral fout is om er enige religieuze beleving op na te houden. In plaats daarvan heeft religieuze zingeving plaats gemaakt voor cultivering van crimineel gedrag, dat veroordeeld wordt wanneer het om een allochtoon gaat en kennelijk wordt gecultiveerd als het om een autochtoon gaat. Hoe succesvoller een allochtone crimineel, hoe harder en groter de veroordeling van niet alleen de persoon in kwestie maar ook de gehele bevolkingsgroep waaruit die crimineel afkomstig is. Hoe succesvoller de autochtone crimineel, hoe meer voer voor de boulevardpers en des te groter de trots dat een Nederlander Don Vito Corleone-achtige statuur bereikt.</p>
<p>Je zou haast denken, mits de Nederlandse samenleving en overheid met de juiste intenties deze problematiek te lijf gaan, zij de moskeeën zouden bijstaan in hun strijd tegen de verloedering van hun moslimjongeren. In plaats daarvan worden moskeeën belaagd met allerlei extreematheïstische aanvallen op hun doen en laten en worden er allerlei drogredenen opgeworpen teneinde de rol van moskeeën te minimaliseren en weg te zetten als broedplaatsen voor bomgordeldragend gespuis. Anders dan de christelijke kerken binnen hun eigen gemeenschap, hebben de moskeeën een grotere rol in de islamitische gemeenschap in Nederland. Ze doen niet alleen dienst als gebedshuizen, maar zorgen ook voor onderwijs, recreatie en zelfs hulp bij het zoeken van werk en het invullen van je belastingaangifte. De moskeeën in Nederland hebben, anders dan in de jaren &#8217;80 en een deel van de jaren &#8217;90, een veel meer dynamische rol naar zich toegetrokken om de jeugdige moslims te wijzen op hun maatschappelijke verantwoordelijkheden en hun taak om als voorbeeld te dienen voor de nog jongere moslimgarde die daarna nog komt. Voorheen werden succesvolle moslims in Nederland door de mensen met een zelfde achtergrond gezien als slijmballen en hielenlikkers (en sommigen zijn dat ook werkelijk) maar het laatste waar je die mensen van kunt betichten is verraad. In feite zijn de werkelijke verraders degenen die met hun criminele acties zorgen voor de argumenten die de rechterkant van het politiek spectrum uit de sensatiemedia grijpen en bombarderen tot geniale constateringen. En daarmee de onvrede onder dat rechts electoraat helpt te voeden; de onvrede over de aanwezigheid van allochtonen &#8211; allochtone moslims in het bijzonder – en de kennelijk niet te tolereren aanwezigheid van moslims.</p>
<p>Dat deel van de samenleving is gewoonweg te dom om in te zien dat de religieuze achtergrond of de etnische afkomst niets te maken heeft met het irritante gedrag van onze probleemjeugd en is in alle aspecten incapabel om zich te realiseren hoezeer een moskee dienst kan doen als maatschappelijke partner in de strijd tegen verloedering van de samenleving. Het gevolg is dat het rechts populisme sinds een aantal jaren weer de kop opsteekt en die ene oude stelling meer dan bevestigt: &#8216;als het fascisme weer de kop opsteekt dan zal het dat doen onder het mom van antifascisme&#8217;. Anno 2009 worden moslims stelselmatig weggezet als religieuze fascisten. Door fascisten, die als een georganiseerde misdaad een andere soort van gangsterisme nieuw leven hebben ingeblazen: het politiek gangsterisme.</p>
<p>De conclusie die ik haal uit het beschouwen van de cultivering van het gangsterisme, is dat het hanteren van een dubbele moraal in alle geledingen van het maatschappelijk debat voorkomt, en dus ook bij het beschouwen van criminele jongeren. Dat is niks nieuws, en eigenlijk zelfs een open deur. Wat ik nog vermoeiender vindt is het eindeloos gejank van moslims over deze Nederlandse hantering van de dubbele moraal in het maatschappelijk debat. Het is nou eenmaal de realiteit, en die realiteit is al sinds jaren aan de gang. Ik vind dan ook dat moskeebestuurders en -vertegenwoordigers zich moeten losmaken van de schijndialoog en vooral moeten doorgaan met het inzetten op hun beleid van reddingswerk. De vele overleggen die periodiek plaatsvinden met allerlei externe overheidscontacten, teneinde enig inzicht in de status quo te verschaffen, zijn eigenlijk tijdverspilling; als moskeebestuurders denken dat zij enige steun zullen vinden bij de mensen met wie zij die overleggen voeren, dan kunnen ze nog lang wachten. Die overleggen vinden slechts plaats voor de geruststelling van de &#8216;tegenpartij&#8217;. Als men dat gesprek aangaat met als doel die geruststelling dan ook te geven dan is er niks mis mee. Maar achteraf zeuren dat degenen met wie je praat niets voor je doet, is dan ook niets anders dan zeuren. Moskeeën dienen zich in ieder aspect onafhankelijk te maken/houden van die zogenaamde maatschappelijke &#8216;partners&#8217;. Zij staan dankzij hun huidige activiteiten immers volop in de samenleving en hoezeer rechtse elementen roepen dat mensen die de moskee bezoeken zich gaandeweg afzonderen van die samenleving: zij hebben het mis. Zij zijn degenen die zich afzonderen van de samenleving, waarin afwezigheid van de moskeeën ondertussen ondenkbaar is. Als moslim zijnde kan ik eindeloos doorpraten over hoe onrechtvaardig die dubbele moraal is, maar veel gehoor bij degenen die deze dubbele moraal hanteren zal ik niet vinden. En dat is niet erg, want ik heb hun geruststelling niet nodig. Desgevraagd zullen ze me hoogstens aankijken met een blik van: &#8216;we simply don&#8217;t give a fuck&#8217;. En dat doe ik ondertussen ook niet meer om hen. Ook al kijken ze me aan alsof ik een moslimgangster ben.</p>
<p><strong>M.R. Jabri</strong></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.mirsab.nl/home/2009/08/20/de-cultivering-van-het-gangsterisme/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>2</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Idioten met geld en macht</title>
		<link>http://www.mirsab.nl/home/2009/08/19/idioten-met-geld-en-macht/</link>
		<comments>http://www.mirsab.nl/home/2009/08/19/idioten-met-geld-en-macht/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 19 Aug 2009 13:15:29 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Artikelen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.mirsab.nl/home/?p=153</guid>
		<description><![CDATA[De oligarchische klasse in de VS is incompetent in het correct besturen van hun economie, blijkens uit de ervaring met natuurrampen, het onderwijzen van hun jeugd, het onderhouden van buitenlandse betrekkingen, het verzorgen van basisbehoeften zoals een werkende zorgsector en de waarborging van individuele rechten. Dat deze klasse het nog steeds voor het zeggen heeft, [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>De oligarchische klasse in de VS is incompetent in het correct besturen van hun economie, blijkens uit de ervaring met natuurrampen, het onderwijzen van hun jeugd, het onderhouden van buitenlandse betrekkingen, het verzorgen van basisbehoeften zoals een werkende zorgsector en de waarborging van individuele rechten. Dat deze klasse het nog steeds voor het zeggen heeft, en het waarschijnlijk voorlopig ook voor het zeggen blijft houden, is de absolute bevestiging van het feit dat men niet in staat is om de fictie van de waarheid te onderscheiden.<span id="more-153"></span></p>
<p>Wij, i.e. alles en iedereen die economisch en misschien zelfs ook cultureel is verbonden met de VS, geloven echter nog altijd blindelings in deze ‘experts’. Zij geloven ook nog steeds in zichzelf. Geclusterd als een zwerm strontvliegen hangen ze dan ook rondom iemand zoals Barack Obama, van wie wonderen uit de tijd van Jezus Christus worden verwacht. Het is wanneer deze elites ontmaskerd zullen worden als incompetente parasieten dat de wereld zich zal bevrijden van de economische malaise die nu aan de gang is. Deze elites dienen onttroond te worden als men enige hoop op verbetering van de sociale, economische en politieke situatie in de wereld wil behouden.</p>
<p><em>‘Their inability to see the human as anything more than interest driven made it impossible for them to imagine an actively organized pool of disinterest called the public good’.</em> Dit zei de Canadese filosoof, John Ralston Saul, wiens boeken <em>‘The Unconscious Civilization’</em> en <em>‘Voltaire’s Bastards’</em> die oligarchische elites feilloos ontdoen van hun zogenaamd ‘untouchable’ velletjes.</p>
<p>Het is alsof de Industriële Revolutie een zeer zwaar mentaal trauma heeft veroorzaakt, eentje die nog steeds nagonst dat je een bepaald deel van de samenleving niet als een deel van de samenleving dient te beschouwen. Wanneer die samenleving binnen die elites besproken wordt, lijkt het alsof er een andere definitie van het woord ‘samenleving’ wordt gehanteerd, dan dat we normaal gesproken in de samenleving hanteren. Voor hen begint de moderne geschiedenis bij een grote explosie: die Industriële Revolutie. Dit is de standaard voor een ideologische benadering van alles wat menselijk is: een ster vliegt door de hemel, een meteoriet ontploft en de geschiedenis begint opnieuw.</p>
<p>Deze elite – de mensen in de regeringen, de geldbonzen op Wall Street en andere internationale beurzen en hun opvolgers die worden klaargestoomd op de prestigieuze universiteiten en ‘business schools’ – beschikken absoluut niet over de capaciteiten om de huidige financiële troep op te ruimen en het probleem op te lossen. Zij zullen het alleen maar nog erger maken. Ze hebben namelijk geen nieuw concept, dankzij het onderwijs dat zij hebben gekregen: het onderwijs van de massa. Het zijn wetenschappelijk, economisch en cultureel onvolgroeide, onzekere en bange maar bovenal oncreatieve bureaucraten die getraind zijn om het reeds bestaande systeemmanagement uit te voeren. Ze hebben slechts oog voor kant-en-klare-maaltijdoplossingen die alleen de bedrijfsstructuur ten goede komen. Ze draaien slechts op getallen, winst en ‘persoonlijke ontwikkeling’. Ze zijn ook heel erg in staat om serieus zieke mensen de zorg waarvoor betaald wordt te miskennen, als daar een minimale reden voor is, ten einde de bedrijfswinst omhoog te duwen. Net zo makkelijk als dat ze zuurverdiend belastingreserves aanspreken om peperdure wapens aan te leveren aan moordlustige dictaturen. De inhumane consequenties verschijnen nooit op de balans. Het democratisch systeem, denken ze, is een secundair produkt van de vrije markt. En zij dienen die markt zo slaafs als maar kan.</p>
<p>Andrew Lahde, de manager van het Santa Monica hedge fund die in 2007 een winst behaalde van 870 procent op een $45 miljoen inzet op subprime-hypotheekcontracten, heeft abrupt zijn fonds gesloten omdat hij zo slim was de teloorgang van de vele Amerikaanse banken waarmee hij zaken deed, op tijd op te merken. In zijn afscheidsbrief, gericht aan zijn investeerders, filterde hij op hypocriete wijze uit hoe hij tegen die elites, die de banken en alle financiële autoriteiten van invulling voorzien, aankijkt:</p>
<p>‘Het laaghangend fruit, i.e. de idioten wiens ouders hebben betaald voor peperdure scholen zoals het prestigieuze Yale en de Harvard MBA, hing er voor het oprapen. Deze mensen, die vaak het onderwijs dat zij hebben gekregen niet waard zijn, hebben zich omhoog laten vallen en struikelden zo richting de top van bedrijven zoals AIG, Bear Stearns en Lehman Brothers en alle lagen binnen de overheid. Dit gedrag dat de aristocratie alleen maar heeft gesteund heeft slechts geresulteerd in het voor mij makkelijker maken van het vinden van mensen met voldoende geld en domheid om de &#8216;andere&#8217; kant van het zakendoen op te zoeken. God bless America.’</p>
<p>‘Wat betreft de Amerikaanse overheid, wil ik het volgende bescheiden voorstel doen’, ging hij verder. ‘Allereerst, wijs ik naar de overduidelijke gaten in ons systeem, en de wetgevingen die het mislukken van ons financieel systeem hebben geholpen en welke over de laatste acht jaren door de overheid systematisch in stand zijn gehouden en zo heeft geresulteerd in het bestaan van grote, financiële machten waaraan de hele samenleving is verbonden en welke nu bewijzen dat zij allesbehalve goed werken. Deze instituties hebben meegewerkt aan het neersabelen van allerlei wetsvoorstellen die uiteindelijk ontworpen waren om de burgers tegen zichzelf te beschermen en hebben voor een klimaat gezorgd waarin iedere idioot zonder enige basis aan vaste inkomsten er lustig op los kon lenen. Deze inzet werd beloond met substantiële donaties aan de verkiezingscampagnes van verschillende soorten overheidsfunctionarissen, door alle overheidslagen heen. Dit is natuurlijk een schande, maar niemand lijkt er een cent om te geven. Sinds Thomas Jefferson en Adam Smith zijn overleden, stel ik dat een groot aantal filosofen de revue hebben gepasseerd waar tussen er zeker wel enkelen zich bevonden die het tij hadden kunnen keren, als er maar naar hen werd geluisterd.’ Aldus, Andrew Lahde, die eieren voor zijn geld koos en met een koffer bulkend van het geld vertrok met onbekende bestemming.</p>
<p>Democratie is inderdaad geen resultaat van de vrije markten. Democratie en kapitalisme zijn eigenlijk vijandige entiteiten van elkaar. Democratie, zoals individualisme, is niet gericht op persoonlijke winst maar op (zelf)opoffering. Een functionele democratie dient te definiëren hoe de economische belangen van de elite vorm gegeven kan worden, met de bescherming van alle burgers voorop. Dit gebeurt dus niet. De talloze managers en overheidsfunctionarissen die proberen deze economische meltdown te repareren doen niets anders dan geld pompen in de financiële sector, omdat ze slechts weten hoe zij de bestaande systemen in leven kunnen houden, niet hoe zij deze dusdanig moeten veranderen dat het zal leiden tot een structurele oplossing voor alle problemen. Echter, financiële systemen zijn niet alleen maar wetenschappelijke feiten en numerieke abstracties die onafhankelijk van de mensheid bestaan. Het is juist mensenwerk, zoals bijna alles dat misgaat.</p>
<p>Wanneer de elite begint te denken dat het geld dat zij hebben uitstaan echt is, dan zijn daar de voortekenen van een echte crash. Dat is een gegeven in de financiële geschiedenis. Dat is het gevolg van jezelf onttrekken aan de mogelijkheid dat je jezelf even een spiegel voorhoudt en je realiseert dat je slechts bezig bent met inflatie en speculati en dat het allemaal gebakken lucht is. Dat kunnen ze gewoonweg niet. Je kunt ze vertellen dat het niet echt is. Je zult als antwoord krijgen dat je het niet begrijpt, dat je ouderwets bent en dat je in economische termen nog steeds denkt in het feitelijk leveren van produktie van tastbare goederen, iets wat alleen nog is weggelegd voor de wereldverbeteraars en de moraalridders. Ja natuurlijk, dat is de basiseconomie. Maar daar houdt het niet op.</p>
