Nu dat Barack Hussein Obama op 20 januari 2009 de 44e president van de Verenigde Staten van Amerika zal worden en iedereen die zich onderdeel voelt van de ‘Yes, We Can-beweging’ uitbundig van vreugde is (na 8 jaar Bush-dictatuur is dat ook niet zo gek), is het van belang om even na te gaan waar in dit ‘bastion van blanke superioriteit’, de ‘etnische minderheid’ (door Obama overduidelijk vertegenwoordigd, al was het maar slechts door zijn huidskleur) zijn slag heeft geslagen.
In het licht van de opmerkingen van Hillary en Bill Clinton, over het negroïde bloed in Obama’s aderen (dat net zo rood is als dat van henzelf) deed ook ‘white personality’ Roseanne Barr een duit in het zakje. Waar mensen als Oprah Winfrey als invloedrijke ‘zwarte’ dienst doet als voorbeeld voor vele Afro-Amerikanen, is Roseanne Barr de televisiespiegel van types als ‘Joe the Plumber’ (de frauderende eenmanszaakwanna-be die model staat voor de blanke arbeidersklasse), alsmede een van de vele exponenten die voorbeeld is voor het feminisme in de VS. Laat ik in deze analyse allereerst duidelijk zijn over één ding: bij het nagaan van alle hiermee gemoeide informatie is het zaak om onpartijdig te zijn in de keuze ‘Clinton of Obama’. De één vertegenwoordigt, samen met Roseanne Barr en types als Gloria Steinem, een eeuwenlange strijd van feminisme en gelijkwaardige behandeling van vrouwen. De ander vertegenwoordigt de decennialange strijd voor gelijkwaardigheid tussen mensen in de VS, ongeacht huidskleur. De laatste is een strijd die in de Amerikaanse praktijk rechtvaardiger doet aanvoelen, omdat de vergelijking op een aantal cruciale punten al mank gaat en zowel voor vrouwen als mannen geldt.
Het blijkt dat wanneer er veel op het spel staat en de psychische achterdeurtjes geopend worden, vele van deze zogenaamde blanke feministen en blanke liberale vrouwen terugvallen op het oude, vertrouwde recept van latent racisme en de claim op voorrang voor blank privilege.
Darren Parker, van de organisatie ‘School of the America’s Watch’ (www.soaw.org) beschreef het al treffend in zijn artikel, ‘White Female Liberals aka Progressives’: “De realiteit is dat blanke vrouwen in de VS, op twee na, de grootste groep vertegenwoordigen die de meeste privileges heeft. Ondanks de realiteit van seksisme, is er geen enkele categorie van gekleurde mannen die dezelfde mate van rijkdom, macht, politieke privileges, onderwijs of controle heeft als blanke vrouwen”. Steek die maar als blanke in je zak.
Wanneer iemand als Gloria Steinem in de ‘New York Times’ iets tenenkrommend schrijft, zoals dat zwarten na de AmeriKKKaanse burgeroorlog het stemrecht hebben gekregen, en vrouwen dat pas kregen na 1920, en dan doet alsof dat iets is waar zwarten in de VS genoegen mee moeten nemen, dan suggereert dat niet echt dat deze zelfbenoemde frontstrijdsters van het feminisme bondgenoten zijn van kleurlingen die de rassenstrijd zijn aangegaan, met als gezamenlijk doel een gelijkwaardige behandeling van mensen, ongeacht kleur of geslacht. Het zou een krachtige eye-opener moeten zijn, dat deze blanke vrouwenstrijd eigenlijk maar eenzijdig geldt: alleen blanke vrouwen verdienen de vruchten die de inzet van strijd voor gelijkwaardigheid afwerpt. Als je huidskleur niet blank is ben je de pineut. En als je ook nog eens een gekleurde man bent, dan kun je jezelf maar net zo goed zo snel mogelijk aan de hoogste katoenplant hangen, opdat je nog de waardigheid hebt om te ontkomen aan de intellectuele lynchpartij van boze blanke huismoeders. Cause they will bust that black ass.
