Sommige oorlogen gaan door met het maken van slachtoffers, nog lang nadat ze zijn geëindigd. In de Democratische Republiek Congo (voormalig Zaïre), een land met ongeveer 63 miljoen inwoners in hartje Afrika, had een vredesakkoord dat alweer meer dan 6 jaar geleden is getekend een einde moeten maken aan alle misère die ervoor heeft gezorgd dat mensen hebben moeten vluchten naar acht verschillende landen in de omgeving en waarbij een ongekend hoog aantal slachtoffers is gemaakt, een aantal dat ongeëvenaard is in de recente geschiedenis. Het internationale Rode Kruis schat dat ongeveer 4,5 miljoen mensen zijn omgekomen in deze oorlog, sinds het conflict in Congo in 1998 is begonnen, waarmee deze oorlog de meest dodelijke is sinds de Tweede Wereldoorlog.
Formeel gezien is dit conflict al voorbij. Congo is niet langer de speeltuin voor buitenlandse troepenmachten. ’s Lands eerste verkiezingen in 40 jaar tijd waren gepland in 2003 en internationale troepen waren aanwezig om te helpen de vrede te bewaren bij de uitkomst van deze politieke strijd. Maar het leed van het Congolese volk gaat onverminderd door. Gevechten worden in het oosten van het land voortgezet alsof het hoogtepunt nog niet eens is bereikt. In het oosten hebben de rebellen het dan ook voor het zeggen, waar zij een schrikbewind van roof, verkrachting en moord uitvoeren. Het Congolese leger, dat als symbool had moeten zorgen voor orde en veiligheid in het prachtige land heeft zelf een moordzuchtig aandeel in het hele verhaal dankzij de uitvoering van executies en het binnenvallen van verscheidene dorpen onder de pretext van ‘jacht op rebellen’. Wat nog dodelijker is dan de oorlog zelf zijn de neveneffecten ervan, die duidelijke littekens van geweld achterlaten en een disfunctionele samenleving kenmerken waarin de gehele gemeenschap en de infrastructuur in het land is teruggeworpen naar de steentijd. Het land wordt geteisterd door slechte watervoorzieningen, ziekten, ondervoeding en verstoring van de minimaal op gang gekomen hulp van buitenaf. Routine en behandelbare ziekten zijn massavernietigingswapens geworden. Volgens het Rode Kruis, dat uitgebreid onderzoek heeft gedaan naar het sterftecijfer onder de Congolezen in de afgelopen 8 jaar, sterven er dagelijks nog 1250 Congolezen aan de gevolgen van deze oorlog. Het overgrote deel sterft door het soort ziekten en ondervoedingen die niet hebben bestaan toen het land nog niet was gedompeld in deze misère. In veel aspecten is het land gebroken en gevaarlijker dan ooit en daarnaast ook nog eens een van de meest gevaarlijke plekken op de wereld.
Ondanks dit allemaal lijken de problemen in Congo voorbij te gaan aan de wereld en staat het land vaak laag op de lijsten van donors en liefdadigheid. Na Sudan is Congo het grootste land dat onder de Sahara-lijn in Afrika ligt en is het land al zo lang gevaarlijk en onbestuurbaar dat het verworden is tot het zwarte gat van Afrika en wordt het op cynische wijze benoemd als ‘the asshole of the world’, waarmee het een onbetwiste hoofdrol inneemt in het boek van Joseph Conrad, ‘Heart of Darkness’, reeds in 1899 uitgegeven. Het is deels deze reputatie die het land belastert en onthoudt van een structurele herinrichting en deels de aanwezigheid van lamlendige heersers die zeker hun aandeel hebben in de consequente reputatie van Congo, alsmede de gewilligheid van de internationale gemeenschap om dit land continue te laten bloeden. Sinds 2000 heeft de VN miljarden dollars uitgegeven aan vredesmissies in de Congo, waar de MONUC – de organisatie die het Lusaka-akkoord (getekend in 1999) moet uitvoeren – ondertussen de grootste troepenmacht ter wereld vormt. Maar deze troepen bestaan slechts uit 17.500 VN-militairen, een aantal dat niet kan voorzien in de veiligheid van zo een immens groot land. In februari 2003 hebben de VN en verschillende in het land opererende hulporganisaties berekend dat er $682 miljoen nodig is om het land weer op te bouwen, terwijl er tot nu toe nog maar $94 miljoen richting Congo is gegaan. Dat komt neer op $9,40 per inwoner, waar ongeveer $550 per inwoner nodig is om het land er weer bovenop te helpen. Ter vergelijking: in Nederland kost de bouw van een nieuwe stad met 100.000 inwoners, naar Nederlandse maatstaven, €500 miljoen. We geven nog meer dan dit bedrag uit aan relatief onzinnige zaken en ik hoef, denk ik, niet met concrete voorbeelden te komen om het tot de verbeelding te laten spreken.