<p>Het probleem is dat als je zo’n instorting hebt, de verliezers slechts gezichtsverlies lijden bij degenen met wie zij te maken hebben. Het is niet enkel de George Bush-doctrine, het probleem ligt natuurlijk veel dieper verankerd. Het getuigt van een grote behoefte aan herdefinitie van het gehele internationale economische systeem en alle aanverwante politieke wetenschappen. Daarnaast getuigt het van behoefte aan verandering in de analytische methode van de Wereldbank. Je zou als minister van Financiën dit maar constateren en moeten terugvallen op je hele ambtenarenapparaat, economische denkers en het groepje hoogleraren dat je ministerie voorziet van de intellectuele prikkels om daar in te grijpen waar nodig is. Het is teleurstellend te zien, dat al deze mensen het antwoord zelf ook niet hebben en zichzelf als innovatief presenterende goeroe’s in feite komen boven drijven als de grootste zijlijnfiguranten. Je roept als minister dat ze je moeten voorzien van frisse insteken en nieuwe ideeën maar die zijn er niet, simpelweg omdat al deze mensen zelf onderdeel zijn van de vierde generatie managers uit de hoek van de neoconservatieve globalisten. Zij zullen weer terugvallen op de mensen die zij op hun beurt weer voor zich hebben werken, en zo gaat het maar door: er is niemand te bekennen met een alternatieve benadering, afgezien van tegengestelde meningen van elkaar over hoe het probleem op te lossen maar verder zal er niet veel baanbrekends te melden zijn. En zo is het dus erg moeilijk om het tij te doen keren omdat alle concurrerende ideeën van binnenuit al geëlimineerd zijn. Want, ‘uiteindelijk zijn het die Russen die de oorzaak zijn van dit allemaal, toch?’</p>
<p>Je moet eigenlijk terug naar de oorsprong: de eerste drie doelen van de corporatieve beweging in Duitsland, Italië en Frankrijk, in de jaren ’20, die uiteindelijk uitgroeiden tot onderdeel van de fascistische beweging – zij het vrijwillig, zij het voor het gemak -  waren gericht op het verplaatsen van de macht van economische en sociale belangengroepen. Het ondernemend initiatief moest zo uit de publieke ruimte verplaatst worden naar een sfeer waarin het slechts voor de elite toegankelijk was, ten einde concurrentie in lager aangeschreven landen in te dammen. Moet bekend klinken, toch?</p>
<p>Er is een groot aantal mensen geweest die niet door de reguliere media, de overheid en het bedrijfsleven zijn gehoord, die stelselmatig zijn genegeerd en die zijn gemarginaliseerd vanwege hun kritische geluiden. Je zou deze mensen makkelijk van stal kunnen halen. Maar goed, aan wie geef je vervolgens de opdrachten? De mensen die deze opdrachten zullen ontvangen – opdrachten die gevormd zijn door de ingevingen van die gemarginaliseerde meerderheid – zullen niets begrijpen van die uit te voeren opdrachten omdat het simpelweg geen onderdeel was van de opleiding die zij hebben genoten. De doctrine waarmee zij tijdens hun opleidingen zijn gevoed is er op gericht het kapitalisme tot dienst te zijn. Het is dus nogal een probleem, als een generaal in een oorlog zijn voetvolk opdrachten geeft luchtaanvallen met bommenwerpers uit te voeren, terwijl zij slechts getraind zijn om als commando’s grondgevechten uit te voeren. Geen van allen weet hoe een bommenwerper eruit ziet, laat staan dat zij deze kundig zullen kunnen besturen door de regen van luchtmortieren die door de vijand de lucht in worden geschoten. Net zoals je piloten van gevechtshelikopters niet een loopgravenoorlog in moet duwen. Hoe kun je dan eigenlijk verwachten dat deze onkundige en talentloze meute weet wat hen te doen staat? Wat je daarna krijgt is gelazer. Chaos, verwarring en het gevaar van het doorslaan naar populisme. Het soort populisme dat iedereen wel kent wanneer je het benoemt en waar niemand in de wereld eigenlijk op zit te wachten. Eén keer was namelijk één keer teveel. Maar de angst en de kwaadaardigheid zit er wel in.</p>
<p>Je kunt tijdens verkiezingen stemmen wat je wilt, op politici die zullen beloven de troepen uit Afghanistan terug te halen. Of als Amerikaan stemmen op leden van het Congres die je beloven een einde te zullen maken aan de oorlog in Irak. Maar de troepen in Afghanistan blijven zitten waar zij zitten. En de oorlog in Irak gaat gewoon door, ook na de verkiezingen. Je kunt stemmen voor politici die beloven zich in te zullen zetten voor een nieuwe systematiek in de zorgsector en de regulering daarvan, zodat het weer een nonprofitverhaal wordt, maar dat idee wordt niet eens ter sprake gebracht. Het individu is, in het huidige systeem, namelijk niet relevant.</p>
<p>Als je alles goed nagaat, zul je tot de conclusie komen dat de differentiatie die er plaats moet vinden tussen het sociale contract en het commercieel contract, eigenlijk allang niet meer plaatsvindt. Dat is zo’n beetje de kern van het probleem. En dat valt niet op te lossen als die verwarring tussen het sociaal contract en het commercieel contract niet wordt aangepakt. Want die verwarring heeft zich in pak ‘m beet de laatste 50 jaar goed verankerd in de samenleving. Er kan geen differentiatie meer plaatsvinden omdat het simpelweg twee verschillende zaken zijn.</p>
<p>Het sociale contract draait om het publieke domein, wat eigendom is van alles en iedereen, ongeacht de mate van rijkdom. Verantwoord individualisme kan daarin goed plaatsvinden, mits er geen verwarring bestaat met het commercieel contract. Want dat is ook werkelijk niets anders dan een commercieel contract. Het gaat gewoonweg niet samen. Het commercieel contract kan slechts werken wanneer het sociaal contract werkt in een democratie.</p>
<p>De middenklasse die in de afgelopen decennia wanhopig en ongecontroleerd heeft geleend terwijl de ‘echte’ inkomens in feite zijn gedaald, staan nu voor een periode van jaren, zo niet decennia van stagnatie in inkomensgroei zonder dat zij de toegang zullen hebben tot nieuw krediet. Alle nationale reserves worden ondertussen aangesproken om de puinhopen van commerciële belangen op te ruimen. De overheid – ondertussen de allerlaatste institutie die garant kan staan voor de bescherming van de rechten van burgers – wordt ondertussen wel zwakker, anemisch en is steeds minder in staat om de massa te helpen bij alle problemen die in deze zware tijden onderweg naar iedere voordeur zijn. Consumptie, de losbollige motor van onze samenleving, is tanende. De vooruitzichten op banengroei stagneren, massaontslag dreigt bij zo’n beetje ieder bedrijf met meer dan 500 werknemers en de sociale spanningen waren al langer op scherp gezet door de vele vormen van ‘geïmporteerd kwaad’ en zullen onder nog meer spanning komen te lijden.</p>
<p>Ik denk uiteindelijk niet dat George Bush, Barack Obama, John McCain of zelfs Henry Paulson enkel fascisten zijn, ongeacht vanuit welk standpunt je het ook bekijkt. Ik denk ook niet – om het dichterbij huis te zoeken – dat partijen zoals de VVD, de Verdonk-beweging of zelfs de corporatieve donateurs van de PVV in die richting zitten, alhoewel ik bij laatstgenoemde partij nog wel sterk twijfel. Het zijn in mijn ogen toch meer kabalen van een naïef, middelmatig en zichzelf schromelijk overschattend groepje kapitalisten die als parasieten bezig zijn alle politieke en economische structuren zodanig onder druk te zetten tot op een punt dat democratie zo impotent wordt dat het makkelijk terzijde geschoven kan worden, zelfs met een brede publieke steun. De vraag die resteert is de invulling van deze ontwikkeling. Zal er een langzame en gestage terugdringing zijn van ons politiek bestel, zoals dat ging aan het einde van de Romeinse tijd, waarbij het Senaat eindigde in een farce? Zal er een krachtige extreemrechtse vleugel in de samenleving ontstaan en steun winnen, tot op het niveau dat er opnieuw een Christelijk gekleurd fascisme ontstaat? Zal er een nationale crisis ontstaan waarin we zullen worden teruggeworpen naar een situatie waarbij de overheid de noodtoestand moet uitroepen en als een soort van politiestaat tijdelijk zal moeten acteren, uit naam van nationale veiligheid? Het zijn zaken waar de meeste mensen niet over nadenken. Het overconsumerend schaapjesvolk dat maar denkt dat alles vanzelf gaat en de dingen zullen blijven zoals deze zijn, zal in koor roepen dat er iets gedaan moet worden zolang niemand maar aan hen komt. Hervorming prima, maar niemand die opstaat om het eerste offer te doen.</p>
<p>Ik heb de wijsheid echter ook niet in pacht en ben waarschijnlijk net zo schuldig, ik weergeef slechts de constateringen van de huidige situatie. Wat ik wel weet is dat wat komen gaat, niet goed is zolang die oligarchische elite het voor het zeggen heeft. We zullen de collectieve belangen weer moeten behartigen, wat dus een revolutie tegen die intellectueel en ondertussen ook economisch failliete elite betekent of, het is de inleiding van het einde van het democratisch systeem dat aan alle kanten rammelt. Een stukje dynamiet onder de huidige structuur in het (inter)nationale zakenleven kan echt geen kwaad.<br />
<strong>M.R. Jabri<br />
</strong></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.mirsab.nl/home/2009/08/19/idioten-met-geld-en-macht/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De islamitische democratie: een juridisch proces</title>
		<link>http://www.mirsab.nl/home/2009/08/18/de-islamitische-democratie-een-juridisch-proces/</link>
		<comments>http://www.mirsab.nl/home/2009/08/18/de-islamitische-democratie-een-juridisch-proces/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 18 Aug 2009 11:42:47 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Artikelen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.mirsab.nl/home/?p=97</guid>
		<description><![CDATA[In het eerste deel van deze essay, ‘De islamitische democratie’ werd reeds aangegeven hoe het concept van ‘shura’ in elkaar steekt. De interpretatie die daaruit afgeleid kan worden en zoals weergeven in dat deel van de essay, veroorzaakt uiteraard vraagstelling. Deze vraagstelling richt zich al gauw op de kenmerken van de ontwikkeling van democratisering binnen [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>In het eerste deel van deze essay, ‘De islamitische democratie’ werd reeds aangegeven hoe het concept van ‘shura’ in elkaar steekt. De interpretatie die daaruit afgeleid kan worden en zoals weergeven in dat deel van de essay, veroorzaakt uiteraard vraagstelling. Deze vraagstelling richt zich al gauw op de kenmerken van de ontwikkeling van democratisering binnen de islam. In het tweede deel van de essay, ‘De islamitische democratie: een historisch proces’, werd reeds uitgelegd waar deze kenmerken hun oorsprong hadden, alsmede werden een aantal mensen benoemd die, op geheel eigen wijze, een belangrijke rol hebben gespeeld in de historie van dat proces. De vraagstelling die het eerste deel tevens opriep, was gericht op de juridische invulling van een islamitische ‘theodemocratie’. Deze juridische invulling wordt in dit deel van deze essay weergeven, voor zover dat mogelijk is.<span id="more-97"></span></p>
<p>Het beziet voornamelijk de ontwikkeling van het recht en rechtsstelsels die in moslimlanden in de afgelopen decennia onder invloed van islamitisch activisme heeft plaatsgevonden. De belangrijkste vraag hierbij betreft de relatie tussen de islamisering van het recht en het concept van mensenrechten, alsmede de mogelijke toenadering tussen beide. Wellicht is het meest centrale oogmerk van bewegingen die zich op islamisering richten de islamitische wetgeving, de sharia. De islam is een religie die zich in haar ontwikkeling sterk is gaan richten op het juiste leven, dat wil zeggen op de uit het geloof voortvloeiende gedragsverplichtingen van de individuele gelovige jegens God en de geloofsgemeenschap. Voor veel moslims vallen de islam en de sharia dan ook zo goed als samen. Dit betekent ook dat moslims het begrip ‘recht’ ruimer benaderen dan men in de westerse rechts-traditie gewend is om het recht te zien. Weliswaar wordt de staat in veel moslimlanden een belangrijke rol toegekend bij het via het recht ondersteunen van het individu bij het realiseren van diens geloofsplichten, maar de relevantie van de sharia gaat veel verder. Pleidooien voor eerherstel van de sharia kunnen derhalve betrekking hebben op het nationale recht, maar ook op gedragsnormen buiten de statelijke sfeer, bijvoorbeeld in informele sociale en culturele verbanden. In de kern van dit essay gaat het echter primair om het nationale recht, zij het dat niet voorbij wordt gegaan aan het rivaliserend karakter tussen statelijke en religieuze gezagsdragers over de zeggenschap over dat recht.</p>
<p>Door velen in het Westen en ook in moslimlanden zelf wordt een ontwikkeling naar islamisering van het recht met grote argwaan gevolgd. Naast de jihad – in de betekenis van gewapende strijd – staat voor hen juist deze sharia centraal in de confrontatie tussen het Westen en de moslimwereld. Islamisering betekent voor veel mensen onherroepelijke invoering van de sharia als wetgeving onvermijdelijk. Islamiseringsbewegingen zouden immers bij uitstek het in moslimlanden eertijds aan het Westen ontleende seculiere recht willen vervangen door de sharia, of in ieder geval hierop gebaseerde wetgeving. ‘De sharia’ is hierdoor gaandeweg vanzelf een uiterst beladen begrip geworden, dat in de ogen van menigeen veel van de aan ‘de’ islam toegeschreven negatieve eigenschappen in zich verenigt, zoals afwijzing van de scheiding tussen geloofsgemeenschap en staat, afwijzing van universele mensenrechten, herstel of handhaving van archaïsche verhoudingen tussen mannen en vrouwen en toepassing van draconische straffen, zoals steniging en allerlei andere lijfstraffen.</p>
<p>De ervaring met de rechtstoepassing in Saoedi-Arabië, Iran en gedurende het Talibanbewind, in Afghanistan, landen die verkondigden de sharia daadwerkelijk in te voeren, geven uiteraard ook weinig reden voor relativering van de verschillen tussen dit en het in het Westen vigerend recht. Hier komt bij dat het streven naar het tot gelding brengen van de sharia niet beperkt is tot moslimlanden.</p>
<p>Ook in westerse landen geven moslims of islamitische bewegingen soms aan dat voor hen maar één wet geldt, namelijk die van God, of wordt invoering van elementen van de sharia in het geldend recht en/of het rechtsstelsel voorgestaan, zoals bepleit in Canada en Groot-Brittannië. Dit voedt denkbeelden dat moslims ook de in het Westen bestaande rechtsstaat afwijzen en zouden willen vervangen door de sharia. De vraag is daarom van belang wat de sharia in theorie en de praktijk behelst, hoe beide zich verhouden tot westers recht, en of de westerse percepties en angsten gerechtvaardigd zijn. De opkomst van op islamisering gerichte bewegingen vormt niet de enige factor die de rechtsontwikkeling van moslimlanden in de afgelopen decennia heeft beïnvloed.</p>
