Sinds mensenheugenis bestaat het ‘gangsterisme’. Het komt voort uit de economische onderklasse van iedere samenleving en is vaak ingegeven als een noodzaak tot overleven, waarbij het morele aspect buiten beschouwing wordt gelaten door degene die zichzelf gedraagt en (re)ageert als een gangster. Het gangsterisme heeft als kern het verrichten van criminele handelingen die financiële verrijking tot gevolg hebben, waarbij de kaders van wetgeving of moraal niet meetellen en oneindig worden overschreden. De ontwikkeling van het gangsterisme heeft halverwege de 20e eeuw nieuwe vormen aangenomen, toen de georganiseerde misdaad zich ging bemoeien met ongereguleerde praktijken zoals de handel in drank, drugs, prostitutie en gokken. Het imago dat gangsters zich sindsdien aanmeten spreekt de jeugd van tegenwoordig dusdanig aan dat deze zich graag kleedt en gedraagt alsof men de bovenbaas van een misdaadimperium is.
In Nederland komt de behoefte naar dit soort gedrag meestal niet voort uit de noodzaak tot overleven (alhoewel soms op die manier uitgelegd), gezien de maatschappelijke kansen die in deze samenleving aanwezig zijn. De behoefte om het gangstergedrag aan te nemen komt eerder voort uit juist de collectieve cultivering van het gangsterisme. Hoezeer we de georganiseerde misdaad veroordelen vanuit een vooral politiek correcte behoefte, bij het bekijken van films als ‘The Godfather’, ‘Scarface’, ‘The king of New York’ en ‘The Departed’ en zelfs het volgen van het proces tegen cultgangster Willem Holleeder kiezen mensen onbewust voor sympathie voor de hoofdrolspelers, vaak immorele mensen met uiterst immoreel gedrag en een zelfdestructieve houding. Zelfs ‘real time’ gangsters zoals Willem Holleeder en Mink K., door de reguliere media opgeblazen tot nationale helden, worden tussen de regels door min of meer ‘vereerd’ en met een gespeelde vorm van respect besproken. Het gevolg is dat de jeugd veelal dit soort mensen, die in feite niets meer dan ordinaire mislukkelingen zijn, wordt nabootst in gedrag. Men vindt het stoer om het respect af te dwingen dat een echte gangster normaal gesproken krijgt.
Respect wordt hier echter verward en vervangen door een nog nader te definiëren angst. Wat mij persoonlijk het meest aangaat is de dubbele moraal ten aanzien van jongeren van een Marokkaanse afkomst en een veelal islamitische achtergrond, die hetzelfde criminele pad dreigen op te gaan. In de afgelopen jaren zijn tal van nutteloze onderzoeken gepubliceerd die zouden moeten uitwijzen hoe de Marokkaanse etniciteit in het DNA verweven is met crimineel gedrag, of hoe goedkeuring van crimineel gedrag vanuit islamitische interpretaties van de Koran wordt goedgepraat. Uiteraard, je reinste onzin, hoe ogenschijnlijk wetenschappelijk de onderbouwing ook mag zijn aangekleed.
Sinds de intrede van het gangsterisme in Nederland heeft deze samenleving weinig tot niets gedaan om de standaard die behoort te gelden - crimineel gedrag hoort niet thuis in een beschaafde samenleving - toe te passen in alle gelederen van de Nederlandse samenleving. Ik doel daarmee op de beperkte stelling van deze standaard tot binnen de eigen autochtone gemeenschap. De creatie van een dubbele moraal doet uitstekend dienst voor de mensen die van Marokkanen in het algemeen en moslims in het bijzonder hun broodwinning hebben gemaakt. Er zijn veel mensen in de media en in de sociale sector die roepen dat ze zijn begaan met het lot van bijvoorbeeld Marokkaanse probleemjongeren. Dat zal best, maar ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat de gehele Marokkanenproblematiek ondertussen een ware ‘cottage industry’ is geworden, waaruit menig mediaredacteur en maatschappelijk werker inkomsten voor het betalen van zijn hypotheekschuld haalt en vooral gebaat is bij de levering van probleemgevallen. Met de racistische houding van vele Nederlanders jegens allochtonen en Marokkanen in het bijzonder, en de problemen die dit soort jongeren ondervind bij het succesvol proberen te laveren tussen verschillende culturen, worden dit soort probleemgevallen heel makkelijk een ’self fullfilling prophecy’. Wanneer deze jongeren dreigen af te glijden naar de donkere regionen van de samenleving en op gegeven moment geen andere uitweg meer zien dan een carriere in de criminaliteit, dan staat er een leger aan mensen klaar om ze vooral te helpen dit niet te doen. Maar nog meer staat er een groter leger klaar om het crimineel gedrag van de betreffende persoon te verklaren vanuit de etnische achtergrond en religieuze opvoeding. En vooral om de bevolkingsgroep van waaruit de persoon in kwestie voortkomt af te rekenen op het gedrag van die ene persoon. Zo is gaandeweg de indruk ontstaan dat er in Nederland een miljoen mensen (moslims) rondloopt met een DNA-structuur die een risicofactor met zich meedraagt om de criminaliteit in te gaan.