Steinems voorspellende weglating van voorbeelden als Jim Crow is niet alleen misleidend, maar ook onverantwoord, en draagt bij aan miskenning van historische feiten: zwarten werden in de jaren ’60 al vermoord voor het uitvoeren van hun vrijgevochten recht om te stemmen in de democratie waarvan zij onderdeel zijn, terwijl ik talloze archieven overhoop heb gehaald, op zoek naar voorbeelden van grote aantallen blanke vrouwen die werden vermoord, slechts omdat zij hun democratisch recht uitvoerden en in de VS zijn omgelegd vanwege hun feminisme. Niets gevonden.
Een enkele beroepsidioot wees mij op de zogenaamde heksenverbrandingen, waarbij vrouwen onterecht werden aangezien voor heksen die zwarte magie uitoefenden en in opdracht van Europees-christelijke leiders op de brandstapel werden gegooid. En dat in een tijd dat democratie in Europa nog niet eens aan de orde was. Om je krom te lachen.
Steinem zeurt nog even door, dat als een vrouw met het gebrek aan kwaliteiten waaraan Barack Obama lijdt (ze benoemt dit gebrek aan kwaliteiten niet) werkelijk voor de baan van president zou gaan, ze niet serieus zou worden genomen. Dat suggereert nog even dat het AmeriKKKaanse volk nu ineens collectief aan positieve discriminatie doet. Want volgens haar is Barack niet geschikt en heeft zijn huidskleur de doorslag gegeven.
Dan vraag ik me weer af: zou Hillary Clinton, toch wel even de senator voor de staat New York en tevens een serieuze gegadigde om verkozen te worden tot de presidentskandidate namens de Democraten, een serieuze kans hebben gemaakt als zij niet getrouwd was met Bill Clinton? Ik betwijfel het.
In het afgelopen jaar werd het publiek echter wel continue met een misleidende vraag lastiggevallen: wie zouden de Amerikanen moeten kiezen als president, een vrouw of iemand die een gekleurde huidskleur heeft? Een eerlijkere vraag zou zijn: zouden de Amerikanen een blanke vrouw of een zwarte man moeten kiezen? Dat zou de werkelijke verhoudingen in de Amerikaanse samenleving beter weergeven. Als je het antwoord zoekt op statelijk en federaal niveau, krijg je namelijk ook een heel duidelijk antwoord: 34 blanke vrouwen hebben in de Amerikaanse Senaat gediend, tegenover 2 (!) zwarte mannen en 1 zwarte vrouw (Carol Mosley-Braun in 1993). En op dit moment zitten er 16 blanke vrouwen, tegenover die ene, eenzame neger, die ook nog eens de presidentsverkiezingen heeft gewonnen. Bij monde van Gloria Steinem, is dat laatste kennelijk een uiterst bitter rode pil om te slikken, voor blank feministisch AmeriKKKa.
Sinds de internationale kredietcrisis in de presidentiële race een rol ging spelen, is het ook zaak om te kijken naar het verschil in salarisniveau, onder blanke vrouwen, in vergelijking met zwarte en latino mannen: volgens het rapport van de ‘U.S. Census Bureau’s Population Survey’, genaamd “2005, Annual Social and Economic Supplement”, zien we dat blanke vrouwen gekleurde en latino mannen ver achter zich laten: blanke vrouwen verdienen gemiddeld $ 32.683 op jaarbasis, tegenover $ 31.732 onder zwarte mannen en zelfs $ 26.921 onder latino mannen. Zwarte vrouwen staan daarin op een ‘miezerige’ $ 29.145, en latino vrouwen zelfs op (je zou er je bed niet meer voor uitkomen) $ 24.255 per jaar.