<p>In dezelfde periode als het islamitisch activisme kreeg ook de belangstelling voor mensenrechten nieuwe impulsen en zijn tal van multilaterale instituties en (trans)nationale non-gouvernementele bewegingen opgericht die druk uitoefenen op regeringen van moslimstaten zich hieraan te conformeren en die toezicht houden op de naleving ervan. In veel moslimlanden staan recht en rechtsstelsel, die in de eerste plaats ook een eigen dynamiek kennen, derhalve bloot aan krachten van binnenuit en van buitenaf. En evengoed als het islamitisch activisme in moslimlanden internationaal gevoed wordt, heeft de internationale druk zich te houden aan mensenrechten in moslimlanden weerklank gevonden bij vele nationale en lokale mensenrechtenbewegingen.</p>
<p>Tegen de achtergrond van dit nationale en internationale krachtenveld is het een uitdaging de reikwijdte van de islamisering van het recht die in de afgelopen decennia in moslimlanden heeft plaatsgevonden te onderzoeken. Het zal blijken dat deze reikwijdte beperkt is en, naast constitutionele aspecten, vooral betrekking heeft op het strafrecht. Dit heeft helaas te maken met het door ‘moslimregimes’ toegepaste combineren van islamitische wetgeving en eigen, wereldse maatregelen om een ‘staatgereguleerde’ versie van de islam aan het volk op te leggen. Het familierecht is in veel moslimlanden al van oudsher gebaseerd op de sharia. Bij beide onderwerpen bestaan er belangrijke conflictgebieden met de universele mensenrechten. Gaandeweg is echter te merken dat ook in de moslimwereld men er niet aan ontkomt om in te gaan op het beladen thema ‘islamitische en universele’ mensenrechten, iets wat vele denkers omschrijven als een tautologie. Er is veel dynamiek tussen beide begrippen. Er zijn veel denkers en hervormingsgerichte islamitische bewegingen geweest die zoveel mogelijk gebruik proberen te maken van de rechtsdynamiek die er te constateren valt in moslimlanden, alsmede heeft menigeen geprobeerd dit te karakteriseren en als eenduidige interpretatie te weergeven. Uit deze ontwikkeling vallen meerdere opvallende conclusies te trekken.</p>
<p>Wat belangrijk is te doen, is het analyseren van deze rechtsontwikkeling in verschillende landen, t.w. de twaalf moslimlanden waarvan de meerderheid van de bevolking moslim is. Dit betreft de volgende landen: Egypte, Marokko, Soedan, Nigeria, Mali, Turkije, Pakistan, Afghanistan, Iran, Saoedi-Arabië, Indonesië en Maleisië. Hierbij is het belangrijk om wel in te gaan op de theoretische en terminologische kwesties die van belang zijn voor het vergelijken van rechtsvormen. De in deel twee van deze essay genoemde personen (Hasan al-Banna, Sayyd Qutb en Abdul al-Mawdudi) hebben door hun inspanningen gezorgd voor een afdwingen van de noodzakelijke heropening van de ijtihad (het recht op interpretatie en toepassing van juridische toetsingskaders voor de heilige geschriften, de Koran en de Sunna) en hebben daardoor de weg min of meer vrijgemaakt voor hun ‘erfgenamen binnen de islamitische hervormingsbeweging’, om aanknopingspunten tussen democratie als bestuursvorm en de islam als religieuze inspiratie daarop, te kunnen vinden en toepassen in het dagelijks leven. Deze erfgenamen hebben vervolgens inspanningen verricht (en verrichten deze nog steeds) om uiteindelijk te komen tot een volledige, unaniem aanvaardde heropening van de ijtihad, welke van belang is om de sharia de dynamiek te geven die het verdient.</p>
<p><strong>Betekenissen van de sharia</strong><br />
Voordat we kunnen ingaan op de aard van de islamisering dient duidelijk gemaakt te worden wat het begrip ‘sharia’ inhoudt, in relatie tot recht. In hoeverre is er bij de sharia sprake van een eenduidig begrip, dat slaat op een vaststaande verzameling voorschriften die voor alle moslims gelden? Ondanks dat men er ondertussen heel erg makkelijk en vanzelfsprekend naar verwijst, kent dit begrip meerdere en verschillende betekenissen die vaak heel erg ver van elkaar afstaan en die juist voor een beoordeling van de aard en reikwijdte van de islamisering van het recht van groot belang zijn. Er is namelijk een belangrijk onderscheid te maken tussen de sharia in de volgende contexten: als ideaal, als klassiek rechtsstelsel, als huidige interpretatie van de Koran en de Sunna en als ‘geleefde’ rechtspraktijk.</p>
<p>De sharia als ideaal wijst op het religieuze en metafysische beginsel van het ‘plan van God’ voor de mens en zijn maatschappij. In die context heeft het begrip een sterk motiverende en mobiliserende betekenis, met als belangrijkste pijlers het pleidooi voor een grotere rechtvaardigheid en tegen corruptie. Het zegt in die context echter nog weinig tot niets over de concrete rechtsregels die daartoe moeten dienen.</p>
<p>De sharia als klassiek rechtsstelsel slaat op het corpus van door rechtsgeleerden en theologen ontwikkelde rechtsregels dat is vastgelegd in de zogenoemde ‘fiqh’. De belangrijkste bronnen hiervoor zijn geschriften van de Koran en de Sunna (opgetekende handelingen van de profeet Mohammed, vrede zij met hem). In deze bronnen zijn zelf maar weinig als rechtsregels te interpreteren uitspraken te vinden. Voor zover dat wel het geval is betreft het vooral familie- en erfrecht en regels over een beperkt aantal delicten. Via verschillende technieken zijn hieruit in de fiqh concrete voorschriften afgeleid voor deze en andere rechtsgebieden.</p>
<p>Binnen deze ontwikkeling deden zich belangrijke interpretatieverschillen voor, veelal tussen sji’ieten en soennieten en ook tussen verschillende rechtsscholen. De concrete verschillen hangen ook samen met de enorme geografische verschillen in de beleving van de islam, waardoor gewoonterechtelijke gebruiken en zelfs vorstenrecht in verschillende gebieden in de fiqh – als juridische geloofsleer – zijn opgenomen. Hierdoor incorporeerde de sharia dus ook veel gedragsregels die oorspronkelijk niet islamitisch waren, maar op juridische gronden wel als zodanig werden verdedigd.</p>
<p>De soennitische wereld kent, naast vele kleinere, vier grote rechtsscholen die onderling vooral verschillen in de manier waarop zij de rechtsregels toepassen:</p>
<p>De Hanafietische school geldt als de meest liberale van de vier en benadrukt systematische consistentie en consensus onder erkende juristen. Redelijk inzicht speelt een grote rol. Deze rechtsschool is het minst puriteins van de vier en ook het meest verbreid, vanwege de zeer toegankelijke praktische toepassing van de geloofsleer. Ze geldt vooral in het voormalig Ottomaanse Rijk en in Pakistan, India en China.</p>
<p>De Malikietische rechtsschool benadrukt vooral de Koran en de Sunna als bronnen van het recht, maar sluit andere rechtsbronnen niet volledig uit. Deze school wordt in de westerse wereld als traditionalistisch en conservatief beschouwd en heeft de meeste invloed in Noord- en West-Afrika.</p>
<p>De Sjafietische rechtsschool staat tussen beiden in en komt vooral voor in Egypte, Jordanië, Oost-Afrika, Sri Lanka, Maleisië en Indonesië.</p>
<p>De Hanbalitische rechtsschool is ontstaan als een legalistische en conservatieve afsplitsing van de Malikietische rechtsschool. Deze school stelt dat de sharia alleen gebaseerd kan worden op de letterlijke tekst van de Koran en de Sunna en komt vooral voor op het Arabisch schiereiland; hieruit is later ook weer het in Saoedi-Arabië geldende wahhabisme voortgekomen.</p>
<p>Binnen ieder van de rechtsscholen bestaan weer verschillen tussen meer orthodox-klassieke en meer liberale en moderne interpretaties. Het gebied waar over de rechtsregels zelf eenstemmigheid bestaat, is vergeleken met de hedendaagse nationale rechtsstelsel in moslimlanden dus zeer klein.</p>
<p>Omdat de fiqh een sterk casuïstisch karakter heeft wordt het ook weleens vergeleken met de Angelsaksische jurisprudentie. Er zijn echter hele grote verschillen: de Angelsaksische jurisprudentie is ontwikkeld door praktijkjuristen en is gebaseerd de rechtspraktijk, terwijl de fiqh is ontwikkeld door schriftgeleerden en heeft in aanzienlijke mate een theoretisch karakter. In de orthodoxie werd de fiqh al heel snel, twee eeuwen na het overlijden van de Profeet (vzmh), als voltooid geacht en niet zozeer als de menselijke uitwerking van de Goddelijke wet gezien maar als ‘de’ wet zelf. Zo kreeg de fiqh al snel een heilig karakter, terwijl het juist slechts een afgeleide was van de heilige Openbaringen en slechts het menselijk denken over de Koran en de Sunna weergaf. Deze uitleg gaf het een status van onfeilbaarheid en onveranderlijkheid, geldig voor iedere tijd en plaats. Omdat de rechtsontwikkeling voltooid werd geacht, werd vanaf de tiende eeuw de legitieme interpretatievrijheid – de ijtihad – aan de geleerden en de gelovigen ontnomen. Hiermee werd de weg naar modernisering van de moslimgemeenschap afgesloten en is dat rechtsstelsel lange tijd gefossiliseerd. Pas tegen de negentiende eeuw werd de ijtihad voor het eerst sinds eeuwen weer toegepast, zij het dat dit binnen de islamitische wereld zeer controversieel was, en nog steeds is. Deze ijtihad, die nog steeds niet unaniem wordt geaccepteerd, wekt grote oppositie op bij de orthodoxe ‘ulama en verschillende islamitische bewegingen, zij het lang niet altijd op dezelfde gronden.</p>
<p>De ontwikkelingen die in 2004 in Marokko plaatsvonden gelden hierbij als een goed recent voorbeeld: toen is door het parlement een nieuwe gezinswet aangenomen, de ‘Muddawana’, waarbij de voorstanders van deze wijziging hun positie rechtvaardigden door te verwijzen naar de ijtihad. Met het beroep op het feit dat hij als ‘vorst der gelovigen’ het hoogste gezag vertegenwoordigt in het recht op de ijtihad speelde koning Mohammed VI, tegen alle verzet in, een doorslaggevende rol bij de totstandkoming en uiteindelijke acceptatie van de wet. Het resultaat is een voor Marokkaans-islamitische begrippen revolutionaire breuk met het patriarchale gezinsmodel: voortaan zijn man en vrouw verantwoordelijk voor het gezin, in plaats van voorheen enkel en alleen de man.</p>
<p>Naast het principe van ijtihad, is ook het principe van ‘siyasa’ een belangrijk kenmerk van pogingen om het rechtsstelsel verder te moderniseren. De klassieke sharia kent aan de heerser een eigen beleidsvrijheid (siyasa) toe om alles te regelen wat nodig is om Gods plan ten uitvoer te brengen, mits niet strijdig met de sharia. Dit recht impliceerde in de islamitische rijken de facto altijd al een zekere scheiding tussen religieuze en wereldlijke macht. Op grond daarvan vormde de Osmaanse staat van oudsher in de praktijk al een seculier bestuursapparaat, nog ver voordat in de negentiende eeuw de hervormingen naar Europees voorbeeld, op grond van nationalistische argumenten, begonnen. Dit ‘vrije’ domein is met de opkomst van de nationale staat vrijwel overal sterk toegenomen. De formele eis dat het in dit ‘vrije’ domein ontwikkelde recht niet strijdig is met de sharia roept meestal geen problemen op, zodat het nationale recht in moslimlanden heel vaak nauw kan aansluiten op het recht op in andere delen van de wereld, zoals bijvoorbeeld bij de ‘Common Law’ of de ‘Civil Law’-stelsels.</p>
<p>De vierde betekenis van de sharia heeft betrekking op het geleefde recht. De sharia is godsdienstig recht, dat wil zeggen ‘in dienst van God’, aan wie de exclusieve soevereiniteit toekomt, en betreft derhalve geloofsvoorschriften. Ook waar dit van toepassing is binnen formeel, nationaal recht, kan de individuele moslim of een islamitische beweging, voor na te leven leefregels, eigen interpretaties menen te mogen hanteren in aanvulling op of juist in afwijking van het geldende formele recht. Zo heeft in veel moslimlanden de staat de strijd om het rechtsmonopolie dan ook lang niet op alle terreinen gewonnen. Dit geldt niet alleen in staten met grote etnische verdeeldheid of daarmee correlerende religieuze verschillen. In verschillende moslimlanden, zoals Pakistan en zelfs in Egypte en Libanon, hebben islamitische bewegingen soms stadswijken kunnen ‘kapen’ waar ze hun versie van de sharia hebben afgekondigd en handhaven. Zolang de praktische macht van de staat niet in het geding komt vinden de regimes in die landen het maar best.</p>
<p>Ook kunnen bepaalde in de wet verboden gewoonterechtelijke gebruiken door gelovigen toch als ‘islamitisch’ worden aangemerkt of als conform hun interpretatie van de sharia. Dit geldt ook waar het gewoonten betreft die in sommige gebieden evenzeer door aanhangers van andere religies worden nageleefd, zoals vrouwenbesnijdenis (hierdoor ten onrechte aan de islam toegekend terwijl juist in de islamitische fiqh unaniem strikt verboden). Vooral in gebieden van een land, die ver verwijderd zijn van het bestuurscentrum en nauwelijks gecontroleerd door de staat, heerst er een mengsel van ongeschreven islamitisch recht met gewoonterecht. De Pashtun-cultuur in Pakistaanse en Afghaanse gebieden geldt hierbij als goed voorbeeld. Gezien de politieke spanningen in die regio domineert dat gewoonterecht dan ook het beeld dat bestaat in het westen, van islamitisch recht. Dit geldt juist voor een ingestort of slecht functionerend staatsapparaat, zoals momenteel in Afghanistan en Irak. De informele vormen van recht waar men op terugvalt, worden dan ook vaak uitgeoefend door personen die nog over gezag en macht beschikken, en dat zijn vaak religieuze functionarissen en lokale krijgsheren, meestal toch mensen zonder enig juridisch inzicht.</p>
<p>Omdat het hierin toch gaat om de relatie tussen islam en het nationale recht, slaat islamisering van het recht in deze context op de eerste drie betekenissen van de sharia. De verschillen ertussen maar ook de grote interpretatieverschillen die bij ieder ervan bestaan, geven aan dat, in tegenstelling tot wat wordt gedacht, de sharia juist en vooral geen eenduidig stelsel van rechts- en gedragsregels is en er daarom ook juist kritisch doorgevraagd dient te worden wanneer men het woord ‘sharia’ in de mond neemt. Op grond van al die verschillen is het dus eigenlijk misplaatst om überhaupt te spreken ‘de’ sharia. Het is op voorhand nooit duidelijk wat bedoeld wordt met pleidooien voor invoering van sharia, of wat de strekking is van verwijzingen in rechtsstelsels naar de sharia. Dergelijke pleidooien of verwijzingen beteken lang niet voor iedereen dat teruggekeerd moet worden naar orthodoxe gedragsvoorschriften. Het islamitisch activisme van de afgelopen decennia moet mede worden gezien als een reactie op het klakkeloos volgen van traditionele gedragsregels, zelfs als deze uitmondden in juist onislamitische handelingen. Wanneer opneming van de sharia wordt bepleit, kan dit dus zowel betekenen een terugkeer naar een puriteinse interpretatie van de heilige geschriften, alsmede een toepassing van moderne interpretaties. Wel geldt dat voor de vrome moslim aan het begrip ‘sharia’ als zodanig een sacrale en positieve connotatie is verbonden. De Koran, als belangrijkste fundament van de sharia, wordt door de meeste moslims gezien als het Woord Gods. De van deze sacrale aard afgeleide positieve connotatie van de sharia – de eerste betekenis – ligt dicht in de buurt van ‘sociale rechtvaardigheid’: dit is te vergelijken met de positieve gevoelswaarde die voor de meeste westerlingen is verbonden met vrijheid, gelijkheid en broederschap. Maar met deze waardetrits is met de verwijzing naar ‘de’ sharia nog niet veel gezegd over de eruit voortvloeiende concrete wettelijke recht en plichten.</p>