Rap coon parades en de bling bling
Ondertussen heeft ook nog een andere cultuur een hele grote invloed gehad op de beeldvorming van gangsterisme onder de jongeren: de hiphopcultuur. Waar in de jaren ‘80 en ‘90 nog vele zwarte hiphopartiesten hun muzikale creaties vooral voorzagen van een positieve boodschap en mensen opriepen om vooral nee te zeggen tegen drugs, vooral je school af te maken en proberen de ghetto te ontvluchten, is de rapcultuur in de 21e eeuw verworden tot een instandhouding van de ‘grootsheid’ van virtuele persoonlijkheden zoals Tony Montana (‘Scarface’) en Don Vito Corleone (‘The Godfather’), en wordt hun virtuele bijdrage aan de mensheid opgeblazen tot mythische proporties. Daarnaast is het aantal artiesten dat op de muziek die zij maken slechts ’slap lult’ over hoeveel geld er op hun bankrekening staat oneindig, en cultiveren zij de zogenaamde ‘bling bling’-cultuur tot een nieuwe vorm van religie, waarbij geld de opperste macht is en de waarde van een mensenleven aan de hand van het aantal diamanten en goud in de mond wordt ingeschat.
Artiesten zoals Public Enemy, Paris, Big Daddy Kane, Ice Cube en Heavy D waren in de jaren ‘80 en ‘90 nog leuk om naar te luisteren en beschikten over het vermogen om de neiging tot het aanbidden van gangsterfiguren uit vele, populaire films te reduceren tot een minimum. De luisterende jeugd werd vooral duidelijk gemaakt dat dit soort figuren allesbehalve een voorbeeld was voor hen. Met het groeiend besef onder de blanke platenmaatschappijen dat de hiphopindustrie de potentie had om een miljardenbusiness te zijn, werd er fors geïnvesteerd in een nieuwe lichting artiesten die vooral het negativisme van de ghetto kon promoten en verkopen, opdat er uiteindelijk een opkomst van zwart bewustzijn (na de periode van Martin Luther King, Malcolm X en Stokeley Carmichael) opnieuw de kop werd ingedrukt.
Eerdergenoemde artiesten werden te oud om nog mee te kunnen of kozen uiteindelijk voor het grote geld en verkochten hun ziel aan de duivel. Al gauw werd rapmuziek, de laatste vorm van een rebelse kunst, ‘vermoord’ en omgetoverd tot een poel des verderf die enkel en alleen het gangsterisme promoot, minachting van vrouwen propageert en drugshandel neerzet als iets dat aanvaardbaar is en de wil om hard te werken om te kunnen overleven reduceert tot een bijkomstigheid in het leven die slechts is weggelegd voor de sukkels der samenlevingen. Gangsterisme heeft in de hedendaagse hiphopcultuur een kanaal gevonden om vooral in leven te worden gehouden en wordt geprojecteerd op de jeugd, waarbij het ook een weg heeft gevonden tot de middenklasse en zelfs rijkeluiskinderen nu het gedrag van gangsters nabootsen, als rebels antwoord op de oligarchische houding van hun kapitalistische ouders.
In Nederland zijn Marokkaanse jongeren vanwege hun sociaal-maatschappelijke positie het meest vatbaar voor die ondertussen verderfelijke hiphopcultuur, die nog wel het rebelse imago heeft maar anno 2008 inhoudelijk niets meer te maken heeft met het leveren van nobele boodschappen zoals het weigeren van drugs, intellectuele ontwikkeling en ontsnapping aan armoede door middel van alle vormen van legale arbeid aan te grijpen. Vooral het besef dat niets in het leven wie dan ook zomaar komt aanwaaien wordt door de tegenwoordige hiphopcultuur geminimaliseerd. In plaats daarvan indoctrineren deze jongeren zich met informatie die drugshandel aanspoort, minachting van vrouwen stimuleert en het volgen van een opleiding en het hebben van een baan reduceert tot een zwakzinnige bezigheid.