Er zijn meerdere verklaringen voor de verwaarlozing van Congo. Misschien zit de welwillendheid van de rijkdom in de wereldreserves maar zo diep. Misschien hebben de aandacht voor en verontwaardiging om de gebeurtenissen in Darfur zoveel moeite gekost dat het teveel voor de wereld is om zo kort daarna nog eens een Afrikaanse tragiek op zich te nemen. Het zou iets kunnen zeggen over de weerbaarheid van de mentaal oh zo sterke Westerse wereld (die met alle rijkdommen en mogelijkheden zeker wel de morele verantwoordelijkheid hebben over landen zoals Congo).
Congo staat net zoveel voor de belofte van Afrika als dat Afrika staat voor armoede: de vruchtbare gronden en tropische regenwouden in Congo zijn even groot als de Amerikaanse staten Californië, Colorado, Montana, New Mexico, Oregon en Texas bij elkaar. De hoeveelheid grondstoffen is immens en bestaat uit diamant, goud, koper, koltaan (wordt gebruikt om elektronische bladen in bijvoorbeeld mobiele telefoons en laptops te maken) en, niet op de laatste plaats, uranium. De wateren van de machtig grote rivier die door het land loopt is voldoende om het hele continent met watergestuwde kracht te voorzien van energie. En juist omdat Congo zo rijk is aan grondstoffen is het voldoende vatbaar om in een ‘vortex’ van uitbuiting en chaos gezogen te worden. Dus staat het ‘repareren’ van Congo gelijk aan het ‘repareren’ van Afrika. Anneke Van Woudenberg, een onderzoekster van ‘Human Rights Watch’, stelt dan ook terecht: ‘als je vrede wilt creëren in Afrika, moet je met het grootste land in het hart van het continent als eerste beginnen.’
Die opgave is echter enorm. In de afgelopen 2 jaar hebben verslaggevers van bijvoorbeeld Time Magazine, die de ergste delen van het land hebben bezocht, gerapporteerd over enkel ruïnes. Wegen en spoorlijnen zijn weggevaagd of zijn verdwenen in de immense jungle. Ziekenhuizen en klinieken zijn vernietigd. Elektriciteit, als je als Congolees het geluk hebt van deze voorziening, is onbetrouwbaar. Mensen die vluchten voor de gevechten tussen de regering en de rebellen spreken van verkrachtingen, onthoofdingen en moord in massavorm. Hun verhalen, die de buitenwereld acht jaar na de start van de burgeroorlog bereiken, komen vaak overeen met de verhalen die gebaseerd zijn op de gebeurtenissen in Darfur. In die zin zijn dit krachtige waarschuwingen voor degenen die geloven dat de verantwoordelijkheid van het Westen opgeheven is door het ondertekenen van het vredesakkoord rondom Darfur: Congo’s oorlogvoerende partijen zeggen ook beiden dat zij zich aan het vredesakkoord houden, zoals dat wordt gecontroleerd door de VN. Maar het moorden gaat door. Congo levert zelf het tragische bewijs dat in sommige plaatsen op de wereld vrede en oorlog erg veel op elkaar kunnen lijken.
De geschiedenis van Congo lijkt vaak op een ononderbroken verhaal van smart. Na decennia van brute buitenlandse bezetting – eerst als privé-eigendom van de Belgische koning Leopold II en later als Belgische kolonie – werd Congo in 1960 eindelijk onafhankelijk. Maar binnen een aantal maanden na de overwinning van de eerste gekozen minister-president in de geschiedenis van het land werd deze al vermoord door de Belgische autoriteiten en steunde de VS zijn tegenstanders omdat hij groeiende banden onderhield met de toenmalige Sovjet Unie. Deze moord maakte de weg vrij voor generaal Mobutu Sese Seko om de macht te grijpen. Als een favoriet van het VS tijdens de Koude Oorlog, voerde Mobutu een van de meest corrupte regimes in de Afrikaanse geschiedenis uit en hevelde hij miljarden dollars van overheidsbedrijven over naar zijn privérekeningen terwijl hij het overgrote deel van het land honger liet lijden.
In 1996 vielen buurlanden Rwanda en Uganda samen Congo binnen om de Hutu milities – beter bekend als de ‘Interahamwe’ – uit te roeien. Deze militie was verantwoordelijk voor de Rwandese genocide en hield zich schuil in het oostelijke deel van de Congolese jungle. Toen de binnenvallende legers van de twee kleine buurlanden zich verder vervoerden door Congo, vluchtte Mobutu en zagen de Rwandese en Ugandese autoriteiten hun kans schoon om een nietszeggend rebellenleidertje als Laurent Kabila te installeren als president.
Maar het werd erger. Omdat in 1998 de betrekkingen tussen Kabila en de Interahamwe-militie een veel te positieve ontwikkeling doormaakten, vielen Rwanda en Uganda Congo weer binnen en gaven het startsein voor wat de eerste Wereldoorlog voor Afrika betekende. De strijd om de macht - en dus de controle over de grondstoffen - sleurde tenminste acht buurlanden mee in de oorlog die toen ontstond, was reden voor het ontstaan van een scala aan Congolese fracties en zorgde voor een moordzuchtige campagne van etnische zuiveringen door het gehele land.