<p><strong>Islamisering van recht</strong><br />
De roep om het recht te islamiseren in moslimlanden, is vooral opgekomen vanaf de jaren zeventig. Er zijn altijd al bewegingen geweest die dit voorstonden, maar in de hieraan voorafgaande decennia ging het de regerende elites primair om het nationalisme en de modernisering ten behoeve van economische ontwikkeling. Ook in de landen die nooit een koloniale geschiedenis hebben gekend, zoals Turkije, Iran en Afghanistan, was op veel gebieden aan het Westen ontleend recht ingevoerd. In beide soorten landen werd echter vanaf de jaren twintig vaak met harde hand gestreefd naar nationale eenheid en modernisering, vaak ook socialistisch gekleurd. Er bestond hoe dan ook weinig aandacht voor religie of werd de publieke invloed hiervan juist sterk teruggebracht, zoals in Turkije en Iran. De opkomende roep om islamisering van het recht vloeide onder andere voort uit deze geforceerde modernisering en marginalisering van de islam en zijn gezagsdragers, de schriftgeleerden. Het verbale verzet richtte zich tegen de tekortschietende autoritaire regimes en hun programma’s van modernisering, maar had ook een sterk antiwesterse inhoud vanwege westerse steun aan en invloed op deze regimes, hun moderniseringsstreven naar westers model en de in de koloniale tijd doorgevoerde verwestersing.</p>
<p>Het willen invoeren van de sharia is dus in veel gevallen te zien als een streven naar het herstel van de verbinding met het eigen erfgoed. Toch blijkt dit geen discontinuïteit over de hele linie of integrale herinvoering van de vroegere rechtssystemen te impliceren. Zo is het systeem van natiestaten dat uit beide wereldoorlogen en onafhankelijkheidsoorlogen tevoorschijn kwam, onaangetast gebleven. Als staatkundig relevant begrip heeft de koranische eenheid van de gehele geloofsgemeenschap – de umma – het afgelegd tegen de natiestaat. Recht en rechtsstelsels zijn dan ook gebonden aan afzonderlijke staten, en vertonen alleen op grond daarvan al grote verschillen. Met de verstatelijking van het recht is het door de koloniale machten ingevoerde of van het westen overgenomen principe van codificatie van het recht eveneens gehandhaafd. Dit geldt vrijwel overal ook voor de kernlanden van de sharia. Alle moslimlanden hebben een geschreven grondwet, zelfs Saoedie-Arabië (sinds 1992), dat deze de ‘Basic Regulation’ noemt omdat de Koran en de Sunna er gelden als grondwet. Maar in dit land is bijvoorbeeld het personenrecht weer niet gecodificeerd. Afgezien van Saoedi-Arabië en Afghanistan ten tijde van de Taliban, geldt dat de feitelijke of nagestreefde islamisering van het recht zich afspeelt binnen het kader van het nationale recht, derhalve door wijziging van wetgeving en jurisprudentie. Hetzelfde geldt voor het rechtsstelsel: de islamisering kan leiden tot een uitbreiding met shariarechtbanken van het formele stelsel van rechtbanken en beroepshoven, dat in de negentiende eeuw en twintigste eeuw is gemodelleerd naar Europese, met name Britse en Franse voorbeelden.</p>
<p><strong>Constitutionele islamisering</strong><br />
De begrippen ‘staat’, ‘staatsrecht’ en ‘grondwet’ komen in de klassieke sharia niet voor en ook equivalenten hiervan krijgen weinig uitwerking. Er wordt uitgegaan van een geloofsgemeenschap met een leider, maar de verhoudingen binnen een staatsverband worden nauwelijks in de geschriften omschreven. Als middel hiertoe bestaat slechts het concept van ‘shura’, om uiteindelijk tot de invulling hiervan te komen. Dit concept biedt slechts de kaders waarbinnen dit gedaan dient te worden, waarbij in religieuze zin de nadruk komt te leggen op de intenties van de mensen die dit ten uitvoer brengen. Omdat het concept van ‘shura’ een verplichting is voor iedere moslim, zoals ieder ander aspect in de Koran en de Sunna, dient de moslim zijn eigen invulling te geven hieraan, zoals hij of zij ook de eigen invulling geeft aan iedere andere verplichting die binnen de islam geldt, zoals de verplichting tot het gebed, de zakaat of de hadj. De invulling van het concept van ‘shura’, dat niet alleen op staatsniveau maar ook op stads- en wijkniveau en zelfs tot in de eigen huishouding toegepast dient te worden. Met dat laatste wordt verstaan dat men in goede harmonie de huishouding met alle betrokkenen invulling geeft, opdat deze harmonieuze samenwerking zijn doorslag vindt op de directe omgeving, opdat dit een gevoel van umma creëert en op grond hiervan een gemeenschap succesvol met respect en begrip voor elkanders verschillen en geschillen optreedt.</p>
<p>Het staats- en bestuursrecht is vanouds dan ook door de heerser zelf geregeld op grond van het concept van siyasa, de hem toegekende beleidsvrijheid. De zelfstandige staten die in de twintigste eeuw ontstonden bouwden voort op de oudere moslimrijken, maar ook op het koloniale, of westers geïnspireerde publiekrechtelijk begrippenkader, zoals staatshoofd, regering, ministers en parlement. Het islamitisch activisme vanaf de jaren zeventig had in verschillende landen ook de zogenaamde ‘shariaïsering’ van constitutionele aspecten op de agenda, maar kon derhalve nauwelijks gebruik maken van historische modellen. Het kalifaat is bijvoorbeeld een umma-breed, en dus niet nationaalstatelijk concept. Bovendien bleek de islamitische fundering hiervan zeer omstreden. Bij de constitutionele islamisering gaat het dan ook met recht om experimenten, met veel juridische ambiguïteit en onzekerheid als gevolg.</p>
<p>De Britse rechtsfilosoof Hart wijst erop dat in constituties zogenoemde ‘rules of recognition’ (of erkenningsregels) zijn opgenomen: regels die bepalen dat een regel een rechtsregel is. Het voorkomen in grondwetten van dergelijke basisnormen van het positieve recht is echter nog geen voldoende bewijs voor het daadwerkelijk functioneren. Hij ziet de vraag naar de acceptatie van zo’n grondregel vooral ook als empirisch af te leiden uit het gedrag van rechters, wetgevers en bestuur. Bovendien kunnen in de tekst van een grondwet zelf verschillende ‘hoogste’ normen staan; alleen daarom al vormt de feitelijke betekenis een empirische kwestie.</p>
<p>Wanneer men de rol van de islam in staatsverband wil onderzoeken, vormt de grondwet het voor de hand liggend document, In die tekst wordt immers zichtbaar hoe een land zich definieert. Een – althans op papier – belangrijke vorm van constitutionele islamisering betreft het expliciet veranderen van de staatsvorm in een islamitische. Wat ook van belang is, is of de islam in dat geval wordt aangemerkt als staatsgodsdienst. In de grondwet kan voorts de sharia als bron van wetgeving zijn opgenomen. Van de 45 moslimlanden (met moslims als bevolkingsmeerderheid) zijn er echter maar 10 die zich in hun grondwet als islamitische staat definiëren. Marokko is hierop echter de enige uitzondering: dit land is een islamitische staat, de islam is er de staatsgodsdienst, maar de sharia wordt niet aangemerkt als bron van wetgeving. Marokko’s grondwet spreekt van ‘de wil van de natie’ die in de wet tot uitdrukking gebracht moet worden. In de preambule wordt verwezen naar de mensenrechten. Tussen ‘moslimland’ en ‘sharia’ bestaat dus geen één-op-éénrelatie: slechts in een derde van alle moslimlanden heeft de sharia een constitutionele positie, terwijl de sharia in een zesde van de moslimlanden formeel suprematie als bron is toegekend. Maar hiermee is de materiële invloed van de sharia in die landen nog lang niet aangetoond. De praktijk wijst ook in die landen echter anders uit: bij het zich definiëren als islamitische staat wordt de staatsmacht zelf en niet alleen het recht religieus gelegitimeerd, en dus als het ware wordt die staatsmacht gesacraliseerd. Kritiek op de staat kan dan heel gemakkelijk worden gelijkgesteld aan kritiek op de religie zelf en als ketterij worden aangemerkt, zoals bijvoorbeeld bekend is van Iran.</p>
<p><strong>Conclusies</strong><br />
Het islamitisch activisme dat zich de afgelopen decennia in alle moslimlanden manifesteerde, heeft in constitutioneel opzicht tot uiteenlopende resultaten geleid. De rol van de islam en de sharia in staat en recht was in de meeste moslimlanden controversieel en leidde soms tot botsingen van een ongemene heftigheid, zoals in Soedan, Nigeria en Pakistan. Dit betrof echter niet alleen botsingen tussen moslims en christelijke of seculiere krachten, maar voornamelijk juist tussen moslims onderling. Het resultaat is dat moslimlanden zeer grote verschillen laten zien over de grondwettelijke plaats van de islam en de sharia. Slechts een minderheid van de moslimlanden definieert zich als islamitische staat, en eveneens in een minderheid is de sharia formeel de belangrijkste bron van wetgeving. Ook als een land zich als een islamitische staat definieert, is het lang niet altijd een theocratie (bijvoorbeeld Pakistan). Evenmin sluit dat democratie principieel geheel uit, of impliceert dit dat het rechtsstelsel van deze landen per sé geheel door de sharia wordt bepaald.</p>
<p>De geconstateerde constitutionele verscheidenheid laat zich in een driedeling samenvatten, namelijk van theocratische stelsels, seculiere stelsels en gemengde stelsels. Saoedi-Arabië en – in mindere mate – Iran komen het dichtst in de buurt van een theocratie, en staan aan het andere uiterste seculiere staten als Mali en Turkije. Hiertussen is er een grote groep van gemengde stelsels, die zich ook weer laat onderverdelen. Er zijn allereerst drie staten te vinden met een overwegend seculiere constitutie, namelijk Nigeria, Indonesië (zelfs geen enkele verwijzing in de grondwet naar de islam) en Maleisië. Geen van deze landen definieert zich als islamitische staat, de sharia vormt er geen bron van wetgeving, en behalve in Maleisië is de islam er geen staatsgodsdienst. Dit land illustreert dat, ook wanneer de islam geldt als staatsgodsdienst, dit een seculier staatsbestel niet hoeft uit te sluiten. Ten slotte zijn er vijf landen waar de islam constitutioneel meer invloed heeft, omdat de islam er geldt als staatsgodsdienst, ze zich definiëren als een islamitische staat, en/of de islam/sharia er geldt als een of de bron van wetgeving. Dit betreft Egypte, Marokko, Soedan, Afghanistan en Pakistan. Maar daarmee is nog niet alles gezegd.</p>
<p>Het proclameren van de sharia als de bron van wetgeving kan grote invloed hebben, maar niet noodzakelijkerwijs. Gezien de verschillende betekenissen van het begrip sharia kan het ook een hoog ‘declaratoir’ of ‘preambulair’ gehalte hebben, zonder veel aanwijsbare invloed op het positieve recht; dit is het geval in Egypte. Dit impliceert overigens weer niet dat het plaatsen van het recht onder het symbool van de sharia geheel zonder betekenis is.</p>
<p>Ten slotte kan eveneens worden geconcludeerd dat de islamisering van staat en recht niet een rechtlijnig proces is, dat zich derhalve in een steeds groter deel van de moslimwereld zou voltrekken, noch dat het een onomkeerbaar proces is. Weliswaar heeft ieder van de genoemde landen blootgestaan aan soms zware druk van het islamitisch activisme in militante zin, maar in landen als Turkije, Pakistan, Iran, Indonesië, Maleisië, Soedan en Egypte hebben ook tegenbewegingen plaats(gehad). Deze kunnen ook resulteren in een verzwakking van de rol van de militante interpretatie van het islamitisch recht of in meer liberale interpretaties, waarbij de ijtihad lokaal als geopend geldt en dynamiek in de interpretatie van islamitisch recht juist wordt gestimuleerd. Het lijkt er bovendien op dat de meest scherpe fasen van constitutionele islamisering plaatsvonden door revoluties, staatsgrepen of ten tijde van noodtoestanden (resp. Iran, Soedan en Pakistan).</p>
<p>Wanneer bevolkingen zich de laatste jaren konden uitspreken in verkiezingen werd nogal eens voor matiging gekozen (Iran, behalve in 2005, Egypte, Marokko, Pakistan, Turkije, Indonesië en Maleisië). Er is derhalve geen sprake van een ondubbelzinnig, door de massa van moslims ondersteund proces, gericht op het islamiseren van staat en recht volgens het klassieke model, met uitsluiting van toenadering tot het dynamiseren van de sharia. Hierbij moet echter meteen worden aangetekend dat verkiezingen lang niet altijd mogelijk waren of eerlijk konden verlopen; over de uitslag van eerlijker verkiezingen kan dus slechts worden gespeculeerd. Dit brengt ons tevens bij de eindconclusie: een islamitisch geïnspireerde democratie is in theorie mogelijk, maar praktisch gezien onmogelijk, zolang de benodigde overeenstemming over de ijtihad niet is bereikt.</p>
<p>Mogelijk, omdat er in de islamitische geloofsleer voldoende aanknopingspunten zijn die toepassing van het concept van ‘shura’ kunnen doen leiden tot een juridische ontwikkeling van de sharia, zoals deze in de tiende eeuw gesloten werd verklaard. Hiertoe is een unaniem geaccepteerde heropening van de ijtihad nodig. Zonder deze heropening van de ijtihad, zal het voor moslims onmogelijk zijn om een democratie, geïnspireerd door en op islamitische gronden, te bewerkstelligen. Zonder deze heropening van de ijtihad, zal tevens de sharia een vaag systeem van rechtsregels blijven, omdat de sharia lokaal gezien niet de nodige ontwikkeling kan doormaken die uiteindelijk zal uitwijzen dat ‘de’ sharia niet bestaat en dat de islam inderdaad een universele religie is, met universele antwoorden op universele vragen. Als moslimgemeenschap roepen we al eeuwen dat de islam universeel is. Het is dan ook de hoogste tijd dit universele in praktijk om te zetten, door te beginnen met overeenstemming te bereiken over de ijtihad.</p>
<p><strong>M.R. Jabri</strong></p>
<p><strong>Hulpbronnen:<br />
</strong><em>‘The other face of Islamist movement’, M. al-Sayyid<br />
‘Pakistan’s “Armored” Democracy’, A. Shah<br />
‘Islam in the political progress’, J. Piscatori<br />
‘Sharia en nationaal recht’, J.M. Otto<br />
&#8216;Dynamiek in islamitisch activisme&#8217;, J. Schoonenboom<br />
‘Syed Qutb – the John Locke of the Islamic World’, M. Khan<br />
‘Revolution without movement, movement without revolution’, A. Bayat<br />
‘Reformation of Islamic thought’, N. Abu Zayd<br />
‘Klassieke sharia en vernieuwing’, M.S. Berger</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.mirsab.nl/home/2009/08/18/de-islamitische-democratie-een-juridisch-proces/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>6</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De islamitische democratie: een historisch proces</title>
		<link>http://www.mirsab.nl/home/2009/08/18/de-islamitische-democratie-een-historisch-proces/</link>