Wat mij zo bevreemdt is de ophemeling van de Holleeder-achtige figuren, die vaak toch ook als een soort voorbeeld dienen voor degenen die werkelijk de intentie hebben een soortgelijke carrière na te jagen terwijl, als we het hebben over Marokkaanse probleemjongeren, de oorzaak wordt gezocht in etnische afkomst en zelfs in de religieuze beleving van het nest waaruit deze jongeren voortkomen. Nederlanders hebben de neiging om de Holleeders van onze maatschappij te beschouwen als een soort cultfiguur, terwijl als Willem Holleeder toevallig Khalid Boulahrouz had geheten het land te klein zou zijn geweest voor iedere Marokkaan of moslim die er rondloopt. Voor zover dat nog niet het geval is.
Ondertussen zijn, mede dankzij het maatschappelijk debat over de islam, in de vele moskeeën in Nederland de ogen geopend en zetten deze nu zwaar in op het van de straat houden van de moslimjongeren door ze te wijzen op de islamitische leefwijze en de voordelen die dit met zich meebrengt. De vervreemding van de islam, ook mede dankzij de ultraseculiere lobby van politiek en media en de bewust opgezette negatieve beeldvorming van religie in het algemeen, heeft er mede toe geleid dat jonge moslims opgroeien met het idee dat het vooral fout is om er enige religieuze beleving op na te houden. In plaats daarvan heeft religieuze zingeving plaats gemaakt voor cultivering van crimineel gedrag, dat veroordeeld wordt wanneer het om een allochtoon gaat en kennelijk wordt gecultiveerd als het om een autochtoon gaat. Hoe succesvoller een allochtone crimineel, hoe harder en groter de veroordeling van niet alleen de persoon in kwestie maar ook de gehele bevolkingsgroep waaruit die crimineel afkomstig is. Hoe succesvoller de autochtone crimineel, hoe meer voer voor de boulevardpers en des te groter de trots dat een Nederlander Don Vito Corleone-achtige statuur bereikt.
Je zou haast denken, mits de Nederlandse samenleving en overheid met de juiste intenties deze problematiek te lijf gaan, zij de moskeeën zouden bijstaan in hun strijd tegen de verloedering van hun moslimjongeren. In plaats daarvan worden moskeeën belaagd met allerlei extreematheïstische aanvallen op hun doen en laten en worden er allerlei drogredenen opgeworpen teneinde de rol van moskeeën te minimaliseren en weg te zetten als broedplaatsen voor bomgordeldragend gespuis. Anders dan de christelijke kerken binnen hun eigen gemeenschap, hebben de moskeeën een grotere rol in de islamitische gemeenschap in Nederland. Ze doen niet alleen dienst als gebedshuizen, maar zorgen ook voor onderwijs, recreatie en zelfs hulp bij het zoeken van werk en het invullen van je belastingaangifte. De moskeeën in Nederland hebben, anders dan in de jaren ‘80 en een deel van de jaren ‘90, een veel meer dynamische rol naar zich toegetrokken om de jeugdige moslims te wijzen op hun maatschappelijke verantwoordelijkheden en hun taak om als voorbeeld te dienen voor de nog jongere moslimgarde die daarna nog komt. Voorheen werden succesvolle moslims in Nederland door de mensen met een zelfde achtergrond gezien als slijmballen en hielenlikkers (en sommigen zijn dat ook werkelijk) maar het laatste waar je die mensen van kunt betichten is verraad. In feite zijn de werkelijke verraders degenen die met hun criminele acties zorgen voor de argumenten die de rechterkant van het politiek spectrum uit de sensatiemedia grijpen en bombarderen tot geniale constateringen. En daarmee de onvrede onder dat rechts electoraat helpt te voeden; de onvrede over de aanwezigheid van allochtonen - allochtone moslims in het bijzonder – en de kennelijk niet te tolereren aanwezigheid van moslims.