Net als Gloria Steinem, is het ook de achteraf onterecht veel geprezen Hillary Clinton die de raciale realiteit in de VS negeert: politiek in de VS is altijd een spel geweest dat tot voor kort enkel was weggelegd voor de blanken, en dat wanneer het erop aankomt en blanke macht en privilege bedreigt wordt, ook exponenten van blank feminisme door de mand vallen door niet boven het opstoken van raciale vuurtjes te gaan staan. En ondertussen staat Barack Obama, die als aangeschoten wild door het blanke deel wordt nagekeken, temidden van alles vooral zijn best te doen om juist afstand te behouden van die hele zieke rassenstrijd.
Het was Bill Clinton die de plaats van de Clintons verraadde, door naar Obama te refereren als ‘that kid’, gevaarlijk dichtbij die ene, smerige benaming die ze voor negers in de VS voornamelijk gebruiken: ‘boy”. Ik hoorde daarin de arrogantie van een man die, vanwege zijn voorliefde voor jazz en zijn inspanningen voor zwarten in de VS toen hij nog zelf senator was, ergens denkt dat hij zomaar wat kan zeggen over Amerikaanse zwarten en denkt ermee te weg te kunnen komen, denkt tegen Obama te kunnen zeggen: ‘know your place, boy!’ of ‘wait your turn, boy!’. Het is de toon van zijn woorden en de onderliggende miskenning van kwaliteiten, die ik ook overal hoorde en proefde onder blanken in Nederland, toen Aboutaleb tot burgemeester van Rotterdam werd benoemd. Iemand die te boek staat als ‘liberaal’ en ‘progressief’ is daar kennelijk ook niet immuun voor. Om nog maar eens een feit in het verlengde daarvan te benoemen: de Clintons zijn altijd centrumgerichte politici geweest, ondanks dat de media en het publiek om onverklaarbare redenen hen altijd een liberaal en progressief label toedichtte. En zoals ik in eerdere publicaties al heb opgemerkt: ten tijde van de economische ‘boom’ onder Clinton’s bewind in de jaren ’90, waren het juist vooral zwarte mannen die ‘grond verloren’ op de maatschappelijke ladder. Het zou dan ook, in de nasleep van deze spectaculaire verkiezingsstrijd, onderwerp van gesprek moeten zijn hoe duidelijk de Clintons een soort van sinistere capitulatie aan het racistisch karakteriseren en miskenning van de maatschappelijke rol van etnische minderheden hebben ondergaan, resulterend in het voorstaan van een soort van herinrichting van Amerika’s rijkdommen (ten goede van wie?) en minderende nadruk op het verdedigen van het heft in eigen handen nemen, zoals Obama juist gedaan heeft.
Ondanks het genieten van de voordelen van de uitkomsten van de rassenstrijd in de VS, hebben ook de exponenten van het blanke feminisme in de VS kenbaar gemaakt hoe het er werkelijk voor staat: gezien de strijd voor gelijkwaardigheid die zowel blanke feministen als etnische minderheden hebben gevoerd, zou je bijna denken dat zij meer met elkaar hebben dan dat blanke feministen zouden hebben met hun zonen, echtgenoten, vaders en broers, die allen het gemak van de blanke klasse genieten en juist is gebouwd op het neerhalen en onderdrukken van vrouwen, etnische minderheden maar vooral kleurlingen en verraad het zweren bij blanke superioriteit door blanke feministen, nog voor het zweren bij de strijd voor gelijkwaardigheid en rechtvaardigheid.