Kabila, net zo vuil en corrupt als zijn voorganger Mobutu, werd in 2001 vermoord door een van zijn lijfwachten. Zijn zoon Joseph (destijd nog maar 29) greep toen de macht. Een jaar en wat diplomatieke bemoeienissen van Afrikaanse grootmacht Zuid-Afrika later (wiens politieke leiders een cruciale rol zien weggelegd voor Congo in het proces van de ‘wedergeboorte van het Afrikaanse continent’) tekenden de jonge leider en de meeste rebellengroepen, alsmede de vele buitenlandse machten in het land een vredesakkoord. Een nationaal leger werd gevormd, dat was gericht op de integratie van soldaten die kort daarvoor nog elkaar probeerden uit te moorden. En Congolese bevolking, die nog altijd de schoonheid van de hoop koestert, durfde ondanks alle horror die hen omsingelde zelfs uit te kijken naar een verbeterd thuisland.
In de drie jaren daarna zijn maar een aantal dingen in Congo verbeterd. Bedrijven die de grondstoffen delven keerden mondjesmaat terug en de mobiele telefoniebusiness – vooral welkom in een land met maar een paar vaste telefoonlijnen die ongeveer 60 miljoen mensen moeten voorzien – doen zeer goede zaken. Maar in sommige delen van het land zijn de gevechten eigenlijk nooit gestopt. De VN-troepenmacht zijn wat harder geworden in de afgelopen jaren doordat ze steeds meer de rebellen opsporen en arresteren en in sommige gevallen zelfs elimineren, maar de troepenmacht heeft nou eenmaal niet voldoende aantallen om dit structureel te kunnen doen en de permanente orde te herstellen. Congolese troepen die de VN-macht horen bij te staan hebben bewezen incompetent en vaak corrupt te zijn omdat hun salarissen te langzaam en soms helemaal niet aankomen. De EU zegt nu deze salarissen te willen verzekeren en ervoor te zorgen dat de rantsoenen op tijd aankomen bij de Congolese soldaten en er is dan ook wel een beetje verbetering zichtbaar. Maar de corruptie is nog steeds een nakend probleem. Een Amerikaanse functionaris in Kinshasa, de hoofdstad van Congo, schatte dat ongeveer $3,2 miljoen van de $8 miljoen per maand – bedoeld als salarissen voor het Congolese leger – structureel worden gestolen. Gefrustreerd en vaak hongerig hebben de Congolese units zich overgegeven aan het beroven en mishandelen van het volk dat zij eigenlijk horen te beschermen. De toename van verkrachtingen, martelingen en moorden is dusdanig hoog dat zelfs de VN-troepenmachten nu overwegen om de samenwerking met de Congolese troepen en politie op te geven.
De verkiezingen in Congo zijn zowel de grote hoop voor als de grote bezorgdheid om het herstel van het land. Een rapport van nota bene de in Brussel gevestigde ‘International Crisis Group’ waarschuwt voor de problemen die eraan zitten te komen omdat menig gezaghebber controle dreigt te verliezen en het zal riskeren om de overgangsfase te prolongeren of zelfs te beëindigen. De verkiezingen zullen de eerste kans in 40 jaar zijn voor het Congolese volk om hun politieke leiders te kiezen. Maar deze verkiezingen gaan ook voor een logistieke nachtmerrie zorgen. Het kan vier of vijf dagen duren om per auto ook maar een afstand van honderd kilometer af te leggen. Congo heeft geen archief meer gehad sinds 1984. Er is geen actueel systeem voor identiteitskaarten of legitimatiemiddelen. De stembureaus die nodig zijn kosten bij elkaar alleen al $422 miljoen. Verkiezingen zouden een bakermat kunnen zijn van nationale eenheid en relativering. Maar als het niet op een correcte manier wordt uitgevoerd is de scheidslijn naar een nationale verdeeldheid immens groot.
Is de wereld bereid om hiermee te helpen? Diezelfde onverschilligheid die geldt in de Westerse wereld zou voldoende reden moeten zijn om ook echt actie te ondernemen. Zonder nog meer geld uit het Westen om te helpen bij de wederopbouw, zonder meer VN-troepen om de vrede te waarborgen en de onschuldige burgers te beschermen en zonder de inspanningen van de Congolese leiders om te werken voor hun land in plaats van voor zichzelf zal ‘het gebroken hart van Afrika’ hoogstwaarschijnlijk niet genezen. In de komende tien jaar zul je waarschijnlijk nog een soortgelijk verhaal over Congo her en der tegenkomen. Het enige verschil zal zijn dat er op dat moment miljoenen slachtoffers bij het reeds ontstane aantal bijgeteld kan worden.
M.R. Jabri
Triest verhaal en zeer informatief artikel!
Goed artikel, wel een beetje “links” belicht. Voor de rest weinig commentaar
TOP
EN VEEL RESPECT
The asshole of Africa is getting there shit pushed in by the worldbank. Zelfs als Congo stabiliteit weet te creeren, dan komt de rekening naar voren, van wat de afgelopen jaren is geinvesteerd door zogenaamde hulpverlenende organisaties..dus moeten ze geld lenen om hun schulden te betalen…en het land als onderpand natuurlijk…Jabri goed stuk my dear friend…