		<comments>http://www.mirsab.nl/home/2009/08/18/de-islamitische-democratie-een-historisch-proces/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 18 Aug 2009 08:31:25 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Artikelen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.mirsab.nl/home/?p=96</guid>
		<description><![CDATA[In het publieke debat in Nederland wordt islamitisch activisme al gauw geassocieerd met islamisme, fundamentalisme, extremisme, politieke islam en ook gewelddadig extremistisch optreden in naam van de islam. Waar men aan voorbij gaat is wat op de achtergrond gebeurt en bijna niet in het nieuws wordt gebracht door de reguliere media. Deze reguliere media heeft [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>In het publieke debat in Nederland wordt islamitisch activisme al gauw geassocieerd met islamisme, fundamentalisme, extremisme, politieke islam en ook gewelddadig extremistisch optreden in naam van de islam. Waar men aan voorbij gaat is wat op de achtergrond gebeurt en bijna niet in het nieuws wordt gebracht door de reguliere media. Deze reguliere media heeft – net als ieder ander aspect – een eigen ontwikkeling doorgemaakt, waarbij mediaredacteuren gaandeweg zijn uitgekomen op een kapitalistische manier van verslaggeving en de reguliere media het stempel ‘commercieel’ ondertussen meer dan verdient. Waar deze media het licht lieten – en laten – schijnen op de gewelddadige invulling van het islamitisch activisme, is de kennis van alle andere soorten inspanningen vrijwel nihil. Of men is er gewoonweg niet in geïnteresseerd vanwege het tegenspreken van het meer dan goed dienst doende negatieve imago dat moslims ondertussen hebben.<span id="more-96"></span></p>
<p>Het ‘islamitische’ aan dit activisme is niets anders dan de conclusie dat de ‘islam fungeert als gemeenschappelijk voertuig en idioom voor politieke en maatschappelijke bewustwording van grote groepen moslims’. Het ‘activisme’ fungeert als het gehele spectrum voor de diverse inspanningen die worden gedaan, waarbij deze turbulentie uiteindelijk niets anders betreft dan uiting van bewustwording en strijdbaarheid. Deze strijdbaarheid uit zich niet alleen in de welbekende beelden van naar Israëlische tanks stenen gooiende Palestijnen, maar tevens vreedzame, ludieke en intellectueel provocerende activiteiten. De associatie met geweld is niet dankzij maar ondanks het toevoegen van de term ‘islamitisch’. De groepen moslims die het geweld niet schuwen om hun doel te bereiken hebben namelijk niet het alleenrecht op de benaming ‘islamitisch’, maar zijn slechts mensen die een andere invulling geven aan het islamitisch activisme dan de mensen die centraal staan in deze essay.</p>
<p>De inspanningen binnen het islamitisch activisme hebben verscheidene doelen, die variëren van het bereiken van de bijna-utopie van een wereldomvattende islamitische staat tot aan het op islamitische gronden bepleiten van de scheiding van moskee en staat. Uiteindelijk staat het islamitisch activisme allemaal voor maar één zaak: het streven van mensen voor wie de islam inspiratie is voor de inrichting van hun politiek en samenleving.</p>
<p><strong>De hypocriete rol van westerse landen</strong><br />
Binnen zowel de westerse als de islamitische wereld bestaat de misvatting dat het basisconcept van democratie een uitvinding is van het westen waarbij enkel en alleen die westerse wereld het recht heeft om anderen uit te leggen hoe een democratische rechtsstaat ingericht dient te worden. Democratie in haar ruwste vorm is inderdaad in het oude Griekenland ontstaan maar de huidige concepten van democratie die worden toegepast lijken er in de verste verte al niet meer op. In de westerse wereld heeft democratie zich zodanig ontwikkeld dat er ondertussen talloze vormen van democratie zijn (tweepartijenstelsen vs. meerpartijenstels alsmede democratie gebaseerd op (deels) christelijke en/of joodse grondslagen). Wat buiten iedere twijfel staat is dat de diversiteit van democratische concepten in de westerse wereld alom erkend wordt en zelfs verdedigd wordt met het argument dat iedere soevereine staat in het Westen het recht heeft om haar eigen democratie op grond van de lokaal geldende cultuur (en zelfs religie) in te richten. En dat op grond daarvan concepten van democratie in details wel van elkaar mogen verschillen. Centraal staat dat de volksvertegenwoordiging gewaarborgd is en daarmee de macht van de meerderheid bepalend is om zodoende de slechte ervaringen met dictaturen zich niet te laten herhalen. Deze ontwikkeling heeft helaas meer verkocht dan waar de koper voor wilde betalen: elementen in die westerse samenlevingen hebben er gaandeweg voor gezorgd dat in de beleving het westen een patent heeft op democratie als bestuursvorm en – terwijl er allerlei invasies worden uitgevoerd onder de pretext van ‘het brengen van democratie’ – de rest van de wereld bij datzelfde Westen dient aan te kloppen als men democratische hervormingen wil doorvoeren.</p>
<p>Deze ‘politiek van democratisering’ heeft vooral veel voorstanders in de VS en West-Europa. Wat op zijn plaats is, is het besef van de historie en de betrokkenheid van het westen bij de huidige politieke situatie in veel moslimlanden, en daarnaast ook de toepassing van oudere vormen van democratie in diezelfde moslimlanden en andere niet-westerse landen. Ondanks alle westerse retoriek over mensenrechten en democratie en de eindeloze benadrukking van verschillen met bijvoorbeeld de islamitische wetgeving ‘sharia’ (de altijd benoemde punten segregatie, ongelijkheid tussen mannen en vrouwen, lijfstraffen, homoseksualiteit en vrijheid van meningsuiting) is de werkelijke rol van het westen de meesten niet ontgaan: in 17 Arabische landen, waarvan er slechts 4 een kiesstelsel hebben waarbinnen politieke partijen met elkaar kunnen concurreren, vindt agressie van bepaalde groepen moslims plaats. Deels tegen de eigen bevolking en deels tegen het westen. Wat in het Westen de media domineert, is het geweld dat tegen het westen is gericht terwijl het geweld tegen de eigen bevolking in die landen vaak onderbelicht blijft. Gebieden waar het westen veel (energie)belangen heeft (zoals Palestina/Israël, Irak, Darfur, Afghanistan en een aantal gebieden in en rondom de voormalige Sovjet Unie) worden echter uitvergroot zonder dat de werkelijke rol van het westen daarin al te veel schade oploopt.</p>
<p>Deze agressie – in het geval van ‘islamitische’ landen – komt voort, niet omdat de regimes in die landen nou werkelijk zo islamitisch handelen, maar juist door het gebrek aan islamitisch handelen terwijl de retoriek op dat aspect door diezelfde regimes wel wordt verspreid. In sommige landen worden mondjesmaat delen van een democratisch concept doorgevoerd om de strijdende groepen te sussen, maar de totalitaire houding van de regimes blijft hoe dan ook in stand. In andere gevallen worden politieke standpunten van de oppositie overgenomen door de betreffende regimes, om zo de bevolking het gevoel te geven dat men openstaat voor het oplossen van de feitelijke problematiek.</p>
<p>Daartegenover staat de publieke opinie in westerse landen, waar in de beleving het westerse ‘publiek moreel’ boven die van de moslimbevolking staat vanwege het vermeende gebrek aan democratische aspecten in islamitische samenlevingen, en de onwelwillendheid van ‘islamitische’ machthebbers om hun politiek en samenlevingen te democratiseren. Datzelfde westerse publiek stemt tegelijkertijd voor volksvertegenwoordigers die de status quo in moslimlanden in stand helpen houden, terwijl zij de ‘eigen’ moslimbevolking – de moslimbevolking die woonachtig is in die westerse landen &#8211; voorzien van een opinievorming die suggereert als zouden de in het westen levende moslims medeschuldig zijn aan die status quo in moslimlanden, waarbij het onbegrip voor de huidige demografische ontwikkelingen in westerse landen op hen wordt afgevuurd. Wat men vergeet is dat deze moslims er vaak niet eens over zouden peinzen hun land van herkomst te verlaten, als de machthebbers maar inderdaad tot op zekere hoogte islamitisch zouden handelen en concepten van islamitische democratie zouden toepassen.</p>
<p>Het gebrek aan democratische rechten in het land van herkomst doet de meeste moslims hun heil elders zoeken. Deze aspecten variëren, van concrete zaken zoals het recht op onderwijs tot aan de simpele edoch kennelijk moeilijke erkenning van hun menselijke waardigheid. Daarnaast zijn vele andere gebreken te bemerken in deze landen van herkomst, zoals het gebrek aan vrijheid van meningsuiting, het recht op vereniging, de vrijheid van godsdienst en het grondwettelijk gegarandeerde toezicht op overheidsbeslissingen door gekozen volksvertegenwoordigers en civiel toezicht op het leger en de politie. Omdat al deze zaken een totale politieke omzetting vergen, richt men zich op het individueel maximaal haalbare om een beter leven te verkrijgen: het recht op economische ontwikkeling en vooruitgang. En daarvoor is de makkelijkste weg slechts het verkassen naar een westers land, waar alle andere benoemde aspecten weer wel al goed geregeld zijn. In de meeste gevallen blijft men echter wel vasthouden aan de eigen religie, terwijl men zich dan in een samenleving met hele andere grondslagen voortbeweegt.</p>
<p>Het feit dat in de westerse landen deze zaken wel goed geregeld zijn, geeft die westerse landen echter niet het recht om vanuit een ivoren toren de moslimbevolking (zowel in eigen land als in islamitische landen) te bestoken met allerlei moreel verheven prietpraat, over hoe democratisch de eigen samenleving wel niet is en over hoe slecht het wel niet is in diezelfde moslimlanden. Dat weet deze moslimbevolking nog beter dan de opiniemakers in het westen, anders zouden deze moslims zich in de eerste plaats al niet eens in het westen bevinden. Sterker nog, de westerse wereld is tot op een niet te onderschatten niveau medeverantwoordelijk voor het gebrek aan democratische concepten door vele regimes in deze landen de hand boven het hoofd te houden om zo de eigen (economische) belangen in die landen veilig te stellen. Dus enerzijds wordt het gedrag van politieke moslimleiders bestookt met kritiek met de in het westen levende moslims als geleider voor deze kritiek, terwijl degenen die deze kritiek leveren ondertussen wel hun stem uitbrengen op volksvertegenwoordigers die weigeren deze moslimleiders aan te spreken op hun benadering van zaken en gebrek aan bereidheid om de noodzaak van democratisering in te zien. De geloofwaardigheid van iedere westerling die kritiek levert op moslims – in wat voor vorm of aangaande welk onderwerp dan ook – is ondertussen als gevolg hiervan gedaald naar een nulpunt en doet iedere poging tot een constructieve dialoog over de kern van de zaak – de waarborging van mensenrechten door toepassing van democratische aspecten danwel de toepassing van een democratisch concept binnen een samenleving – al sterven voordat deze goed op gang is gekomen.</p>
<p><strong>Concepten van democratie</strong><br />
Een vorm van democratisering die her en der mondjesmaat werd en wordt ingezet en nog steeds aan ontwikkeling onderhevig is, is het principe van ‘shura’ (beschreven in deel 1 van deze essay). Ondanks dat in het westen gedacht wordt dat democratie maar één vorm kent, zijn er gaandeweg steeds meer stemmen in de islamitische wereld die de eigen samenleving wel degelijk willen democratiseren, zij het op geheel eigen wijze en zonder paternalistische bemoeienissen van buitenaf. Terwijl het conservatieve deel van de intellectuele moslimwereld bepleit dat democratie slechts een westers product is dat de kapitalistische bedorvenheid van de westerse wereld met zich mee zal brengen (mede te danken aan de lobby om het ‘patent op democratie’ te verkrijgen), bepleit het progressieve deel van die samenlevingen dat die bedorvenheid door het westen reeds in de moslimlanden is ingevoerd doordat zij de huidige totalitaire machthebbers de hand boven het hoofd houden en zo democratische hervormingen om de eigen politiek en samenleving te kunnen verbeteren, juist tegenhouden.</p>
<p>Tegelijkertijd werkt de retoriek vanuit het westen, als zou het westen moreel verheven zijn omdat het westen ‘democratie’ heeft, de conservatieven in de hand. Deze gebruiken die westerse retoriek als argument om de progressieve groepen moslims tegen te houden in hun pleidooi voor democratische hervormingen en laten de eigen aanhang daarmee automatisch denken dat er inderdaad maar één soort democratie bestaat: democratie zoals dit is ontwikkeld in het westen. Een gebrek aan kennis van de historische ontwikkeling van Europa en de VS, alsmede een dogmatische benadering van de toepassing van de Heilige Geschriften (de Koran en de Sunna) en de discussie over het wel of niet interpreteren van de Heilige Geschriften (de ‘ijtihad’) naar de huidige tijdsgeest en ook een gebrek aan besef van simpele terminologie (hier heet het democratie, daar noemt men het ‘shura’), maken het de progressieve denkers nog moeilijker om de moslims te laten inzien dat democratie op islamitische gronden prima ingevuld kan worden en doen de argumenten van sommige islamitische denkers onnodig geweld aan. En om vooral het zogenaamde ‘patent op democratie’ te behouden, werken in de westerse landen verscheidene krachten (zowel bewust als onbewust) hard om vooral de conservatieven in moslimlanden te voorzien van de benodigde retoriek om die weer te helpen in hun zadel te blijven zitten.</p>
<p>De misvatting bestaat dat westerse concepten van democratie wel even geïntroduceerd kunnen worden in moslimlanden en dat dit wel zomaar even geaccepteerd zal worden door lokale bevolkingen. Culturele en religieuze ontwikkelingen, die de identiteit van de gemiddelde moslim mede hebben bepaald, worden echter niet zomaar opzij gezet door diezelfde moslim, slechts voor een verbeterde economische levensstandaard. Het bewijs hiervan zijn de moslims die in het westen leven en nog steeds die identiteit – zij het allen op de eigen manier – uitdragen. De wens van met deze problematiek begaande westerlingen – het integratie- en of assimilatievraagstuk – komt slechts voort uit de westerse oergedachte van het kapitalisme en de werking van de ‘vrije’ markteconomie: met een zich gedeisd houdende (etnische en/of religieuze) minderheid kan de westerling de aanwezigheid van diezelfde minderheid best pruimen, zolang die westerling zich maar niet druk hoeft te maken om zichzelf roerende minderheden.</p>