Dus vraag ik je: in welke constructie, of beter gezegd reconstructie, van de realiteit die mensen als Steinem en Hillary Clinton ons voorschotelen, hebben zwarte mannen nou eigenlijk meer om dankbaar voor te zijn dan blanke feministen? Vele blanke liberalen hebben zichzelf, ook dankzij de overexposure van sommige zwarte persoonlijkheden, laten influisteren dat het aangaan van die rassenstrijd niet langer nodig is. Het gebrek aan brandende kruizen, hogedrukspuiten, lynchpartijen en bloeddorstige honden doet hen denken dat het allemaal wel koek en ei is, terwijl iedere indicator die je erbij pakt (economie, onderwijs, gezondheidszorg, etc.) juist uitwijst dat racisme hoogtij viert in de VS. En dan laten we de reacties van bijna de helft van de blanke Amerikanen op de eerste zwarte president maar even achterwege.
Dit brengt ons dan bij de senator van Illinois, Shelby Steele, die in zijn interview op PBS met Bill Moyers een uiterst dubieus standpunt innam. Hij stelde dat zwarten in de VS, om in te passen in de huidige definitie van ‘Blackness’, sommige zwarten eigenlijk parasiteren op de aanname dat er enig schuldgevoel is bij blanken, over de racistische geschiedenis van de VS. Hij ging door met te stellen dat vele zwarten ‘blank schuldgevoel’ manipuleren en daardoor parasiteren op de eeuwige zoektocht blanken naar clementie, vanwege dat racistisch verleden. Standpunten zoals deze zijn eigenlijk helemaal niet zo gek. We horen in Europa, en met name in Nederland, soortgelijke geluiden wanneer we het hebben over de Joden, en hoe zij parasiteren op de schuldgevoelens van autochtone Nederlanders die ten tijde van WOII collectief collaboreerden met de nazi’s en zo honderdduizenden Joden hebben verraden.
Ik zie het als volgt: als er blanken zijn die genieten van de voordelen van het ‘blank zijn’, als resultaat van die vermeende blanke superioriteit en alle daarbij behorende historische feiten van genocide, rassenhaat, onderdrukking en ga zo maar door, dan is enig schuldgevoel in het onderbewustzijn wel op zijn plaats. Velen zullen vandaag de dag zeggen: ‘ik sta daar niet voor, ik kan daar niets aan doen’, hebben een punt totdat zij geconfronteerd worden met de voordelen van het blank zijn, bij het toegelaten worden tot allerlei ‘ruimten’, ten koste van een iemand die behoort tot een etnische minderheid of een andere huidskleur. Het verwijt dat Obama nu president is omdat hij ‘een zwarte’ is, is net zo krom als dat een blanke het beter zou kunnen doen, omdat het een blanke is.
Dat schuldgevoel is niet meer dan gezond en op zijn plaats: een moordenaar dient schuld te voelen over de moorden die hij heeft gepleegd. Dat eisen we als samenleving, omdat we collectief tegen moord zijn. Zeggen we. Dat geldt ook voor verkrachters, dieven en allerlei andere criminelen. Dat eisen we als samenleving, omdat we collectief tegen criminaliteit zijn. Zeggen we. Met schuldgevoel doel ik dan niet op wanhoop of gebrek aan hoop op een voorrangsbehandeling, enkel omdat mijn kleur zwart zou zijn en talloze bomen in Texas en Ohio meer negers hebben hangen dan bladeren. Of omdat ik een Marokkaan ben en talloze Geert Wildersen eindeloos lang slechte dingen roepen en schrijven over de Marokkaanse gemeenschap, of moslims in het bijzonder. Dat rechtvaardigt een voorkeursbehandeling nog altijd niet en zou van ‘het slachtoffer’ slechts een hypocriet maken, die denkt op basis van zijn afkomst of religieuze beleving ergens meer recht op te hebben dan een ander.
Nee, dit schuldgevoel, in de kern, is niets anders dan het hebben over een geweten en er naar luisteren. Dietrich Bonheoffer, een slachtoffer van de joodse holocaust, beschrijft in zijn klassieker ‘The Cost of Discipleship’ het fenomeen van ‘goedkope clementie’. Zijn punt daarin is dat deze goedkope clementie een soort van vergiffenis vertegenwoordigt, die niet met de daarbij gepaste spijtbetuiging gepaard gaat; het genieten van de consolaties van absolutie, zonder enige restitutie. Op dat punt bevinden we ons wereldwijd nu, in de strijd tegen racisme en voor gelijkwaardigheid en sociale rechtvaardigheid.