Dat deel van de samenleving is gewoonweg te dom om in te zien dat de religieuze achtergrond of de etnische afkomst niets te maken heeft met het irritante gedrag van onze probleemjeugd en is in alle aspecten incapabel om zich te realiseren hoezeer een moskee dienst kan doen als maatschappelijke partner in de strijd tegen verloedering van de samenleving. Het gevolg is dat het rechts populisme sinds een aantal jaren weer de kop opsteekt en die ene oude stelling meer dan bevestigt: ‘als het fascisme weer de kop opsteekt dan zal het dat doen onder het mom van antifascisme’. Anno 2009 worden moslims stelselmatig weggezet als religieuze fascisten. Door fascisten, die als een georganiseerde misdaad een andere soort van gangsterisme nieuw leven hebben ingeblazen: het politiek gangsterisme.
De conclusie die ik haal uit het beschouwen van de cultivering van het gangsterisme, is dat het hanteren van een dubbele moraal in alle geledingen van het maatschappelijk debat voorkomt, en dus ook bij het beschouwen van criminele jongeren. Dat is niks nieuws, en eigenlijk zelfs een open deur. Wat ik nog vermoeiender vindt is het eindeloos gejank van moslims over deze Nederlandse hantering van de dubbele moraal in het maatschappelijk debat. Het is nou eenmaal de realiteit, en die realiteit is al sinds jaren aan de gang. Ik vind dan ook dat moskeebestuurders en -vertegenwoordigers zich moeten losmaken van de schijndialoog en vooral moeten doorgaan met het inzetten op hun beleid van reddingswerk. De vele overleggen die periodiek plaatsvinden met allerlei externe overheidscontacten, teneinde enig inzicht in de status quo te verschaffen, zijn eigenlijk tijdverspilling; als moskeebestuurders denken dat zij enige steun zullen vinden bij de mensen met wie zij die overleggen voeren, dan kunnen ze nog lang wachten. Die overleggen vinden slechts plaats voor de geruststelling van de ‘tegenpartij’. Als men dat gesprek aangaat met als doel die geruststelling dan ook te geven dan is er niks mis mee. Maar achteraf zeuren dat degenen met wie je praat niets voor je doet, is dan ook niets anders dan zeuren. Moskeeën dienen zich in ieder aspect onafhankelijk te maken/houden van die zogenaamde maatschappelijke ‘partners’. Zij staan dankzij hun huidige activiteiten immers volop in de samenleving en hoezeer rechtse elementen roepen dat mensen die de moskee bezoeken zich gaandeweg afzonderen van die samenleving: zij hebben het mis. Zij zijn degenen die zich afzonderen van de samenleving, waarin afwezigheid van de moskeeën ondertussen ondenkbaar is. Als moslim zijnde kan ik eindeloos doorpraten over hoe onrechtvaardig die dubbele moraal is, maar veel gehoor bij degenen die deze dubbele moraal hanteren zal ik niet vinden. En dat is niet erg, want ik heb hun geruststelling niet nodig. Desgevraagd zullen ze me hoogstens aankijken met een blik van: ‘we simply don’t give a fuck’. En dat doe ik ondertussen ook niet meer om hen. Ook al kijken ze me aan alsof ik een moslimgangster ben.
M.R. Jabri
Ontmaskeren van de dubbele moraal die gehanteerd word is wél nodig. Veel Marokkanen hebben het niet eens door wanneer dat gebeurd. Je ziet dat het vaak op ‘ons’ word toegepast maar dat er in discussies nauwelijks op word gewezen.
De verklaring waarom het zog. “gansterisme” zo in trek is, is eenvoudig. Immers, aanzien en status heb je in Nederland als je veel geld hebt.
Maar als je medewerker bent in een slagerij, vakkenvuller in een supermarkt, of schoonmaker bent, heb je dat aanzien en die status niet.
Erger nog, dan ben je (volgens de media/machtselite) gewoon een “loser”.
Zelfs op de “lijstjes” die worden gemaakt van succesvolle Marokkanen komen beroepen als schoonmaker, vakkenvuller of mederwerker in een slagerij niet voor.
Kortom, als je met gewone arbeid je brood verdient in Nederland, dan ben je op de maatschappelijke ladder behoorlijk aan lager wal geraakt.
De elite in Nederland, de bezittende klasse dus, verrijkt zich wel aan al die goedkope arbeid in Nederland (de Nederlandse lonen zijn echt laag, en zijn afgelopen 20 jaar alleen maar verder gedaald) maar haalt er tegelijk de neus voor op.