<p>Ondanks deze fatalistische houding, die een poging tot morele verhevenheid als gevolg heeft, is er onder de moslims ook een eigen manier van ‘hervormingsdenken’ ontstaan. Het huidige hervormingsdenken is in sterke mate geïnspireerd door opvattingen die zo rond het einde van de negentiende en begin van de twintigste eeuw zijn ontwikkeld. De toenmalige context van confrontatie met het Westen en het westers denken leidde in de moslimwereld tot een grote behoefte aan hervorming. Op het niveau van staat en natie was – door directe kolonisatie of in ieder geval invloed van westers denken op het eigen regime – een overdreven sterk westers stempel komen te rusten waardoor de beleving van islam gaandeweg verdreven werd naar de private sfeer (drs. I.J. Schoonenboom, 2006). De opheffing van het kalifaat van het Ottomaanse Rijk (1924) werd door de moslimwereld ervaren als een traumatische gebeurtenis. De discussie over het concept van het kalifaat werd toen ontstaan, alsmede de discussie over politiek en islam. Zo ontstonden er twee categorieën hervormingsdenkers die lijnrecht tegenover elkaar kwamen te staan.</p>
<p><strong>Militant-islamitische hervormingsdenkers<br />
</strong>Mohammed Rashid Rida (1865-1935) was een sterk voorstander van de terugkeer van het kalifaat, welk hij beschouwde als een authentiek politiek systeem. Ondanks dat het niet met zoveel woorden in de Heilige Geschriften beschreven staat, was hij van mening dat het kalifaat een middel was om moslims ervan te weerhouden terug te keren naar de ‘jahiliyya’ (pre-islamitisch heidendom). Herinvoering van het kalifaat beschouwde hij als dan ook als bittere noodzaak. Het was voor hem het antwoord op de door het westen overgedragen decadentie. Daarnaast vond hij dat het recht en de orde die op islamitische gronden waren bepaald hiermee versterkt zouden worden.</p>
<p>Hasan al-Banna (1906-1948) deelde deze opvatting: het verval van het kalifaat weet hij aan de teloorgang van het elan van het geloof uit de begintijd; de tijd van de profeet Mohammed (vzmh) en de rechtgeleide kaliefen (de eerste vier kaliefen die na de dood van Mohammed (vzmh) regeerden over het moslimrijk). Al-Banna was daarnaast een felle tegenstander van de bestaande traditionalistische en een van wereldse praktijk afgeleide beleving van de islam, welk hij voorzichtig toch wel uitlegde als de in de islam verboden ‘innovatie van de geloofsleer’. Hij was sterk gekant tegen alle ‘ulama (rechtsgeleerden) die dit ondersteunden. De ideologische boodschap van Al-Banna was gebaseerd op de overtuiging dat de islam, welke berust op de goddelijke openbaring, een orde zonder weerga is die alle aspecten van het menselijk leven dient te doortrekken. Hij streed fel voor een terugkeer naar het zuivere geloof van de toegewijde voorvaderen van de ‘umma’, welk toen nog niet besmet was met invloeden van buitenaf. Als resultaat hiervan richtte Al-Banna de Egyptische Moslim Broederschap op. Het eerste doel van Al-Banna was om de Egyptische samenleving te islamiseren. Dit voorbeeld diende elders in de wereld te worden gevolgd om uiteindelijk uit te komen bij de door Rida en Al-Banna noodzakelijke terugkeer naar het kalifaat.</p>
<p>Al-Banna en zijn Broederschap richtten zich in de praktijk dan ook direct op het verbeteren van een aantal zaken, zoals het creëren van een netwerk van islamitische scholen, vakverenigingen, jongerenverenigingen en bewegingen die participatie aan het politieke proces bevorderden. Hasan al-Banna werd in 1949 in Caïro vermoord door agenten van de Egyptische geheime dienst, nadat Al-Banna beschuldigd werd van het eerst willen afzetten van de regering van de toenmalige premier Mahmoud El-Noqrashi Pasha, wiens moord tevens in de schoenen van Al-Banna werd geschoven.</p>
<p>De basis waaraan Al-Banna zich vasthield was in de kern gebaseerd op zowel het salafisme als het wahhabisme. Het salafisme ontstond weer op grond van denkbeelden van Jamal al-Din al-Afghani en Mohammed Abdu, mensen die in hun tijd juist bekend zijn geworden door hun vernieuwingen. Deze stroming richtte zich in de oorsprong juist op modernisering. Er werd door deze stroming juist ingezet op het overwinnen van de tegenstellingen tussen de sji’itische en soennitische wereld en het verkleinen van de intellectuele afstand tussen de vier soennitische rechtsscholen. Met het beroep op ‘de utopie van de begintijd’ en de oproep om het voorbeeld van de vroege ‘umma’ te volgen, appelleerden zij aan het authentiek islamitische – in reactie op de westerse culturele maar voornamelijk politieke dominantie – als aan het activisme, in reactie op traditie en lijdzaamheid. Hierdoor zou de gegroeide verdeeldheid en verstarring kunnen worden overwonnen. Dit streven van Al-Banna en zijn Moslim Broederschap naar het herstel van het kalifaat voerde hen geleidelijk aan richting het ondertussen door onislamitische invloeden zeer conservatief en intolerant geworden wahhabisme, welk gebaseerd was op de denkbeelden van Mohammed Ibn ‘Abd Al-Wahhab (1703-1792). Deze geloofsleer predikt een absolute theocratie en zeer puriteinse, ‘ware’ islam zoals letterlijk neergelegd in de Koran, met een zo getrouw mogelijke nabootsing van de handel en wandel van de profeet Mohammed (vzmh), in combinatie met allerlei volkse tradities die gaandeweg in de praktische uitvoering zijn geslopen en zodoende verder van het profetisch concept afstaan dan aanvankelijk de intentie was (Abu Zayd, 2006).</p>
<p>In de loop van haar geschiedenis heeft de Broederschap – in reactie op onderdrukking door de Egyptische regering – periodes van radicalisering gekend, alsmede geleid tot radicale afsplitsingen zoals de Jama’a al-Islamiya en de Egyptische Islamitische Jihad, welke vooral in de jaren ’80 van de twintigste eeuw opbloeiden en wereldwijd veel gevolg kregen. De inhoudelijke inspiratie voor radicalisering werd vooral geleverd door ideeën van Sayyd Qutb (1906-1966), welke in de vroege jaren vijftig leiding gaf aan de Moslim Broederschap.</p>
<p>Qutb geldt als de grondlegger van het militante islamitisch activisme, welke islamitische hervormingsgezinde denkers zoals Jamal al-Din al-Afghani en Mohammed Abdu en zelfs de voorganger en leermeester van Qutb zelf, Hasan al-Banna, naar de achtergrond verdrong vanwege zijn militante houding. Qutb was nog meer gericht op politisering van de islam, een ideologie die hij vooral ontwikkelde tijdens gevangenschap. Net als zijn leermeester Al-Banna omschreef hij zijn samenleving – Egypte – als in staat van jahiliyya verkerend. Dit was niet zozeer gericht tegen de bevolking maar vooral de gevestigde orde en de religieuze ‘elite’, de rechtsgeleerden die in dienst van de regering waren en de bevolking voorzagen van fatwa’s door middel van een enkel en alleen hen toebehorend recht op ‘ijtihad’. Uitgaande van de exclusieve soevereiniteit van God (hakimiyya: alle gezag behoort God en alleen God dient te worden gehoorzaamd) verdeelde Qutb de samenleving in twee categorieën: zij die God gehoorzamen en zij die dat niet doen. Deze manicheïstische opvatting van een absolute tegenstelling tussen goed en kwaad vormt een belangrijke rechtvaardiging van rebellie en strijd in naam van de islam, waardoor in de ogen van Qutb de enige manier van verzet vanuit islamitisch oogpunt de gewelddadige jihad was. Waar Hasan al-Banna zijn blik vooral richtte op een vreedzame islamisering van de samenleving van onderop, richtte Qutb zijn pijlers vooral op de staat. Anti-islamitische regeringen en neokolonialisme hadden volgens hem geleid tot een gecorrumpeerde en ongelovige samenleving: de islam stond op de rand van de afgrond. Alle seculiere regeringen waren in zijn ogen dan ook goddeloos en moesten omvergeworpen worden om een waarlijk islamitisch bewind (uiteindelijk een wereldwijd kalifaat) te vestigen.</p>
<p>Qutb was echter ook een pragmaticus: hij bepleitte de vorming van een voorhoede-organisatie die deze strijd aanbond. Deze vorm van jihad tegen primair de zittende macht zag hij als een dwingende en legitieme plicht om te vervullen, maar betekende dit niet per definitie een gewapende strijd. De keuze voor de in te zetten middelen zag Qutb als afhankelijk van de concrete situatie en doelstelling. Met deze visie doorbrak hij het traditionele islamitisch-juridisch denken dat stabiliteit prefereerde boven rechtvaardigheid en legitimatie van de staat. Hij bepleitte tegelijk de heropening van ‘de poorten van de ijtihad’ (het recht op juridische interpretatie van de concrete implicaties van de geloofsleer), welke vanaf de tiende eeuw door de schriftgeleerden gesloten waren verklaard.</p>
<p>Ook de Pakistaanse imam Sayyid Abul A’la al-Mawdudi (1903-1979) heeft een belangrijk aandeel gehad in de vorming van de hedendaagse ‘politieke islam’. Hij had grote invloed op Qutb maar koos niet voor diens militante radicalisme: hij nam juist deel aan de politieke instituties in Pakistan. In tegenstelling tot Hasan al-Banna was hij een voorstander van islamisering van bovenaf. Maar net als Al-Banna en Qutb benadrukte hij het islamitisch authentieke (van religie, filosofie, cultuur, politiek en economisch systeem en onderwijs). Veel sterker dan hen legde Al-Mawdudi de nadruk op het superieure ervan aan wat het westen bood. Er was dan ook geen enkele noodzaak om wat dan ook van het westen te lenen, om zodoende de zuiverheid van de eigen moslimidentiteit te waarborgen. Voor de noodzakelijke islamisering zijn er maar twee gezaghebbende bronnen, namelijk de Koran en de Sunna, die ook volgens Al-Mawdudi als leidraad dienden voor verbetering van de samenleving en een rechtvaardige politiek die deze bestuurt. De Koran als het ‘ongeschapen’ en derhalve eeuwig geldende geopenbaarde woord van God, en de Sunna met de overleveringen over de door God geïnspireerd geachte uitspraken van Zijn profeet Mohammed (vzmh).</p>
<p>Al-Mawdudi speelde in 1941 een belangrijke rol in de in Pakistan opgerichte beweging ‘Jamaat-i-Islami’ (organisatie voor de islamitische wedergeboorte). Hij was een uitgesproken ‘panislamitisch’ denker en keerde zich fel tegen het nationalisme. De moslimidentiteit is immers een universele en de nationale staat is in tegenspraak met dit ‘universele’. Het concept van de nationale staat was in zijn ogen zelfs gevaarlijk voor dit universele, zowel theologisch als in de praktijk. Theologisch, omdat de nationale staat zich nooit als gezaghebbend identificatieobject tussen God en mens kan bevinden, en praktisch, omdat ze de eenheid van de moslimgemeenschap (umma) bedreigt. Daarom zette hij zich in om Pakistan als moslimstaat af te wijzen; Pakistan diende een islamitische staat te worden. De terugkeer naar de islam diende ook bij Al-Mawdudi uit te gaan van hakimiyya: de islam is derhalve een alomvattende ideologie voor individu en gemeenschap, voor staat en maatschappij. De gelovigen, en niet de schriftgeleerden (‘ulama) vormen de hoeders van Gods erfgoed. Strikte en doorleefde onderwerping aan Gods woord en navolging van het voorbeeld van de profeet Mohammed (vzmh) maken iemand tot een goede moslim en het eindoordeel hierover ligt enkel en alleen bij God, aan Wie als Enige exclusieve soevereiniteit toekomt en Welke alleen rechten heeft en geen plichten. Conform Al-Mawdudi’s denkbeelden is het opstellen van eigen wetten een vorm van arrogantie, omdat de islamitische wetgeving – de sharia – alle noodzakelijke voorschriften bevat en aan de hand van de rechtvaardigheid van God, weergeven in de Koran en de Sunna, getoetst en ingevuld dient te worden naar de tijdsgeest waarin de noodzaak tot het oplossen van problematiek ontstaat. Dit vergt dan wel een dynamiek in de sharia, een ontbrekend element in de houding van de schriftgeleerden omdat ‘de poorten van de ijtihad’ nog altijd niet unaniem heropend zijn verklaard. Regeerders dienden verder niet alleen competent te zijn maar boven alles vroom, en ze moeten verstoken blijven van het streven naar eigenbelang. Ze zijn verplicht de samenleving te consulteren (het Koranische principe van shura) om belangen te kunnen verzoenen en een situatie van algehele harmonie binnen de samenleving na te streven.</p>
<p>Al-Banna, Qutb en Al-Mawdudi hadden vooral invloed binnen de soennitische wereld maar vormden ook een belangrijke bron van inspiratie voor de leiders van de islamitische revolutie in het sji’itische Iran. De Palestijn Abdullah Azzam geldt echter als belangrijkste inspirator van extremistische groepen die de gewapende jihad voorstaan en is tevens de leermeester van de millenniumterrorist Osama bin Laden. Azzam is sterk beïnvloed door Qutb en de zogenoemde ‘Salafiyya Jihadiyya’, de extreem-conservatieve en gewelddadige beweging die ontstond in de context van de oorlog tegen het door de toenmalige Sovjet Unie gesteunde regime in Afghanistan en voorloper van de Afghaanse Taliban. Zoals Qutb dus gezien kan worden als de vader van de islam als verzetsideologie tegen de repressie van het eigen regime, Azzam verbreedde deze vorm van jihad naar de externe vijanden van de islam door wie hij de moslimwereld omsingeld zag en welke hij een voor een wilde aanpakken. Zo bestreed hij het concept van de staat en de nationale oriëntatie van vele bewegingen daarbinnen. De nationale staat zag ook hij immers als een product van kolonialisme en imperialisme. Bin Laden heeft de strijd van Azzam verbreed naar in principe de gehele wereld. Diens opvattingen sluiten precies aan bij het concept van Samuel Huntington, ‘the clash of civilizations’, een van de vele westerse denkers die weigerde aanknopingspunten voor democratisering binnen de islamitische wereld te herkennen vanwege zijn focus op mensen zoals Azzam en miskenning van de rol die Al-Banna, Qutb en Al-Mawdudi speelden in de islamitische poging tot hervormingen.</p>
<p><strong>Intellectueel-islamitische hervormingsdenkers</strong><br />
Tegenover deze vier mensen, die allen in hun eigen tijd, als reactie op het verval van het Ottomaanse Rijk, hun denkbeelden ontwikkelden en in praktijk brachten en wie als politieke inspiratiebron voor vele moslims wereldwijd gelden, stonden ook mensen die – in tegenstelling tot Al-Banna, Qutb, Al-Mawdudi en Azzam – veel meer geletterd waren in de kennis van de Koran en de Sunna en wie de positieve kanten van de vier beschreven personen overnamen en verwerkten in hun denkbeelden. Het bestaan van deze mensen is helaas, mede vanwege de impact die vooral mensen als Qutb en Azzam hebben gehad met hun gewapende strijd tegen het westers imperialisme en/of eigen repressieve regimes, onderbelicht gebleven. Zo is er gaandeweg het idee ontstaan dat de islamitische wereld zich verzet tegen democratische hervormingen van politiek en samenleving, terwijl de islamitische wereld – zowel intern als extern – juist op geheel eigen wijze streed en nog steeds strijdt voor deze hervormingen, met als uiteindelijk doel slechts het verbeteren van de eigen politiek en samenleving. Met enerzijds het westen, dat gecorrumpeerde regimes de hand boven het hoofd hield en houdt en de eigen onderdrukkende regimes en ideologische tegenstanders anderzijds, is het voor de hervormingsdenkers binnen de islamitische wereld een heel zware strijd.</p>