Amerikanen willen nu eenmaal een hele snelle en makkelijke route naar verandering of sociale transformatie; een soort van goedkoop moraal, dat ‘kosteloos’ middels zogenaamd ‘lip-service’ de voordelen van gelijkwaardigheid moet opleveren, zonder dat het geïnstitutionaliseerde en systematisch racisme en de bijbehorende blanke privileges uitgedaagd worden. Het is een goedkoop activisme dat eigenlijk roept ‘fight the power!’, maar zelfreflectie en herbeoordeling van de eigen waarden en normen buiten beschouwing laat. Ik ben het dan ook nooit eens met mensen zoals Shelby Steel, maar één ding dat ie riep, klopt als een bus: Barack Obama is een soort van clementie voor blanken.
Wanneer je dit standpunt verder analyseert, en de huidskleur van Obama buiten beschouwing laat, wat zal dan de echte ‘change’ binnen de status quo zijn waar Obama het nu steeds over heeft?
Obama heeft, ondanks zijn objectief imago ten aanzien van kleur en afkomst, geholpen deze goedkope clementie voor blanken te faciliteren, door dingen te roepen zoals ‘Blacks are 90% of the way to equality’, ‘class was more in play in Jena than race’, of ‘the incompetence during Katrina was colorblind’. Als ik een Amerikaan zou zijn geweest, dan kon ik hier natuurlijk niets mee. Het gaat tevens in tegen het argument alszou Obama tijdens zijn campagne nooit de rassenstrijd hebben betrokken in het geheel, want dat heeft ie namelijk wel gedaan, en de dingen die hij riep zijn ergens toch wel verontrustend voor degenen die beseffen dat kleurenblindheid niet hetzelfde is als gelijkwaardigheid. En dat is dus de vermetelheid van Obama’s definitie van hoop: het is een goedkope verandering die hij voor ogen heeft. Hij biedt Amerika en de wereld een sociale conversie, zonder enige controverse.
James Cone, theoloog en activist, merkte het al treffend op: ‘Als wij Amerikanen nou eens zouden erkennen dat we niet onschuldig zijn, dan zouden we in de internationale arena weer eens een rol van betekenis kunnen spelen. En dat doen we niet. We denken graag dat we onschuldig zijn, terwijl we er juist helemaal geen reden voor hebben. En ondertussen haat de wereld ons. Dat hebben we aan onszelf te danken. En aan niemand anders. Deze hele verkiezingscampagne zou niets te maken moeten hebben met het verlenen van clementie aan blanken, maar juist aan het afmaken van ‘unfinished business’ en doorwerken totdat we onze laatste druppel van betrokkenheid hebben getoond, opdat de wereld ons gaat beschouwen als een natie met juiste intenties’.