<p>De eerste intellectuele inspiratie in de twintigste eeuw werd verschaft door Ali Shariati (1933-1977), die een grote invloed had op de latere Iraanse ayatollah Ruhollah Khomeini. Shariati was vooral gezaghebbend binnen de studentenwereld, terwijl Khomeini gezag had binnen de religieuze wereld en de daaraan loyale delen van de bevolking. Juist door deze samenwerking kon de islamitische revolutie in Iran lukken.</p>
<p>Shariati was, gek genoeg, sterk beïnvloed door linkse intellectuelen zoals Jean Sartre en Ernesto Guevara en zocht tevens zijn inspiratie in de Algerijnse vrijheidsstrijd, welke ten tijde geleverd werd tegen de Fransen die trachtten Algerije bezet te houden. Shariati’s lange innerlijke strijd kan als volgt worden gedefinieerd: kan de Derde Wereld, om zich te bevrijden van corruptie, stagnatie en de economische en culturele dominantie van de westerse wereld, baat hebben bij een ideologie zoals het marxisme? Hij gaf uiteindelijk zelf antwoord op zijn vraag. Nee: alleen door de eigen identiteit te herontdekken was bevrijding mogelijk. De islam bevat alle theoretische kwalificaties voor een radicale doctrine, en tegelijk een spirituele voeding waarin de moderne materialistische ideologieën niet kunnen voorzien. Om dit te bewerkstelligen diende de islam zijn oorspronkelijke, revolutionaire elan terugwinnen. De mullahs (geestelijken) waren in zijn ogen verantwoordelijk voor het veranderen van de islam en met name de sji’itische stroming en haar denkbeelden, in een wat hij noemde ‘oude vrouwtjes’-religie. Deze stroming kent een belangrijke rol toe aan het martelaarschap van imam Hussein, de zoon van de vierde kalief Ali, schoonzoon van de profeet Mohammed (vzmh), die als imam in 680 na C. werd verslagen en gedood door de soennitische kalief van Damascus. Deze gebeurtenis, jaarlijks herdacht door de sji’ieten, vormt de voornaamste aanmoediging voor sji’ieten om zich af te keren van de wereld van politiek en macht. Shariati viel juist dit politiek quiëtisme aan: de gebeurtenis in 680 moest volgens hem juist worden geïnterpreteerd als een aanmoediging om de strijd juist te hervatten die de laatste rechtgeleide kalief, Ali, in eerste instantie had aangebonden tegen de onrechtvaardige leiders van de toenmalige staat. De fundamentele boodschap van de islam moest volgens hem juist weer worden opgepakt en er moest weer worden gestreden tegen onrechtvaardigheid van de staat jegens de eigen bevolking. Met een grote nadruk op ‘de misdeelden’ gaf hij juist een marxistische connotatie aan zijn interpretatie van de islam.</p>
<p>Khomeini nam dit revolutionaire activisme over, met als verschil dat waar Shariati de revolutie geleid zag door een voorhoede van ‘verlichte’ intellectuelen, Khomeini zelf deze rol eerder zag weggelegd voor de clerus. Hij werkte verder uit hoe een islamitische staat ingericht diende te worden. Khomeini werd hierin sterk beïnvloed door het Franse constitutionele denken en ontwierp zo de ‘theodemocratie’, een term die Al-Mawdudi had gereserveerd voor het door hem nagestreefde politieke systeem voor Pakistan. Deze ‘theodemocratie’ was een combinatie van een theocratie en een democratie: aan het Koranische principe van ‘shura’ (door de heerser te raadplegen vergadering; vergelijkbaar met een hedendaags parlement) werd vastgehouden, maar presidenten en parlementsleden werden wel gekozen volgens het algemeen kiesrecht. En juist dit was waar alle eerder genoemde personen juist zo hard voor hebben gestreden, allen op geheel eigen wijze. Dit, voor de islamitische wereld revolutionair concept dat in de tijd van de profeet Mohammed (vzmh) al was geopenbaard, werd in 1979 voor het eerst toegepast en het was de eerste ervaring met een islamitische democratie, zoals in de begintijd van de islam ook door de profeet Mohammed (vzmh) werd uitgelegd aan zijn umma (gemeenschap), conform de openbaring in de Koran, As-Shoera (vers 42, De Consultatie).</p>
<p>De twee organen van president en parlement, in Iran, waren echter wel ondergeschikt aan een Raad van Hoeders en de Geestelijk Leider, die beide toezicht houden op het islamitisch gehalte van de kandidaten voor deze organen en de besluiten ervan. De belangrijke rol die Khomeini toebedeelde aan de clerus leidde ertoe dat in Iran de letterlijke uitleg van de Koran en sharia in elk geval formeel de boventoon is gaan voeren. Hierdoor stagneerde de democratische ontwikkeling in Iran, omdat de staat zich meer en meer als politiestaat ging opwerpen en zich focuste op het islamitisch gedrag van de bevolking, in plaats van concrete problematiek zoals onderwijs, huisvesting en economische ontwikkeling aan te pakken en de oplossingen hiervoor juist herleidde uit de Heilige Geschriften, als concreet bewijs voor de bevolking dat islamisering van staat en samenleving inderdaad nodig was. Pas na het overlijden van Khomeini en het aantreden van de huidige Iraanse president, Mahmoud Ahmadinejad, zijn deze aspecten wat meer op de politieke agenda komen te staan en ontwikkelt Iran zich verder als theodemocratie en economische macht in de regio, zoals Al-Mawdudi ooit voor Pakistan in gedachten heeft gehad.</p>
<p>Het is echter te vroeg om nu al een conclusie te verbinden aan het instellen van dit concept van democratie, omdat het intern nog steeds op veel (conservatief) verzet stuit en ook externe invloeden het niet geheel tot wasdom willen laten komen. Enerzijds de politieke spanningen die opgeworpen worden door voornamelijk de VS, die in Iran een groot gevaar voor de westerse democratie zien en daarmee het beeld dat bestaat van Iran in de publieke opinie negatief proberen te beïnvloeden, en anderzijds de oppositie die nog altijd loyaal is aan de tijdens de islamitische revolutie afgezette sjah (welke een waar schrikbewind voerde tegenover de bevolking en van de westerse wereld steun kreeg voor zijn dictatuur) en verder opgestookt wordt door zichzelf liberaal noemende elementen in de westerse wereld, die vanuit de drang om een patent op het oerconcept van democratie te willen behouden, de democratische hervormingen die Iran heeft ingezet tegen te gaan. Gezien de economische belangen die de westerse wereld heeft in de (Arabische) moslimlanden, zou een kettingreactie van deze revolutie binnen de islamitische wereld op economisch vlak uiteindelijk een strop betekenen voor de westerse wereld, welke voor een groot deel afhankelijk is van grondstoffen uit wat binnen die westerse wereld bekendstaat als ‘Derde Wereldlanden’.</p>
<p>De hier besproken denkers hebben allen grote invloed uitgeoefend op het politiseren van de islam. Hun hervormingsstreven was vooral gericht op islamitische bewustwording en het niet langer a priori accepteren van statelijk en traditioneel religieus gezag. Ze leverden gezamenlijk de ingrediënten voor een beweging die zich – vooral sinds de jaren zeventig van de twintigste eeuw – in tal van bewegingen manifesteerde: zoals het letterlijk nemen van de Koran, de sharia als uitsluitende rechtsbron, de theocratie, het zich keren tegen het religieuze establishment, het afwijzen van wereldlijk gezag, antisecularisme (veelal ingegeven door een verkeerde uitleg danwel begrip van het concept van secularisme), jihad in de vorm van de gewapende strijd, authenticiteit en een sterke antiwesterse gezindheid. Dit islamitisch activisme staat volgens vele westerse conservatieven op gespannen voet met democratie en de universele mensenrechten. Tegenover volkssoevereiniteit plaatsten deze denkers – althans, volgens de westerse conservatieven – godssoevereiniteit op een wijze die geen ruimte liet voor onvervreemdbare mensenrechten.</p>
<p>En juist hierin ligt de volgende uitdaging voor de islamitische wereld die, ondanks al het verzet vanuit de westerse wereld en van ‘eigen’ tegenstanders van democratische hervormingen (op islamitische gronden), ondertussen de eigen ontwikkelingen in gang heeft gezet die zullen moeten leiden tot het voldoen aan de norm die het (moslim)volk bij monde van de eigen ‘volksintellectuelen’ eist (verbetering van politiek en samenleving) en tegelijkertijd pleit voor behoud van de eigen culturele en religieuze identiteit. Wat in essentie altijd het doel is geweest van de besproken denkers, is dat zij verbetering van politiek en samenleving nastreefden en slechts rechtvaardigheid in de toepassing van rechten en plichten van burgers eisten van de machthebbers; precies zoals in theorie ook in westerse concepten van democratie is vastgelegd. Dat dit in sommige gevallen uiteindelijk leidde tot het gebruik van geweld is niet islamitisch, maar menselijk.</p>
<p>Ondanks dat deze ontwikkelingen plaatsvonden, zijn de genoemde personen en organisaties wel de voorbereiders van de werkelijke realisatie van een islamitische democratie. Zij zochten een oplossing voor de staat waarin hun failliete samenleving en politiek verkeerde, mede door een gecorrumpeerd regime en neokolonialisme, en zij zagen hierin niets anders dan de terugkeer naar de letter van de oorspronkelijke Openbaringen en de profetische aanvullingen en uitleg daarop. Ze verzetten zich slechts tegen de gaandeweg gegroeide menselijke tradities door terug te grijpen naar de wat zij uitlegden als de in de heilige Geschriften reeds vastgelegde heilige traditie: de begintijd van de islam. Deze strijd wordt in de westerse wereld veelal uitgelegd als de oorzaak van de staat waarin de moslimbevolking zich tegenwoordig in bevindt, alsmede wordt deze strijd gezien als het willen opleggen van een dictatoriale vorm van islam waarbij de macht over de uitvoering van die islam niet bij het volk terecht komt (shura) maar in handen van één persoon (de dictatoriale kalief) of van een gesloten groep (zoals bijvoorbeeld de Taliban of het regime dat ayatollah Khomeini destijds in Iran leidde).</p>
<p>De tegenstelling is echter waar: de genoemde ontwikkelingen hebben er juist toe geleid dat er denkers zijn ontstaan (in de huidige context) die juist op zoek zijn gegaan naar de geest van de heilige bronnen en vanuit deze inspiratie antwoord proberen te geven op de vragen over inrichting van samenleving en politiek op islamitische gronden. Deze benadering ontwikkelde zich vooral in de nasleep van de twintigste eeuw maar heeft de oorsprong vooral te danken aan juist de inspanningen van mensen zoals Hasan al-Banna, Sayyd Qutb en Sayyid Abul A’la al-Mawdudi. Het is de taak van hun intellectuele erfgenamen om deze inspanningen voort te zetten. Het is ook de taak en – gezien de historische betrokkenheid &#8211; vooral de morele plicht van de huidige westerse wereld, die zegt te streven naar toenadering naar de islamitische wereld, om deze erfgenamen bij te staan, zonder te vervallen in paternalisme en grootheidswaanzin.</p>
<p><strong>Intellectuele erfgenamen van de islamitische hervormingsbeweging</strong><br />
De islamitische wereld kent een eeuwenlange strijd van groepen die zich met de Koran in de hand verzetten tegen hun heersers. Deze strijd is niet anders dan de strijd die eeuwenlang in Europa is gevoerd tegen de heersende machten, die met de Bijbel in de hand meenden namens God te handelen wanneer zij het eigen volk onderdrukten. Vaak waren het individuele geestelijke leiders die de gelovigen mobiliseerden rondom specifieke problemen. Binnen de islamitische wereld was dit niet anders. Later, vanaf eind negentiende eeuw, ontstonden ook islamitische bewegingen die de strijd aangingen met koloniale overheersers. Om de verschillen met de latere, in de jaren zeventig van de twintigste eeuw ontstane islamitische bewegingen te herkennen, is reeds veel onderzoek gedaan. Deze onderzoeken hebben weinig kenmerkends voor die ‘millenniummoslims’ opgeleverd, behalve dat zij werden gevoed door onvrede over in de moslimlanden over de postkoloniale fase van geforceerde nationale staatsvorming, met dwang opgelegde secularisatie en gedwongen economische modernisering.</p>
<p>Na de ‘onafhankelijkheid’ bleven veel politieke leiders in de moslimwereld boven alles streven naar het veiligstellen van een nationale staat met een sterk gecentraliseerde en krachtig uitvoerende macht. Het bestuur van deze (fazal)staten viel meestal in handen van westers georiënteerde politieke of militaire elites die het feit van de nationale staat legitimeerden met seculiere retoriek en met behulp van nationalistische en (neo)liberale ideologieën en symbolen. Tegelijkertijd gebruikten deze regimes de religie als sociaal bindmiddel, slechts met het doel om de nationale staat te versterken. Sommige stromingen binnen de islam werden verbonden aan de eigen politieke agenda terwijl andere stromingen werden omschreven als ‘volks’, ‘te mystiek’ of ‘te innovatief’ en werden zij zo uitgesloten van betrokkenheid bij de samenleving.</p>
<p>De Franse islamoloog Gilles Kepel maakte ooit een globaal onderscheid tussen monarchieën waar de tribale aristocratie het voor het zeggen had en staten die werden bestuurd door een nieuwe stedelijke elite die de oude machthebbers aan de kant had geschoven. In de eerste groep (Saoedi-Arabië als extreem voorbeeld) behielden vooraanstaande maar meestal wel afhankelijke positie in de maatschappij. In plaats van hen buiten spel te zetten werden ze ingebed in het regime. In de tweede groep werd beslag gelegd op het grond en de bezittingen van religieuze groepen en werden de rechtsgeleerden in dienst genomen van de overheid. Zo werd het nationalisme binnen deze staten versterkt, met behulp van het ‘een eigen draai geven’ aan de religie en de uitleg hierop.</p>
<p>Het bekendste voorbeeld van dit soort nationalisme is het soort dat Gamal Abdel Nasser heeft ontwikkeld. Dit nationalisme omvatte een ongekend ambitieus socialistisch getint ontwikkelingsprogramma dat onder meer voorzag in de nationalisatie van sleutelindustrieën, grondhervormingen en allerlei prestigieuze bouwprojecten (bijvoorbeeld de Aswandam).</p>
<p>Zo is in veel moslimlanden vanaf 1970 een voedingsbodem ontstaan voor politieke onvrede en het logische, uit die onvrede voortvloeiend activisme. Grote groepen goed geschoolde mensen die sindsdien de volwassenheid bereikten, wensten hun politieke leiders af te rekenen op hun beloften en zoeken naar manieren om politiek en maatschappelijk invloed uit te oefenen. Omdat het mensen betreft die niet over democratische middelen beschikken (vrijheid van meningsuiting, vrijheid van godsdienst, vrijheid van onderwijs en vrijheid van economische ontwikkeling), restte hen niets anders dan te grijpen naar drastische maatregelen (vaak gewelddadig verzet). Dit werd echter slechts gedaan uit de behoefte naar verbetering van de levensstandaard, met het besef dat men moest kunnen beschikken over de vrijheid om die behoefte zelf te kunnen en mogen inrichten aan de hand van de zelf uitgekozen inspiratie, in dit geval de islam.</p>
<p>Het gedachtegoed van denkers zoals Al-Mawdudi, Qutb, Al-Banna, Shariati en Khomeini sloot aan bij die behoefte. Het is een proces zoals dat is gegaan in Europa, ten tijde van de Verlichting, met al haar denkers en verzetsstrijders tegen de repressieve macht die religie dusdanig manipuleerde om de eigen nationale staat te versterken en de bevolking te onderdrukken. Gaandeweg is het de verwachting dat de politieke activisten in die moslimlanden steeds meer voet aan de politieke grond zullen krijgen, vanwege de explosieve bevolkingsgroei in die landen en de daarmee net zo hard meegroeiende onvrede over het gebrek aan perspectieven. Op die manier hebben huidige westerse denkers gelijk wanneer zij zeggen dat de politieke situatie in die landen op exploderen staat: de tijdbom die ongetwijfeld dreigt af te gaan (niet aan te geven wanneer) zal in eerste instantie echter intern gericht zijn.</p>
<p>Met het oog op de sentimenten die er leven onder de bevolking in moslimlanden is het voor het westen de grootste uitdaging om deze islamitisch geïnspireerde krachten niet tegen te werken, maar juist bij te staan in hun streven naar het instellen van een volwaardige democratie op islamitische gronden, nog afgezien van hoe dit geldt als een morele verplichting van westerse landen die in de koloniale periode een actieve rol hebben gespeeld. Waar westerse landen zich echter niet mee dienen bezig te houden is de poging om in die moslimlanden een westerse variant van democratie te willen instellen, omdat de praktijk heeft uitgewezen dat men (vanwege het sterk seculiere en in sommige gevallen zelfs atheïstisch karakter van de westerse wereld) te simpel en te snel voorbij gaat aan de behoefte aan islamitische inspiratie bij het inrichten van democratie in moslimlanden.</p>
<p>Zoals in de westerse wereld het westers concept van democratie nog steeds aan veranderingen onderhevig is en middels verkiezingen altijd wordt gestreefd naar een betere invulling van die democratie, zo heeft de islamitische wereld de eigen tijd en ruimte nodig om ook tot dat streven te komen. Westerlingen, die vanuit hun ivoren toren claimen dat het ‘hier’ zoveel beter is geregeld en dat hier de mensenrechten worden erkend en zijn gewaarborgd, hebben vanuit diezelfde gedachte de morele verplichting om, zonder paternalisme en grootheidswaanzin, de eigen volksvertegenwoordigers erop te wijzen dat diezelfde waardering van menselijke waardigheid elders in de wereld ook moet worden nagestreefd. Westerlingen die blijven vervallen in de retoriek dat de islamitische wereld en democratie niet samengaan, of dat moslims minderwaardig zijn door juist het gebrek aan (het westers niveau van) democratie, zijn ongeloofwaardig en slechts uit op negatieve spanningen tussen wereldbevolkingsgroepen en hebben, gezien die intenties en ondanks hun retoriek, totaal geen interesse in het streven naar toepassing van een vreedzame democratie.</p>
<p><strong>De Consultatie (As-Shoera)<br />
</strong>Klik hier: <a href="http://www.koranonline.nl/koran/nl/index.php?subaction=showfull&amp;id=1099084626&amp;archive=&amp;start_from=&amp;ucat=2&amp;go=NL">De Consultatie: De Heilige Koran, vers 42 (Soerat As-Shoera)</a></p>
<p>Dit is een heilige tekst waarin weinig tot niets concreets wordt gezegd over de juridische vorming van jurisprudentie/wereldlijke wetgeving. Het weergeeft echter wel de belangrijkste kaders in de Islam voor verbetering van de samenleving in ieder aspect. Aangezien democratie ten doel heeft de samenleving in beraadslaging te verbeteren (zoals ook weergeven in dit vers) is mijn eigen uiteindelijke interpretatie van dit vers als volgt:</p>
<p>De islam in de politieke context heeft primair politieke principes die vandaag de dag wereldwijd geldig zijn. Een van die principes is essentieel voor de democratie, en dat is juist het principe van de Shoera. Soerat As-Shoera, benoemt eerst de kwaliteiten van goede moslims en stelt dan bij de bekende pijlers vast dat zij hun kwesties behandelen in onderling overleg.</p>
<p>In het Arabisch: ‘Wa Amrohom Shoera Baynahom’, waarbij het woord ‘amrohom’, door ons vertaald als ‘kwesties’, meer inhoudt dan in onze interpretatie ervan. Het heeft een meer algemene en universele reikwijdte, naar iedere beslissing op ieder niveau. ‘Shoera’ betekent ‘beraadslaging’, welk een onmisbare pilaar is voor de uitvoering van zuivere democratie.</p>
<p>Dit vers bepaalt in de eerste plaats dat het het volk is dat zijn eigen kwesties moet behandelen, met andere woorden dat het zichzelf moet regeren. En het moet dat doen door middel van het beraadslagen van haar leden, al haar leden. Het idee van de wet van het volk, ofwel democratie, is dus absoluut een islamitisch idee. En niet alleen dat: het principe van As-Shoera maakt van democratie voor iedere moslim een verplichting.</p>
<p>De overeenkomst tussen islam en democratie is dat beiden gericht zijn op het verbeteren van de samenleving en welke verdeeld kan worden in drie categorieën: de individuele, de sociale en de politieke waardigheid met als hoofdnoemer/paraplu, de menselijke waardigheid.</p>
<p>Een moslimmaatschappij kan, om waarachtig islamitisch te zijn, niet anders dan een democratie zijn. Veel mensen zouden tegenwerpen dat de geschiedenis het tegendeel laat zien en dat islamitische maatschappijen ten prooi vielen aan despotisme en geen democratieën hebben gevestigd. Dat is waar, maar ik hoop dat u het met me eens bent dat dit gebeurde ondanks de islam en zéér zeker niet dankzij de islam.</p>
<p>De principes van de politieke grondslagen van de islamitische staat luiden als volgt:</p>
<p>1. Een gekozen leider, verkozen door het volk en daarmee regerend in overleg.</p>
<p>2. Een scheiding van machten, in ieder geval tussen de uitvoerende en de rechterlijke macht.</p>
<p>3. Een egalitair economisch systeem, gebaseerd op een tot norm gemaakte solidariteit en het voorkomen van uitbuiting, monopoliën en concentratie van kapitaal.</p>
<p>4. Bescherming van minderheden en respect voor diversiteit, ook in culturen.</p>
<p>5. Vrijheid van opinie en van deelname aan verkiezingen, hetzij als kandidaat, hetzij als politieke daad.</p>
<p>Dit zijn vijf kenmerken van de islamitische staat van de eerste kaliefen. Mijns inziens maken deze vijf elementen de islamitische staat veel democratischer dan de meeste Westerse landen, zij het met als kanttekening dat de geest tussen beide tijdsgewrichten verschillend is. De westerse democratie is gebaseerd op de overdracht van de macht van het volk naar het bestuur en het parlement, en dat voor een bepaalde periode. Het principe van de Shoera (consultatie) wijst de absolute overdracht van macht af en vraagt na de verkiezing een voortdurende, actieve participatie van het volk bij het regeren.</p>
<p>Het parlement zoals dat in de meeste Europese landen functioneert, is niet voldoende, omdat het om niet meer dan een georganiseerde groep parlementariërs gaat die eerder de belangen van hun partij en soms die van andere machtsblokken dienen dan die van hun electoraat. Een beter systeem zou zijn raden te kiezen, te beginnen op het niveau van wijken, dan van steden, van provincies en van federatieve staten, die alle statutair met elkaar en aan het nationale parlement zijn gekoppeld en die alle de mogelijkheid hebben mee te doen aan het besluitvormingsproces.</p>
<p>Aldus is het Shoera een principe dat een basis democratie behoeft. En hoe meer nieuwe horizonten de technologie ons biedt om de democratie meer op de basis georiënteerd te kunnen maken en minder steunend op een systeem van machtsoverdracht, des te meer zou de maatschappij hiervan gebruik moeten maken.</p>
<p>In de Islam is ook een zekere pluriformiteit op juridische vlak gegarandeerd. De maatschappij kan verschillende rechtsordes hebben op het niveau van het familierecht en dat in functie van verschillende filosofische of religieuze opvattingen. De maatschappij is niet alleen multicultureel en multireligieus, het is ook multi-institutioneel tot op een bepaald niveau.</p>
<p>Om deze diversiteit in een beter functionerende democratie op alle vlakken te garanderen is het belangrijk de vrije circulatie van informatie en meningen te garanderen. Dit kan alleen het geval zijn wanneer de vrijheid van onderwijs wordt gegarandeerd. Maar ook de toegang tot de media in al haar vormen moet een recht zijn en in de praktijk mogelijk gemaakt. Media moeten democratisch zijn en monopolie van media door de staat of het kapitaal of welke instantie dan ook moet onmogelijk gemaakt worden. Vooral de media speelt hierin een zeer belangrijke rol, alsmede de privatisering van de media en de rol die de overheid hierin (voorlopig) NIET wenst te nemen.</p>
<p><strong>M.R. Jabri</strong></p>
<p><strong>Hulpbronnen:<br />
</strong><em>‘The other face of Islamist movement’, M. al-Sayyid<br />
‘Pakistan’s “Armored” Democracy’, A. Shah<br />
‘Islam in the political progress’, J. Piscatori<br />
‘Sharia en nationaal recht’, J.M. Otto<br />
&#8216;Dynamiek in islamitisch activisme&#8217;, J. Schoonenboom<br />
‘Syed Qutb – the John Locke of the Islamic World’, M. Khan<br />
‘Revolution without movement, movement without revolution’, A. Bayat<br />
‘Reformation of Islamic thought’, N. Abu Zayd<br />
‘Klassieke sharia en vernieuwing’, M.S. Berger</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.mirsab.nl/home/2009/08/18/de-islamitische-democratie-een-historisch-proces/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>18</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>&#8216;We moeten in actie komen&#8217;</title>
		<link>http://www.mirsab.nl/home/2009/08/17/we-moeten-in-actie-komen/</link>
		<comments>http://www.mirsab.nl/home/2009/08/17/we-moeten-in-actie-komen/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 17 Aug 2009 19:38:46 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Artikelen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.mirsab.nl/home/?p=140</guid>
		<description><![CDATA[Ondergetekenden, zijn Nederlanders die zich de afgelopen jaren hebben verzet tegen de stigmatisering van een bepaald deel van onze Nederlandse bevolking, namelijk de Nederlanders van Marokkaanse afkomst. De afgelopen jaren is het debat op het scherpst van de snede gevoerd, steeds met één doel: het wegnemen van barrières en hindernissen die een gelijkwaardige positie van [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Ondergetekenden, zijn Nederlanders die zich de afgelopen jaren hebben verzet tegen de stigmatisering van een bepaald deel van onze Nederlandse bevolking, namelijk de Nederlanders van Marokkaanse afkomst. De afgelopen jaren is het debat op het scherpst van de snede gevoerd, steeds met één doel: het wegnemen van barrières en hindernissen die een gelijkwaardige positie van Nederlanders van Marokkaanse afkomst belemmeren. Deze strijd is op veel fronten succesvol. De participatie van Nederlanders van Marokkaanse afkomst in alle geledingen van de maatschappij neemt toe. Wij zijn ervan overtuigd dat er een gouden generatie aankomt, die Nederland mooier en beter zal maken.<span id="more-140"></span></p>
<p>Helaas blijft er een klein aantal Nederlanders van Marokkaanse afkomst die het licht nog niet gezien hebben. Dit zijn meestal jongeren, die menen door middel van onaangepast, bedreigend en intimiderend gedrag, gepaard gaand met geweld, de maatschappij te moeten ontregelen. Ze doen met dit gedrag zichzelf en de zaak van de emancipatie van Nederlanders van Marokkaanse afkomst geen goed. Deze jongeren schuilen steeds vaker onder de paraplu van ’stigmatisering van Marokkanen’ om hun gedrag te vergoeilijken. Dat is ten onrechte, aangezien dit soort gedrag totaal niet aansluit bij de geleverde strijd voor gelijkwaardigheid. Er zijn thans genoeg mogelijkheden en kansen om uit de verdrukking te komen. Dat er geen buurthuis is, moet zeker worden aangekaart, maar dat is geen reden om op straat mensen te bedreigen, te mishandelen of te beroven. Een buurthuis is ook geen noodzakelijkheid om zelf te bouwen aan je toekomst. Dat sommige media in veel gevallen onjuist, hetzerig of onheus berichten klopt, maar dat is geen reden om iedere cameraploeg aan te vallen, te intimideren of te bedreigen, omdat er ook media zijn die met de juiste intenties het nieuws dat ook deze groepen jongeren aangaat wil verslaan.</p>
<p>Wij roepen hierbij alle Nederlanders, met name die van Marokkaanse afkomst, op om aan dit gedrag van deze jongens op straat een einde te maken. Spreek ze aan, geef hun gedrag door aan de politie, getuig tegen ze. Want alle Nederlanders, ongeacht hun ras, sexuele voorkeur of geloof, hebben last van deze onruststokers. Het zijn geen Marokkanen, het zijn hier geboren en getogen Nederlanders, die doorgeslagen zijn. Wij, de Nederlandse maatschappij in totaliteit, moeten er wat aan doen, om ook die gouden generatie van Nederlandse jongeren van Marokkaanse afkomst, die als merendeel wel slaagt het gevoel te geven dat Nederland ook van hen is en niet zonder hen kan. Moskeeën, jongerenverenigingen en allerlei andere maatschappelijke organisaties die keihard hun best doen dit afgegleden deel van de Nederlandse jeugd van Marokkaanse afkomst te bereiken, voelen zich in hun strijd in de steek gelaten. Zij worden in de maatschappij helaas geassocieerd met deze randgroepen, wanneer die weer in het nieuws komen vanwege hun crimineel en overlastgevend gedrag. Maar juist deze hardwerkende organisaties die vaak ook met de handen in het haar zitten, hebben alle hulp van de gehele samenleving nodig. Ze worden te vaak aangesproken op het gedrag van deze randgroepjongeren die onze maatschappij frustreren, terwijl zij ook gecomplimenteerd mogen worden voor hun inspanningen om deze ontspoorde jeugd op het rechte pad te krijgen. De betreffende jongeren gedragen zich niet Marokkaans of islamitisch maar gewoonweg beestachtig. Ze moeten tot de orde worden geroepen door de politie, ouders, schoolbegeleiders, maatschappelijke organisaties en alle vertegenwoordigers van de overheid,  maar bovenal door de gehele samenleving, die van alle Nederlanders is, dus óók van de Nederlanders van Marokkaanse afkomst.</p>
<p>Mohammed Jabri (publicist)<br />
Prem Radhakishun (publicist)<br />
Ali Eddaoudi (publicist)<br />
Dick Sipkes (Stg. Maroc.nl)<br />
Mohammed Cheppih (Stg. Academica Islamica)<br />
Abdelhafid Bouzidi (Marokko Media Groep)<br />
Ibrahim Wijbenga (Stg. IBW)<br />
Siham Khnafssi (arbeidsmarktdeskundige)<br />
Taoufik Ben Yahia (Stg. Jongerencentrum Argan)<br />
Fatima Elatik (dagelijks Bestuurder Stadsdeel Zeeburg)<br />
Ewoud Butter (Allochtonen-weblog.nl)<br />
Jallal Bouzamour (TV presentator)<br />
Eddy Terstal (Filmregisseur)<br />
Fatima Zahra Jallal (arbeidsmarktdeskundige)</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.mirsab.nl/home/2009/08/17/we-moeten-in-actie-komen/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>17</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>