Momenteel ziet de VS er als volgt uit: blanke mannen met een strafblad krijgen, in vergelijking met zwarte mannen met identieke strafbladen, veel vaker en veel betere banen aangeboden dan zwarte mannen. Blanke mannen mét een strafblad krijgen in de VS net zo veel banen aangeboden als zwarte mannen die zelfs nog nooit zijn gearresteerd. Het inkomensverschil tussen blanke en zwarte gezinnen is, beoordeeld aan de hand van huidige maatstaven, groter dan ooit, ondanks de voordelen van de burgerrechtenstrijd. Het gevangen zetten van grote massa’s zwarte mannen heeft de zwarte gemeenschap gedecimeerd. Nee, met Barack Obama als de eerste zwarte president van de VS als goedmakertje, komt de zwarte gemeenschap in de VS er bekaaid van af. Zij doet zichzelf tekort, nu te denken dat met het kiezen van een zwarte president de rassenstrijd is gestreden. De verkiezingen hebben juist duidelijk aangetoond dat blanke Amerikanen nog steeds niet hebben gebroken met hun vermeend ‘white supremacy’ en dus is clementie voor die racistische geschiedenis allesbehalve op zijn plaats. Zwarten moeten nu juist, meer dan ooit, meer eisen. Van zichzelf, van hun kersverse president, maar vooral van blanken, opdat de VS werkelijk als één natie zich zal beseffen wat voor rol zij in de wereld speelt, en dat de interne verdeeldheid, gebaseerd op ras en afkomst, reden is om de rest van de wereld in vuur en vlam te zetten. En te houden. Zwarten hebben in het verleden meer dan eens veel te weinig geëist. En hebben dan ook precies datgene gekregen wat ze wilden hebben: veel te weinig.
Het optimisme in Europa is dan ook lachwekkend. De ‘can’t we all just get along’-retoriek is dan ook het resultaat van het afwenden van sociale problemen die zich nog steeds voordoen op Europees grond. In Nederland werd een Marokkaan gekozen tot burgemeester van het economisch hart van het land en de retoriek die vrijkwam, was net zo verdeeld als de reacties onder blanken op de uitkomst dat Obama nu president is van de VS: het is zoals het is, dus het moet maar. We laten het knarsen van tanden dan maar achterwege, om vooral niet te worden weggezet als beroepspessimist. Barack Obama wordt door de wereld gezien als een verandering van Amerikaans beleid in internationale zaken, terwijl de VS slechts probeert te breken met haar ‘history of bigotry’ door een ‘neger’ te kiezen als president en hopen dat dit clementie zal verschaffen voor het racistisch verleden van het land. Ik zeg: laat Obama zijn kogelvrij vest aantrekken en eerst maar eens aan het werk gaan. En over vier jaar kijken we weer eens terug en beoordelen we de zeker wel inspirerende man op zijn gerealiseerde projecten, en niet meer op zijn huidskleur.
En als ie er niets van heeft gebakken, dan zullen blanke feministen zoals Clinton en Steinem natuurlijk roepen: ‘You see?! A white woman would have been better!’
M.R. Jabri
Wat een geweldig geschreven meesterstuk!!!!! De schrijver legt de vinger op de zere plek. Blanken willen zeker af van die racistische geschiedenis maar dan het liefst zonder controverse of uitdaging. Ze verwachten dat mensen de geschiedenis van racisme vergeten en willen op nul beginnen en verdergaan. Maar sommige leed kun je nu eenmaal niet zomaar even achter je laten en dan doen alsof er niets aan de hand is. Je zult eerst alles moeten aanhoren en erkennen dat het fout is. Door het stof gaan!!!!!
Wat me raakt is de ongelooflijk verongelijkte boze toon in je artikel.Ik bedoel niet dat je gelijk of ongelijk hebt. Maar met deze tekst zal het nooit goed genoeg zijn voor je. Anderen zullen altijd bij jouw visie in het krijt staan. “Eisen van een ander”, dat is de kern van je betoog zoals het bij mij binnenkomt. Tweede kern vind ik wel je veralgemeniseringen. Je lijkt wel een slachtoffer van wat jij veronderstelt dat anderen denken.
Kijk eens wat Barack Obama de wereld nu biedt. En kijk eens naar acceptatie. Als dat er is, waar is dat dan?
Je demande, au nom de l’humanité, à ce qu’on broie la Pierre-Noire, pour en jeter les cendres au vent, à ce qu’on détruise La Mecque, et que l’on souille la tombe de Mahomet. Ce serait le moyen de démoraliser le Fanatisme.”
(Gustave Flaubert / 1821-1880 / Lettre à Madame Roger des Genettes / 12 ou 19 janvier 1878)
-offtopic geneuzel- red.